Moslimbroeders en leger Egypte tasten elkaar af

Nieuwsanalyse.

De liberale activisten zijn in Egypte uit beeld verdwenen. De revolutie is uitgelopen op een machtsstrijd tussen leger en Moslimbroederschap.

De Egyptische activist die met een tijdmachine van 25 januari 2011 naar 11 juli 2012 reist, zou even goed de ogen moeten uitwrijven. Ja, het onvoorstelbare is gebeurd: president Hosni Mubarak is afgetreden en zit nu een levenslange celstraf uit.

Er hebben vrije parlements- en presidentsverkiezingen plaatsgevonden. Dat die de Moslimbroeders aan de macht hebben gebracht is misschien jammer voor sommigen maar op de keper beschouwd niet echt verrassend. Maar wat doen al die aanhangers van de Moslimbroeders dan op zijn Tahrirplein? En waar zijn al de seculieren, de liberalen, de christenen, de Twitterati’s gebleven?

Aanhangers van de nieuwe president, Mohammed Morsi, noemen mensen als de activist nu ‘feloul’, een term waarmee de overblijfselen van Mubaraks regime worden aangeduid. De Moslimbroeders noemen iedereen zo die Morsi niet volop steunt in zijn strijd tegen de rechters om het door het leger ontbonden parlement in ere te herstellen.

Omgekeerd zitten de echte feloul, degenen die men tijdens de presidentsverkiezingen de Shafiqistas is gaan noemen, nu in hetzelfde kamp als de activist. Hun was immers verzekerd dat hun kandidaat, oud-generaal Ahmed Shafiq, de presidentsverkiezingen had gewonnen. Nu geloven zij, net zoals veel activisten, in een geheim akkoord tussen de legerleiding en de Moslimbroederschap om de macht te delen in het nieuwe Egypte. En iedereen heeft de mond vol over het behoeden van de waarden van de revolutie: Morsi, het leger, zelfs de rechters die allemaal nog zijn benoemd door Mubarak.

Een machtsstrijd tussen leger en Moslimbroeders – een constante in de moderne Egyptische geschiedenis – was niet waar de activisten van droomden toen ze op 25 januari 2011 naar het Tahrirplein trokken. De Moslimbroederschap was toen niet eens van de partij. Die kwam pas later, toen het ernaar uitzag dat de opstand ging lukken.

Individuele jonge broeders vochten wel mee op het plein, en een deel van hen zou later uit de organisatie worden gezet. Voor hen was de revolutie ook een revolutie tegen het eigen verstarde leiderschap. Inmiddels hebben die jonge broeders zich wel opnieuw bij de rest op het Tahrirplein gevoegd. Eens een Moslimbroeder, altijd een Moslimbroeder.

En de activisten van het eerste uur? Die zitten nu samen op de bank met de shafiqistas. Zij zijn de verafschuwde Hezb al-Kanaba ( partij van de sofa) geworden: zij die de gebeurtenissen op afstand gadeslaan en becommentariëren zonder er zelf een rol in te spelen.

Dat is wel een beetje hun eigen fout. Men kan zich afvragen of er vandaag niet veel meer liberalen en linkse mensen op het Tahrirplein hadden gestaan om samen met de Moslimbroeders de heropening van het parlement te eisen als dat parlement niet voor 73,9 procent werd gecontroleerd door fundamentalisten.

Maar het links-liberale kamp was het altijd onderling oneens. Dat was zo bij de parlementsverkiezingen en het was niet anders bij de presidentsverkiezingen.

De komende weken en maanden worden voor de Egyptenaren een stoomcursus in grondwettelijk recht. Het lijkt wel alsof er elke dag een nieuwe rechtbank zich in het debat mengt.

Voorspellingen doen in Egypte is gevaarlijk, maar tot straatgeweld komt het wellicht niet. Wat er nu gebeurt is dat de voornaamste spelers in het machtsspel elkaar aftasten. Het parlement is bijeen geweest: een overwinning voor de Moslimbroederschap. Maar het is na vijf minuten alweer uiteengegaan: een teken dat dit in de eerste plaats onderhandelingstactiek is.

De gewone Egyptenaar bereidt zich inmiddels voor op een snikhete ramadan, de islamitische vastenmaand die over tien dagen begint. Dat wil zeggen: prijsstijgingen, stroompannes, en brandstoftekorten. Allemaal zaken die zeker evenveel aandacht verdienen als het heropenen van een parlement dat vooral bekend stond om het weinige dat het in zijn bestaan gedaan kreeg.