Schelden of vloeken is taboe aan boord

Ze weten alles van wind, stroming en golven. Maar voor fokkenist Lobke Berkhout en stuurvrouw Lisa Westerhof is het minstens zo belangrijk dat ze dezelfde taal spreken.

Fokkenist Lobke Berkhout, met achter haar stuurvrouw Lisa Westerhof: „Je moet blijven communiceren. Wat zijn de feiten? Welke boten hebben de meeste wind?” Foto Thomas Bokeloh

Hard varen is het probleem niet voor een zeilster met vijf wereldtitels en olympisch zilver op zak. Duizenden uren speurde ze de voorbije twintig jaar naar bruikbare windvlagen, veelbelovende rimpelingen ver op zee. Honderden keren rondde ze een boei, streek ze haar spinnaker, of ging ze overstag, op de seconde nauwkeurig getimed met haar stuurvrouw. Eén ding bleek cruciaal: „Je moet als team de goeie kant op varen”, zegt Lobke Berkhout.

Het klinkt als een cliché uit een managementboek. Maar communicatie is cruciaal voor twee zeilsters in een bootje van 4,70 meter, verzekert Berkhout (31).

Met stuurvrouw Lisa Westerhof (29) is de zeilster favoriet voor een medaille in Weymouth, waar straks de olympische wedstrijden worden gezeild. Twee topsporters die alles weten van de wind, de stroming en de golven onder de kust van Dorset. „Maar je wilt juist die onverwachte dingen op het water onderscheppen, en ernaar handelen”, zegt Berkhout. „Dan moet je elkaars taal spreken.”

De voorkeurstaal, noemt hun coach Jacco Koops dat. „Lisa en ik zitten anders in elkaar”, zegt Berkhout. „Ik ben van kort en bondig. Als we op een boei afgaan moet je niet met hele verhalen komen. Als Lisa vertelt dat er een boot links achter ons ligt, denk ik: geef me de hoofdlijn, wees to the point: op links staat de meeste wind. Ik wil op zo’n moment niet weten waar de andere boten liggen, maar wat we gaan doen. Zodat we niet aan de rechterkant belanden terwijl de wind links zit. Als ik te veel details krijg word ik afgeleid van het grote plaatje in de race.”

Andersom heeft Berkhout de afgelopen drie jaar geleerd haar eigen taalgebruik aan te passen aan het karakter van Westerhof. Nadat Berkhout tot de Spelen van Peking (2008) de successen aaneen had geregen met Marcelien de Koning, begon ze een jaar later met Westerhof aan een nieuw avontuur. En met succes, want wat op papier een combinatie was van twee geweldige zeilsters, bleek in de praktijk een succesvol koppel: twee wereldtitels.

Al spraken ze in het eerste jaar weinig over communicatie, gaandeweg leerden ze elkaar kennen. „Ik heb geleerd dat Lisa meer informatie nodig heeft. Ik moet die informatie op een rustige manier overbrengen, ook in de hectiek van de race.”

In het voorjaar hadden ze een trainingswedstrijd, op Mallorca. Veel bootjes, stevige wind, flinke golven. „Ik geef vanuit de trapeze aanwijzingen aan Lisa. Zij zit daar met haar lijntjes, een hand aan het roer, hartslag 180, water in haar gezicht. We kwamen niet op gang. Ik ben dan heel extravert, blijf praten in korte termen. Lisa probeert als een gek die boot aan de gang te krijgen, raakt steeds meer in zichzelf. Mijn aanwijzingen gaan niet meer op zo’n aardige manier, waardoor Lisa nog minder gaat functioneren.”

In de haven bespraken ze met hun coach wat misging. „We hadden elkaars taal niet gesproken. Ik had rustig moeten blijven. Lisa had moeten zeggen: laat mij maar even. Dat gebeurde niet, zodat we gefrustreerd van het water kwamen.”

Karakterverschillen zijn erg bruikbaar bij zeilkoppels, zolang ze op de juiste wijze worden gebruikt, weet Berkhout. „Hoe we op communicatie trainen? Veel wedstrijden varen. En we ouwehoeren veel. Op het water of na afloop in het hotel.”

Berkhout leerde dat Westerhof van de details is. En dat de bemanning zonder dat scherpe oog van de stuurvrouw incompleet is. „Het kleine plaatje in een race, de positionering ten opzichte van andere boten, ook belangrijk. Dat laat ik wel eens los. Als er iets kapot is weet Lisa dat de volgende ochtend en gaat ze het fixen. Ik ben het dan allang weer vergeten.”

Berkhout ziet een overeenkomst met haar vorige stuurvrouw. „Marcelien had dat ook. In de auto naar Zuid-Frankrijk reed zij rustig de hele reis met de zonneklep naar beneden. Ik deed ’m altijd omhoog – ik wil ver kunnen kijken. Dat komt door je positie in de boot.”

Juist in hectische races kunnen die karakterverschillen opspelen. „Een valkuil. Als er veel boten om je heen zitten, weet je soms niet welke kant je op moet. Dan worden we wel eens stil. Je moet blijven communiceren. Wat zijn de feiten? Welke boten hebben de meeste wind?”

De boot van Berkhout en Westerhof heeft geen kapitein. „Er is geen hiërarchie. We hebben onze taakverdeling. Voor de wind heeft Lisa het meeste overzicht. Aan de wind heb ik dat. Het komt niet voor dat we het totaal niet met elkaar eens zijn. Je bent al een uur voor de race op het water, je weet al waar de meeste wind zit.”

Als het hectisch wordt rondom de boei – schreeuwende zeilers, klapperende zeilen – wil Lobke Berkhout haar stem nog wel eens verheffen. Maar vloeken of schelden? Dat nooit. „Dat is een ongeschreven wet. We staan wel eens als twee kemphaantjes tegenover elkaar. Maar je weet van elkaar dat je je uiterste best doet. Bij andere teams schelden ze elkaar soms helemaal verrot, zoals de Russen of de Italianen.”

Onder leiding van Koops schreven Berkhout en Westerhof deze winter hun Roadmap to London. Communicatie staat daarin centraal. „We leren elkaar nu meer aan te spreken. Vaak fungeerde Jacco als buffer. Na een slechte dag worden we soms stil, trekken we ons terug. Dan blijf je ermee rondlopen, is het fijn ’s avonds even de koppen bij elkaar te steken. Als je samen dingen oplost, word je als team sterker.”

Dit is de tweede aflevering van een serie interviews met Nederlandse deelnemers aan de Olympische Spelen die een detail van hun sport belichten.