Moeten Rabo’s zich minder richten op de Tour?

Volgens ploegleider Adri van Houwelingen van Rabobank moet zijn ploeg zich richten op kleinere rittenkoersen dan de Tour, waar succes telkens uitblijft. Heeft hij gelijk?

Theo de Rooij, ex-ploegleider en ex-manager Rabobank: „Als je oog hebt voor de juiste nuance heeft Adri van Houwelingen met zijn opmerkingen de realiteit geschetst. Bauke Mollema en Robert Kruijswijk zijn jonge renners, die goede dingen hebben laten zien in Giro en Vuelta. Maar veel hebben ze nog niet gewonnen. Dan praat je naast fysieke kwaliteiten over leepheid en killersinstinct. Dat moet je eerst in kleine wedstrijden leren, voordat je op het allerhoogste niveau in de Tour roept dat je voor een ritzege gaat. Je kunt niet een paar klassen overslaan. Maar ze mogen als klassementsrenner best richting de top tien denken. Dus is het onzin de Tour over te slaan, dat heeft Adri ook niet gezegd. Maar voor een klassement rijden is iets anders dan winnen. Robert Gesink heeft getoond dat hij als klimmer koersen kan afmaken. Van hem verwacht ik nog iets moois.”

Egon van Kessel, ex-bondscoach: „Ik ben het helemaal eens met de uitlatingen van Adri van Houwelingen. Laat Robert Gesink zich volgend jaar eerst richten op de Ronde van Italië of de Ronde van Zwitserland. Daar doe je vertrouwen op dat je nodig hebt in de Tour. Wat heeft Rabo gewonnen dit voorjaar? Als er geen structurele veranderingen komen bij de technische leiding, blijft het de komende jaren bij dromen. Het is dodelijk om altijd het personeel uit de eigen vijver te rekruteren. En Rabobank zit zichzelf dwars met de opleidingsploeg. Die renners hebben de beste begeleiding, maar worden later voorbijgereden. Ze kunnen het verwachtingspatroon niet meer waarmaken. Laat ze eerst eens een baantje zoeken, en op later leeftijd prof worden.”

Henk Lubberding, meesterknecht oud-wielerkampioenen Raas, Zoetemelk en Knetemann: „Onbegrijpelijk dat Rabobank zich minder wil focussen op de Tour. Dan zijn we terug bij af. In de kleine koersen, zoals de Ronde van de Algarve, leid je jonge wielrenners op, maar daar ga je geen doel van maken. Wel moeten ze bij Rabo de doelen bijstellen. Ga alleen voor ritwinst. En als je écht goed bent, dan doe je ook mee in het klassement. Het is onbegrijpelijk dat Kruijswijk als één van de drie kopmannen is meegegaan. Aan twee beschermde renners heb je je handen vol. Ik mis ook een stukje mentaliteit: bij de renners en de ploegleiding. Bij de valpartij zag je dat ook: de meesterknechten zaten allemaal achterin. Op dat punt valt hen het nodige te verwijten.”

Leo van Vliet, ritwinnaar in Tour van 1979, nu bondscoach: „Bij Rabobank staat alles in het teken van de Tour. Sommige wedstrijden zijn voorbereiding op de voorbereiding op de voorbereiding op de Tour. Laat een ‘derde kopman’ als Kruijswijk dan niet op hoogtestage gaan, maar in perfecte conditie aan de start komen in de Dauphiné. Dan rijdt hij niet om een tiende plaats, maar doet hij misschien mee om het klassement. Zo kweek je vertrouwen. Zelf ben ik van de harde aanpak, en ik denk soms wel eens dat dit bij Rabobank ook nodig is. Zoetemelk viel vroeger ook, maar ging altijd zonder morren verder. Het mag niet zo zijn dat ze elkaar zielig vinden. De verwachtingen van Gesink, Mollema en Kruijswijk zijn niet te hoog. Ze hebben al laten zien een klassement te kunnen rijden. Ik wil de valpartij niet onderschatten, die heeft echt gevolgen gehad. Pure pech dat ze er alle drie bij lagen. Met een etappezege is alles morgen weer vergeten.”

Maarten den Bakker, ex-Raborenner, negenvoudig Tourdeelnemer: „Ik weet het zeker: het is misgegaan met de hoogtestage, die is volledig verkeerd uitgepakt. Je kunt toch niet zo goed rijden en dan vervolgens door het ijs zakken. Een hoogtestage is een te groot risico, vlak voor zo’n belangrijke wedstrijd. De kopmannen hebben het talent om een klassement in de Tour de rijden. Dat hebben ze al genoeg bewezen in andere koersen. Maar Van Houwelingen is een schreeuwende in de woestijn. Voor hem heb ik groot respect, maar bij het management zitten mensen met een plaat voor de kop, nog dikker dan ze hier in de haven gebruiken. Ze zitten maar in dat stoffige, nuffige kantoor, maar ondertussen mist de team de uitstraling en grinta die het zo hard nodig heeft.”

en