Rebellie tegen Cameron om Hogerhuis

De hervorming van het Britse Hogerhuis gaat voorlopig niet door. Een woedende premier Cameron wist het verzet van 91 rebellerende partijgenoten niet te breken.

De Franse president François Hollande inspecteert een erewacht in Londen, waar hij sprak met premier Cameron over de toekomst van Europa. Hollande pleitte voor een Europa van twee snelheden. Cameron waarschuwde dat belastingverhoging Fransen naar Groot-Brittannië zal jagen. Foto Reuters

Uit vrees voor een grote nederlaag in het parlement heeft de Britse coalitieregering gisteren plannen om het Hogerhuis te hervormen, uitgesteld. Daarmee is de kans verkeken dat de hervorming is geregeld voor de verkiezingen die staan gepland voor 2015.

Vooral voor de Liberaal-Democraten, die het werk van hun liberale voorgangers van een eeuw geleden wilden afmaken en van het Hogerhuis een gekozen Kamer wilden maken, is dat een grote klap.

Maar 91 Conservatieve Lagerhuisleden lagen dusdanig dwars dat de regering zich gewonnen moest geven. Premier Cameron kon het zich niet veroorloven een dergelijke stemming te verliezen. Het zou niet alleen gezichtsverlies betekenen, maar ook zijn macht binnen de Conservatieve partij hebben aangetast – de opstandelingen zijn immers Tories en het is een grotere groep dan zich in oktober tegen het regeringsbeleid over Europa keerde.

De hervorming is eenvoudig maar ingrijpend: een Hogerhuis met 450 leden, van wie 80 procent wordt gekozen voor een termijn van vijftien jaar. Nu is er geen maximum aan het aantal Lords (het zijn er 782) en wordt de meerderheid benoemd. Het zou de tweede grote hervorming worden, nadat de regering-Blair in 1999 een einde maakte aan het overerven van het lidmaatschap voor adellijke Hogerhuisleden.

De drie grote partijen beloofden elk in hun verkiezingsprogramma het Hogerhuis te hervormen. Toen na twee dagen van debat het voorstel in stemming werd gebracht, bleek dan ook dat 462 Lagerhuisleden, verdeeld over alle partijen, er mee instemden (124 waren tegen) om te beginnen met het hervormingsproces.

Dat had voldoende moeten zijn. Maar de regering had een tweede motie ter stemming ingebracht. Ze wilde slechts tien dagen debatteren over hoe de hervorming nu wettelijk geregeld moet worden. Opnieuw waren de rebellen tegen: zij eisten onbeperkte spreektijd. Maar ditmaal werden ze gesteund door de oppositie – waardoor de tegenstanders een meerderheid hadden. De regering koos ervoor die nederlaag te voorkomen, en trok de motie in.

Zonder een beperking van de spreektijd hebben de tegenstanders de kans het wetsvoorstel danig te veranderen of kapot te praten. Of, en dat zal grotere schade aanrichten, ze kunnen zo lang dwarsliggen dat elk ander wetsvoorstel wordt getraineerd en het voorstel het Hogerhuis – dat ook nog moet stemmen over het eigen lot – niet eens bereikt.

Tijdens het reces zal worden geprobeerd de rebellen om te praten. Maar hun oppositie is principieel, niet politiek. Ze vrezen dat een gekozen Hogerhuis de suprematie van het Lagerhuis zal aantasten.