Mannen huilen

Davut is vier. Hij houdt van voetbal, verstoppertje spelen en Super Mario op zijn Nintendo DS. Soms denkt hij dat hij Super Mario ís. Dan springt hij rond met een vuistje hoog in de lucht. Davut is de jongte zoon van mijn broer.

Een week geleden brak Super Davut tijdens het speelkwartiertje op de kleuterschool zijn rechtervoet. Dat soort dingen kunnen een spelend kind overkomen. Maar Super Davut is heel stoer. Zo stoer dat hij zijn gebroken voetje bijna een hele dag verzweeg voor zowel zijn juffrouw als voor zijn ouders. Zijn moeder haalde hem op van school, ging daarna snel naar de supermarkt en later, pas na het avondeten, biechtte Super Davut op dat hij pijn aan zijn voet had. Zijn sokje ging uit en plots was daar een klein, paars, opgezwollen voetje. Naar de dokter. Gebroken.

Toen ik klein was zei mijn moeder vaak tegen me: „Echte mannen huilen niet.” En ik, brave zoon die ik was, gehoorzaamde daar natuurlijk aan. Ik probeerde elke traan die ik voelde opkomen weg te slikken. Want ik wilde dolgraag een echte man worden.

Had het daar misschien mee te maken? Dacht Super Davut dat hij, met zijn vier jaar, een echte man moest zijn? Ik hoop het niet. Dat zou namelijk betekenen dat ik dat ook niet ben. Want mij is het uiteindelijk niet gelukt.

Ik ben intussen 30 – toch een beetje de leeftijd van een meneer, nietwaar? – en ik huil om zo’n beetje alles. Ik huil om mooie muziek, een goeie film, bij het afscheid nemen, of bij het weerzien met een goede vriend.

En ik ben niet de enige. Mannen die uit een politieke partij stappen en tijdens de persconferentie huilen. Mannen die op het vliegveld wachten op hun moeder, mannen bij de eerste echo van hun ongeboren kind, mannen die winnen met tennis of van hun fiets vallen: ze huilen allemaal. En het is ook nog eens het eerste dat we doen wanneer we ter wereld komen. Daarin zijn alle mannen en vrouwen gelijk: ze doen aan huilie huilie.

Het schijnt dat hoe rijker een land is, hoe meer er gehuild wordt. Omdat de mensen het zich kunnen permitteren hun gevoelens te tonen. Dus tranen zijn een luxeproduct.

Wanneer ik mij voor het laatst aan deze luxe overgaf?

Zojuist. Toen ik schreef over dat kleine, paarse, opgezwollen voetje.

Dat Super Voetje.