In een liberaal land bepaal je zelf of je donor wordt

Een meerderheid van de bevolking wil dat iedere Nederlander automatisch geregistreerd wordt als donor. Maar dat nieuwe systeem corrumpeert de autonomie van de burger en brengt onverantwoorde risico’s met zich mee, waarschuwt Marcel Zuijderland.

Bijna zestig procent van de Nederlanders meent dat de nieuwe regering een Actief Donor Registratiesysteem (ADR) moet invoeren. Dat blijkt uit een peiling die Maurice de Hond onlangs in opdracht van het burgerplatform 2MH heeft uitgevoerd. Het ADR houdt in dat iedere Nederlander in principe donor is, tenzij men (of de nabestaanden) aangeeft daar bezwaar tegen te hebben. In Nederland kennen we momenteel het systeem waarbij iemand juist zijn actieve toestemming moeten geven donor te worden.

Het is hoogst waarschijnlijk dat de invoering van het ADR tot meer donoren zal leiden. Andere landen in Europa die zo’n systeem hebben, zoals Frankrijk, België, Italië en Spanje, tellen in ieder geval aanzienlijk meer donoren per miljoen inwoners dan Nederland. Maar de vraag is of mensen die op de wachtlijst staan voor een donororgaan geholpen zijn met meer donoren.

Nauwelijks. En dat zal er in de toekomst nog minder op worden. Zelfs niet als heel Nederland ooit donor wordt. Om te beginnen is er door toegenomen verkeersveiligheid steeds minder fataal hersenletsel. Maar vanwege verbeterde neurochirurgische en neuro-intensive-caremogelijkheden worden ook meer verkeersslachtoffers gered. Daarnaast sterven er vanwege die verbeterde mogelijkheden ook nog eens aanzienlijk minder mensen aan hersenbloedingen. Aangezien hersendode patiënten de belangrijkste bron van donororganen zijn in de transplantatiegeneeskunde, zal het tekort in de toekomst alleen maar verder toenemen.

Naast dat het ADR nauwelijks extra donororganen zal opleveren, zijn er ook principiële kanttekeningen te plaatsen bij het systeem. Zo garandeert het systeem weliswaar de autonomie van de burger door de mogelijkheid bezwaar aan te tekenen, maar zet op die wijze wel de verhouding tussen burger en overheid op zijn kop. Het ADR verklaart het stoffelijk overschot van het individu a priori tot staatseigendom, en maakt het de verantwoording van de burger zelf dit te voorkomen indien niet gewenst. Maar in een liberale rechtsstaat dient die niet-wenselijkheid juist het principiële uitgangspunt te zijn. Het is een verantwoordelijkheid van de staat naar de burger, en niet andersom.

Natuurlijk zal menigeen bij invoering van het ADR de vraag donor te worden voor zich uitschuiven. Het gevolg is dat bij zo iemand, na plotseling overlijden, organen worden geoogst terwijl diegene dat misschien helemaal niet had gewild indien hij er wel over na had gedacht. Als iemand geen bezwaar heeft aangetekend dan betekent dat dus geenszins dat hij instemt met het donorschap. Bij dergelijke onzekerheid mag een overheid geen risico’s nemen en moet ze het lichaam van de overledenen ongeschonden laten.

Daarnaast is inmiddels goed bekend hoe traumatisch het voor de nabestaanden kan zijn die net een kind of geliefde hebben verloren om ook nog eens meteen een beslissing te moeten nemen over leven en dood van een ander door wel of niet in te stemmen met het oogsten van de organen. Het ADR impliceert dat nabestaanden, als er door de overledene geen bezwaar is aangetekend, altijd aan die potentieel traumatische beslissing zullen worden blootgesteld. Wellicht had iemand dat zijn familie liever willen besparen. Ook hier geldt dat de overheid een onverantwoord risico neemt zo lang ze geen zekerheid heeft over actieve instemming met het donorschap.

Invoering van het ADR is geen goed idee. Het corrumpeert de autonomie van de burger en brengt onverantwoorde risico’s met zich mee. Bovendien zal het nauwelijks meer donororganen opleveren dan het huidige systeem. Wellicht maken vorderingen in de biotechnologie het ooit mogelijk organen in het laboratorium te kweken. Tot het zover is echter, blijft het huidige systeem het enige juiste om aan organen te komen.