'Ouderen hebben voorbije jaren het meest ingeleverd'

De aanleiding

Bij de Tweede Kamerverkiezingen op 12 september doet er voor het eerst sinds 2002 weer een ouderenpartij mee. Lijsttrekker van 50Plus is Henk Krol, oud-hoofdredacteur van de Gay Krant. Hij ging vorige week op Radio1 in debat met Niki van Thiel, voorzitter van D66-jongerenbeweging Jonge Democraten. Zij vindt dat ouderen moeten meebetalen aan de kosten van de vergrijzing. Krol vindt het te vroeg om daarover te praten. „We moeten nu kijken naar de noden van de mensen die ouder zijn en die de afgelopen jaren het meest, het meest, van alle bevolkingsgroepen hebben moeten inleveren, tot wel 10 procent toe”, zei Krol met overslaande stem. Pek van Andel uit Feerwerd vroeg next.checkt of ouderen de afgelopen jaren inderdaad het meest van alle bevolkingsgroepen hebben ingeleverd.

Interpretaties

De eerste vraag is: wat is een oudere? De partij van Krol heet 50Plus. In de overheidsstatistieken worden niet zij, maar alleen 65-plussers als ouderen gezien, omdat de pensioenleeftijd op 65 jaar ligt. Bij navraag vertelt Krol dat hij ook 65-plussers bedoelde. „Zij krijgen door de crisis kortingen op hun pensioenen.” Krol is aan de telefoon wel minder stellig dan hij op de radio was. Hij stelt nu dat zijn bewering over ouderen ten opzichte van andere groepen „naar alle waarschijnlijkheid” waar is. „In individuele gevallen geldt het zeker. Minister Kamp (Sociale Zaken, red.) praat over gemiddelden. Ja, dan valt het misschien mee. Maar ik kom thuis bij ouderen die vanaf hun zestiende hebben gewerkt en zich nu geen stukje vlees meer kunnen veroorloven.”

Omdat Krol op de radio de 65-plussers afzette tegen andere groepen ontkomen wij er niet aan bij de beoordeling van zijn uitspraak ook te kijken naar gemiddelden. Anders zijn de groepen niet te vergelijken. Voor het tweede deel van zijn bewering, over koopkrachtverlies dat soms wel 10 procent bedraagt, bekijken we ook hoe het specifieke groepen 65-plussers de voorbije jaren is vergaan. We kijken daarvoor naar de ‘crisisjaren’, oftewel van 2008 tot nu.

En, klopt het?

Zoals Henk Krol al aangaf, kan er op verschillende manieren naar koopkracht worden gekeken. Het Sociaal en Cultureel Planbureau keek in het onderzoek De sociale staat van Nederland 2011 naar de ontwikkeling van de gemiddelde koopkracht bij diverse bevolkings- en leeftijdsgroepen. Daaruit blijkt dat de gemiddelde inkomens van ouderen in de jaren ervoor gemiddeld sterker waren gestegen dan die van veel andere groepen. Door hogere AOW-uitkeringen, maar ook doordat pas gepensioneerden vaak een hoger aanvullend pensioen krijgen dan inmiddels overleden ouderen ontvingen. Daardoor stijgt het gemiddelde inkomen. Als we puur naar het gemiddelde inkomen van alle 65plussers kijken, klopt de bewering van Krol dus niet.

Het Centraal Planbureau (CPB) vergelijkt de koopkracht van standaardhuishoudens. Dat biedt meer inzicht in individuele gevallen. Hieruit blijkt dat een alleenstaande oudere met alleen AOW over de periode 2008 - 2012 nauwelijks koopkracht inleverde: 0,1 procent. Bij een stel met alleen AOW was de daling in die vier jaar 1,7 procent. Vergeleken met andere groepen is dat ook nog ondergemiddeld. Over alle huishoudenstypen was dat gemiddelde namelijk 1,8 procent. Ook als we naar het gemiddelde inkomen kijken van ouderen met alleen AOW klopt de bewering van Krol dus niet.

Dan de ouderen die naast hun AOW ook aanvullend pensioen ontvangen. Door de crisis zijn die aanvullende pensioenen de voorbije jaren amper gecompenseerd voor inflatie, waardoor prijsstijgingen de koopkracht aantastten. Iemand met jaarlijks 10.000 euro aanvullend pensioen moest van 2008 tot en met dit jaar 2,4 procent koopkracht inleveren. Voor een stel was dat 2,9 procent. Dat is een flinke daling, maar niet de grootste. Een alleenverdiener met kinderen die twee keer modaal verdiende, ging er in die periode met 5,4 procent op achteruit. Ook als we naar het gemiddelde inkomen kijken van ouderen met AOW én aanvullend pensioen klopt de bewering van Krol dus niet.

Toch kan het inkomen van 65plussers in individuele gevallen tot wel 10 procent zijn gedaald. Bij diverse pensioenfondsen is afgelopen april nog een pensioenkorting van zeven procent doorgevoerd. In de voorgaande jaren zal daar waarschijnlijk geen compensatie voor inflatie hebben plaatsgevonden. In de periode 2008 tot en met dit jaar zijn de prijzen met zo’n 10 procent gestegen. Dus voor mensen bij die specifieke pensioenfondsen is inderdaad een koopkrachtverlies van 10 procent mogelijk.

Conclusie

Lijsttrekker Henk Krol van ouderenpartij 50Plus combineerde vorige week op Radio 1 in één uitspraak twee beweringen. Ten eerste beweerde hij dat ouderen van alle bevolkingsgroepen de voorbije jaren het meest hebben ingeleverd. Het vergelijken van die groepen kan door te kijken naar de gemiddelde koopkrachtverliezen. Dan blijkt dat ouderen in het algemeen, maar ook specifieke groepen ouderen niet diegenen waren die het meest inleverden.

Krol beweerde ook dat ouderen soms tot wel 10 procent hadden moeten inleveren. Voor ouderen met een aanvullend pensioen bij enkele specifieke pensioenfondsen kan dat kloppen. Krols eerste bewering is dus onwaar en de tweede waar.

Wij zien zijn eerste bewering als zijn centrale argument tegen het meebetalen door ouderen aan de vergrijzing. Zijn tweede bewering is daarop een aanvulling. Daarom beoordelen wij Krols gecombineerde bewering ‘dat ouderen de afgelopen jaren het meest moesten inleveren van alle bevolkingsgroepen, tot wel 10 procent’ als grotendeels onwaar.