Salafisten wilden einde aan vakanties in Timboektoe

Salafisten troffen met opzet een bekend toeristenoord met vernielingen en bevestigden daarmee de stereotypen van de islam, stelt Baz Lecocq.

Het is geen grap. Sinds 1 april wordt de stad Timboektoe in Mali geregeerd door Ansar ud-Din. Dit is een aan Al-Qaeda gelieerde, salafistische beweging die tot doel heeft de sharia wereldwijd in te voeren. In de afgelopen weken deed deze beweging van zich spreken. Een jong ongetrouwd stel dat schuldig was bevonden aan een seksuele relatie kreeg publiekelijk zweepslagen toegediend. In de afgelopen week hielden de mujahedeen zich bezig met het schenden van de graven van lokale heiligen, die naar hun mening niet voldoen aan de eisen van hun puriteinse islam.

De strijders van Al-Qaeda, Ansar ud-Din en hun bondgenoten controleren een regio van bijna één miljoen vierkante kilometer met drie grote steden – Timboektoe, Gao en Kidal – en vele kleinere steden en dorpen. In totaal wonen daar ruim een half miljoen mensen. Veel van deze dorpen hebben hun eigen mausolea voor soefiheiligen. Ongetwijfeld zijn er ook daar jonge stelletjes die zich zonder boterbriefje bezondigen aan de liefde en daarvoor straf verdienen.

Waarom kiezen de mujahedeen Timboektoe uit voor hun activiteiten? Waarom voeren ze deze überhaupt uit? En waarom zou dit ons interesseren?

Ze kiezen voor Timboektoe omdat ze weten dat de westerse wereld deze stad kent. Ze weten dat de media er aandacht aan zullen besteden. Dit is precies wat de mujahedeen willen en het is ook precies was wij, het westers publiek, willen. De zweepslagen en de sloop maken deel uit van een nu al decennia durende, in de media uitgevochten culture war tussen ‘de radicale islam’ en ‘het vrije Westen’.

Weinig steden zijn zo gemystificeerd als Timboektoe. Iedereen kent de plaats, al was het maar uit de verhalen van Donald Duck, als de stad aan het einde van de wereld. Daarom wil iedereen er weleens op vakantie. De stad leefde tot voor kort van het toerisme en biedt voor elk wat wils: drie eeuwenoude moskeeën die open zijn voor een niet-islamitisch publiek en een aantal bibliotheken waarin zich historische manuscripten bevinden. Sinds een decennium organiseert de stad elk jaar het Festival in de Woestijn: een rock- en bluesfestival met wereldsterren als de Grammywinnaars Tinariwen en Bono. In de hotels was alcohol vrij verkrijgbaar en niet alleen voor westerse toeristen.

Dit alles is fitna in de ogen van de salafistische strijders van Ansar ud-Din en Al-Qaeda: anarchie, bandeloosheid en verval. Zij zien het als hun heilige taak om met de invoering van hun sharia morele orde en recht te brengen in een stad die zich islamitisch noemt, maar dat in hun ogen niet meer is. Net als op andere plaatsen waar salafi’s de ‘sharia’ invoeren, zijn publiek uitgevoerde lijfstraffen en de vernieling van ‘heidense monumenten’ – denk aan de Boeddha’s van Bamyan – hierbij belangrijke symbolische daden, maar er is meer.

Na de verovering van de stad maakte Ansar ud-Din een telefoonnummer bekend dat mensen konden bellen als zij het slachtoffer waren van diefstal of plundering. Alle geplunderde goederen werden teruggegeven aan de eigenaars. Privébezit is voor de salafisten net zo heilig als voor de aanhangers van de westerse, liberale vrijemarktideologie. Dit is geen wonder. Een deel van die vrijemarktideologie is direct ontleend aan de islam. Delen van het oude Europese contractrecht zijn direct overgenomen uit de sharia. Waarom willen wij dat niet weten, maar wel dat van die zweepslagen?

Wij blijven behoefte houden aan een ‘ander’ om ons zelfbeeld te verscherpen. Eeuwenlang was dit ‘het Oosten’ of ‘de islam’. Na een korte pauze waarin we ons zorgen maakten om ‘het rode gevaar’ is ‘de islam’ al ruim twintig jaar terug in zijn rol.

Met de Europese integratie neemt het belang van deze rol alleen maar toe, maar ook moeten we die oosterse ander steeds verder weg zoeken. We ontdekten met de Balkanoorlogen dat er, behalve islamitische migranten, ook inheemse Europese moslims bestonden. Met de opname van Malta in de Europese Unie werd het Arabisch, de taal van de inheemse bevolking, officieel een Europese taal en ondanks voortdurend protest, juist omdat het moslims zouden zijn, blijft Turkije een kanshebber op lidmaatschap van de EU. En dan is er de Arabische Lente, die ons duidelijk maakt dat moslims ook graag vrij zijn en democratisch worden geregeerd, al is het dan bij voorkeur door andere moslims, een idee dat sommigen in Europa en de Verenigde Staten met argwaan bekijken.

‘De islam’ en ‘het Oosten’ zijn een nabije en ongemakkelijke ander geworden. Gelukkig bedient Ansar ud-Din ons vanuit het verre, mysterieuze, maar op het web aangesloten Timboektoe op onze wenken, met zweepslagen en vernieling.

Moeten we die salafisten dan maar negeren? Nee. Wel zou ik graag meer aandacht zien voor een breder kader, en niet alleen spectaculaire beelden en verhalen uit Timboektoe, temeer daar dit laatste precies is wat de mujahedeen willen.

De situatie in Mali is te ernstig om alleen maar te kijken naar kapotte graven.

Baz Lecocq doceert Afrikaanse geschiedenis aan de Universiteit Gent en is gespecialiseerd in de politieke geschiedenis van de Sahel en Sahara.