Poolparty’s met champagne - elite in Syrië heeft veel te verliezen

Een poolparty in Damascus eind vorige maand. Foto Screenshot Deborah de Luca deejay

Burgeroorlog of niet, ruim 10.000 doden of niet, in de rijke delen van hoofdstad Damascus viert de Syrische elite nog altijd volop het leven. Journaliste Janine di Giovanni van het Amerikaanse Newsweek nam een kijkje en beschrijft wat zij er zag.

En zij zag onder meer: feestjes rond het zwembad van het Dama Rose Hotel, inclusief champagne, waterpistolen en een hoop rijke, mooie Syriërs. Vooral Alawieten (president Bashar Assad is een sjiietische Alawiet), christenen, maar ook seculiere soennieten.

Voor hen betekent het regime van Assad vooral stabiliteit, schrijft Di Giovanni. Ze zijn bang dat als de oppositie de strijd in Syrië wint, het land met veel strengere religieuze regels van doen krijgt.

Janine di Giovanni vertelt over haar observaties in Damascus:

Syrië is een schizofreen land geworden

Syrië, concludeert Di Giovanni, een van de meest gerenommeerde journalisten op het gebied van de mensenrechten, is een schizofrene staat geworden waar de leefwerelden van verschillende bevolkingsgroepen volstrekt van elkaar gescheiden zijn. Ze schrijft:

“Er zijn dagelijkse gevechten in buitenwijken als Douma en Barzeh, en volgens mensenrechtenorganisaties worden momenteel meer dan 35.000 mensen in Syrische gevangenissen vastgehouden. Maar verderop leeft een klasse van Assad-aanhangers voor wie het dagelijks leven - inclusief poolparty’s - gewoon doorgaat, ook al staat de skyline [van Damascus] in brand. Alsof de oorlog op een andere plek plaatsvindt drinken zij champagne in de wijk Mezzah, nemen zij deel aan glamourfotoshoots en kopen zij Versace en Missoni bij luxe boetieks langs de Shruki al Quatli. Ondanks de gewapende controleposten in de stad en het risico op ontvoeringen gaan sommigen nog steeds gewoon ‘s nachts uit: naar de opera, op bezoek bij vrienden voor een etentje of naar uitbundige bruiloften in het dure restaurant Le Jardin.”

‘We horen de schoten wel - maar ze lijken erg ver weg’

Vier jaar geleden werd Damascus door UNESCO nog bestempeld als de culturele hoofdstad van de Arabische wereld - en duizenden doden of niet, de elite van de stad lijkt te weigeren die titel af te staan. Alleen op fluistertoon hoort Di Giovanni de Syriërs in de rijke wijken praten over bommen en gevechten, over het feit dat zij explosies, machinegeweren en helikopters hebben gehoord.

Het is een breed gedeeld geloof dat de bommen en chaos in het land - verderop in hun stad zelfs nota bene - acties zijn van buitenlandse strijders. Radicale salafisten zijn het, strijders die van Syrië een fundamentalistisch islamitische staat willen maken. Alleen Assad en Rusland beschermen hen tegen deze oprukkende religieuze extremiteit, klagen leden van de Syrische bovenklasse tegen Di Giovanni.

En daarbij: waarom zouden Syriërs les in democratie moeten krijgen van uitgerekend Saoedi-Arabië? Dat vraagt iemand in het verhaal van Di Giovanni zich af. “Die laten vrouwen niet eens autorijden.” Een zakenman vertelt dat hij nog gewoon elke dag een rondje hardloopt. En bang is hij niet, uiteraard niet, want zegt hij:

We horen de schoten wel op de achtergrond - maar die lijken heel ver weg.”

Lees het hele verhaal van Janine di Giovanni in Newsweek hier.