Met Bijbel of uzi het land verdedigen

In Israël woedt een felle discussie over de vraag of ultra-orthodoxen ook in dienst moeten. De haredim zijn nu vrijgesteld maar het Hooggerechtshof heeft de desbetreffende wet geschrapt.

In Tel Aviv is deze zomer, wederom, kort de mode. Spijkerbroeken worden zo hoog afgeknipt dat halve billen zichtbaar zijn. Een liefhebster van deze dracht is Kim Azogui, die erin langs het strand wandelt. Haar t-shirt heeft ze opgeknoopt, opdat haar navel te zien is. Ze is 18 jaar. „Legerleeftijd”, zegt de Israëlische.

Maar Azogui dient niet in het Israëlische leger. Ze verhuist naar New York en wil daar graag met Amerikaanse leeftijdsgenoten studeren. Maar dat haar ultra-orthodoxe leeftijdsgenoten niet in Israël willen dienen vindt ze „hypocriet”, want: „zij wonen hier en krijgen bijstand van de staat”.

In de begindagen van de staat Israël, ruim zestig jaar geleden, beloofde toenmalig premier Ben Gurion ultra-orthodoxe leiders dat hun achterban in de dienstplichtige leeftijd die op een religieuze school (yeshiva) de Thora bestudeerde, niet in het leger hoefde. Destijds ging het om zo’n 400 Bijbelstudenten. Nu zijn er ruim 60.000.

De ultra-orthodoxen – of haredim: zij die trillen (voor God) – vormen door hun hoge kindertal inmiddels 10 procent van de Israëlische bevolking van 7 miljoen. Ze hebben relatief veel invloed omdat hun politieke partijen sinds jaar en dag meeregeren. Die partijen dreigen met deze traditie te breken als de huidige premier, Benjamin Netanyahu, besluit de ultra-orthodoxen dienstplicht op te leggen.

Netanyahu moet echter iets doen, want het Hooggerechtshof heeft bepaald dat de uitzonderingswet illegaal is en voor 1 augustus moet worden vervangen.

Over de nieuwe wet wordt in Israël al weken gediscussieerd, waarbij de emoties hoog oplopen. Niet omdat het leger voor het handhaven van de veiligheid handen te kort komt, nee, het is een morele discussie, die tevens raakt aan de portemonnee.

Omdat de meeste ultra-orthodoxe mannen door hun levenslange Bijbelstudie niet werken, leeft de helft van de haredim in armoede. Veel families ontvangen een uitkering. Afgelopen zomer protesteerden 400.000 demonstranten in Tel Aviv onder andere wegens de – in hun ogen – oneerlijke verdeling van de kosten en de baten tussen seculieren en haredim.

Om die ongelijkheid op te heffen wil volgens een recente peiling 93 procent van de niet-haredische bevolking dat de haredim in het leger dienen. Seculiere ouders begrijpen niet waarom hun kinderen wel risico moeten lopen om als soldaat te sneuvelen, en de ultra-orthodoxen niet.

Tussen de ‘trillenden’ en de goddelozen is weinig contact. De haredim hebben aparte scholen, winkels, wijken.

In de fletse buitenwijk Bnei Brak, amper vijf kilometer van het Tel Avivse strand, dragen de vrouwen ook boven de 30 graden Celsius dikke kousen en lange mouwen. Hier huist haast in elk blok een yeshiva. Bleke jongemannen in zwarte jassen snellen voorovergebogen tussen school en synagoge. Ze ogen niet als profiteurs, maar sjofel.

Moses Stein, een 19-jarige student met vlasbaard, legt uit waarom hij en zijn medeleerlingen hun yeshiva niet willen verruilen voor een kazerne. „In het leger gelden vrije omgangsvormen.” Hij bedoelt omgang met vrouwen? Stein knikt verlegen. Haredische mannen hebben immers in principe alleen contact met hun eigen vrouw.

Bovendien, zegt Moses Stein, ondersteunen sommigen de staat Israël niet omdat die pas zou mogen worden gesticht nadat de Messias is gekomen. „Daarom zijn we geen zionisten, al wonen we hier.” Leden van een haredische sekte spoten vorige maand de tekst: ‘Hitler, dank voor de fantastische Holocaust’ op Israëls voornaamste gedenkteken voor de moord op miljoenen joden.

Er zijn echter ook veel haredim die Israël erkennen en belasting betalen. Een enkeling dient zelfs vrijwillig. Het leger heeft speciale eenheden voor haredische mannen, die rusten met de sabbat en strikt kosher eten. Ultra-orthodoxe vrouwen mogen in het leger een rok dragen, mannen een baard.

Maar dat zijn bijzaken, zegt Zvi Koehler, rabbijn in Bnei Brak. „De voornaamste reden waarom wij niet willen dienen is omdat wij denken dat we de staat beter verdedigen als we de Bijbel leren. Hoe is anders te verklaren dat Israël, met zoveel vijanden, nog bestaat? Als wij stoppen met studeren, ontstaat er een spiritueel vacuüm en dat is een veel groter gevaar dan alle bommen bij elkaar.”

Rabbijn Koehler gelooft bovendien niet dat het leger op de haredim en al hun gewoonten zit te wachten. „Dit is pure symboolpolitiek, een excuus om ons aan te vallen. Wij kunnen niets goed doen. We worden altijd afgeschilderd als parasieten. Seculiere politici hebben ons tot zondebok gemaakt om het grote publiek achter zich te krijgen. Net als vroeger in nazi-Duitsland.”

In Jeruzalem sleutelen politici nog driftig aan een compromis, dat waarschijnlijk ook Palestijnen met een Israëlisch paspoort enige vorm van dienstplicht op zal leggen. Koehler maakt zich echter nog geen zorgen. „Dit is eerder geprobeerd, en nooit gelukt.”

Esther, „zeventien-en-een-half” jaar oud, heeft haar wijde blouse zo hoog mogelijk dichtgeknoopt en lacht als ze de vraag krijgt of ze denkt dat ze binnenkort een uzi omgehangen krijgt.

„Geen schijn van kans”, zegt ze. „Wij joden bestaan om de Thora te bestuderen. Anders vergaan we.”

Maar zij mag als vrouw toch niet naar een yeshiva? „Nee, maar ook niet naar het leger. Volgens de rabbijn is dat geen plek voor zedige vrouwen.”

Hij, ze wijst omhoog, wil het niet. En daarmee is voor Esther de kous af.