Minder levensbeëindiging zonder verzoek patiënt

Sinds de invoering van de Euthanasiewet in 2002 komt het veel minder vaak voor dat artsen het leven van een patiënt beëindigen zonder uitdrukkelijk verzoek van die patiënt. In 2001 stierven nog ongeveer 950 mensen door ‘levensbeëindigend handelen’ van de arts zonder dat zij daarom hadden verzocht. In 2010 gebeurde dat nog maar zo’n 300 keer.

Het aantal gevallen van actieve levenbeëindiging op verzoek bleef sinds de invoering van de wet ongeveer gelijk. De angst onder tegenstanders van legale euthanasie dat het door de wet veel vaker voor zou komen, blijkt ongegrond.

Dat blijkt uit onderzoek van drie academische ziekenhuizen en het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat vandaag is gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift The Lancet. Het onderzoek wordt sinds 1990 elke vijf jaar herhaald en is gebaseerd op door artsen ingevulde vragenlijsten.

Onderzoeksleider Bregje Onwuteaka-Philipsen van het VU Medisch Centrum denkt dat door de wet de openheid rond euthanasie is toegenomen. „Er kan tijdig over gepraat worden.” Ingrijpen zonder verzoek van de patiënt is dan niet meer nodig. Daarnaast is de palliatieve zorg voor terminale patiënten verbeterd. „Daardoor komen artsen misschien met betere oplossingen om het lijden te verzachten.”

In 2010 stierven in Nederland 4.050 mensen na euthanasie, 2,9 procent van alle sterfgevallen. Dit aandeel was in 2001 ongeveer even hoog (2,8), en in 2005 lager (1,8). Acht op de tien euthanasiegevallen betreffen mensen met kanker. Voor alle overledenen is dat drie op de tien.

Door de Euthanasiewet werd het onder strikte voorwaarden legaal euthanasie toe te passen. Het verzoek van de patiënt moet vrijwillig en weloverwogen zijn en er moet sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Er mag geen alternatieve behandeling meer zijn. Euthanasie is wereldwijd nog zeer omstreden. Alleen België, Luxemburg en drie Amerikaanse staten hebben ook een euthanasiewet. Zwitserland kent een wet voor hulp bij zelfdoding.

In Nederland ligt aan meer dan de helft van alle sterfgevallen een medische beslissing ten grondslag, blijkt uit het vandaag verschenen onderzoek. Meestal gaat het om het niet instellen of staken van een behandeling, of intensivering van de pijnbestrijding. De onderzoekers vroegen artsen ook of zij in dat laatste geval de kans op sneller overlijden bespreken met de patiënt. Dat blijkt in 38 procent van de gevallen te gebeuren.