Ik heb geen moment spijt gehad

Ivo Opstelten is sinds gisteren een tevreden minister. De senaat heeft zijn nieuwe politiewet aanvaard. En over het gedoogkabinet is hij ook tevreden. Ondanks de val.

Op het bijzettafeltje in de werkkamer van Ivo Opstelten staat een grote bos bloemen. „Die heb ik gekregen van de burgemeester van Den Haag.” En dat terwijl Jozias van Aartsen de Eerste Kamer nog opriep om tegen de nieuwe politiewet van Opstelten (VVD) te stemmen.

Van Aartsen is niet zomaar iemand: hij is ook voorzitter van het korpsbeheerdersberaad. Maar volgens de minister van Veiligheid en Justitie sprak Van Aartsen op persoonlijke titel: „It’s all in the game, dat mag hij doen. Dat waardeer ik zeer. Het is nu door de Eerste Kamer. Dus dan is het pats, over, en krijg ik bloemen. Dat kan in dit land.”

Minister Opstelten (68) is in zijn nopjes. Ondanks de val van het kabinet heeft hij gisteren een belangrijke wet door het parlement gekregen: de huidige 26 politiekorpsen gaan definitief op in één nationaal korps, vanaf januari volgend jaar. Die nationale politie moet tot méér blauw op straat leiden, en minder bureaucratie.

Critici zeggen dat burgemeesters te weinig bevoegdheid overhouden om de orde in hun gemeente te handhaven.

„Mag ik het zo zeggen? Ik ben jarenlang burgemeester geweest, dat zit in mijn genen. Daarom was ik altijd tegenstander. Maar ik ben langzamerhand voorstander van een nationale politie geworden, door voortschrijdend inzicht. Ver voordat ik minister werd, hoor. Het huidige bestel is totaal op. Die 26 verschillende korpsen kan je wel laten samenwerken, maar er komt geen power uit. Je ziet het bij de ICT, er is te veel overhead. Het is veel te bureaucratisch.”

De rijksoverheid blijkt keer op keer grote problemen te hebben met ICT. Waarom zou u het beter doen?

„Ik kan niet wachten om de pijnlijke besluiten te nemen die genomen moeten worden. Daar zit ik dus niet mee. We moeten één systeem kiezen, en dat moet stabiel zijn.”

Kunt u garanderen dat u die ICT-problemen bij de politie oplost?

„Een bestuurder die honderd procent garantie geeft, vind ik niet serieus te nemen. Die zal ook nooit op deze post terechtkomen. Toen ik die aap op mijn schouder nam, nam ik wel een risico. Ik wil er op afgerekend worden. Ik ga het waarmaken.”

De korpschefs werkten jarenlang niet goed samen, en zij moeten nu de nationale politie invoeren. Vindt u het gek dat de politiemensen weinig vertrouwen hebben in hun chefs?

„Nee, dat begrijp ik. En inderdaad: we moeten het vertrouwen herstellen. De diender op straat moet weer trots zijn op zijn baas.”

Kunnen dat volgens u dezelfde personen zijn?

„Ja, dat moet kunnen. Maar dat gaan we goed tegen het licht houden.”

Dus als het ze niet lukt, moeten ze toch opstappen?

„Nou ja, zulke dingen heb je altijd in het leven. Maar ik heb vertrouwen in ons kwartiermakersgilde. Het wordt een gigantische klus voor ze, en dat met een minister die volstrekt helder is in wat hij wil.”

De minister van Veiligheid en Justitie heeft straks het beheer over de agenten. De burgemeesters verliezen hun oude rol als korpsbeheerder. Tegelijk benadrukt Opstelten steeds dat burgemeesters en lokale agenten het beste weten wat er in hun buurten speelt, en dat zij dus bepalen wáár agenten worden ingezet.

Toch staat u straks als politiebaas bij elk akkefietje in de Tweede Kamer uit te leggen wat er misging.

Opstelten schudt zijn hoofd. „Nee, ik ga straks niet over zaken waarvoor de burgemeesters verantwoordelijk zijn. Ik vind het leuk om in de Kamer te komen, maar als het niet gepast is dat ik daar kom, dan zal ik dat ook zeggen. De burgemeester houdt zijn lokale gezag.”

Een ander doel van dit kabinet was strenger straffen. Maar willen burgers dat? Volgens onderzoek zouden ze niet strenger straffen dan rechters nu doen.

„Nou, nou, er zijn wel rapporten die dat zeggen, maar daar ben ik het niet altijd mee eens. De burger wil wél strengere straffen. Zoals bij agressie, geweld en intimidatie tegen de autoriteit op straat, tegen de politie, conducteurs of ambulancemensen.”

Moeten de straffen voor geweld tegen hulpverleners verder omhoog?

„Nee, ik heb gezegd dat die 200 procent van de normale strafmaat moet zijn. Dat heb ik in week één ingevoerd. Nu moeten we controleren of dat gebeurt. Dit is een voorbeeld van gevallen waarin de burger absoluut strengere en hogere straffen wil.”

Opstelten was als informateur wegbereider van een gedoogconstructie die maar anderhalf jaar standhield. Hij sprak nooit over die rol, omdat hij dat niet vond passen bij zijn ministerschap. Nu zegt hij met „buitengewoon veel genoegen” op het kabinet terug te kijken. „Ik kijk ook vooruit. Er is nog veel te doen. Laat ik dat zeggen.”

U bent tevreden met een mislukte constructie?

„Ik vind mislukt een verkeerde term. Ja, het kabinet is gevallen, dat is vervelend. En ik had het niet verwacht.”

Heeft u de situatie in 2010 verkeerd ingeschat?

„Nee, dat heb ik niet. Dit vindt u misschien teleurstellend, maar ik ben ook niet zo dat ik enorm reflectie zit te plegen. Op dat moment was ik overtuigd dat dit kabinet de enige mogelijkheid was om te regeren. Laten we heel duidelijk zijn: 18 miljard euro bezuinigen was alleen mogelijk met de PVV als gedoogpartner.”

Van terugkijken kan een mens leren.

„Nou ja, nee, ik kijk gewoon vooruit. Je kunt terugkijken, maar ik hoef niet al mijn reflecties met anderen te delen. Ik heb geen moment spijt gehad van hetgeen ik toen heb gedaan, dat wil ik wel een keer publiekelijk herhalen. Geen moment. Maar ik vind het wel buitengewoon spijtig dat het zo gelopen is. Dat wel. En ik moet zeggen, we hebben zeer goed samengewerkt, binnen de coalitie en met de gedoogpartner. Absoluut.”

Bij de vorige verkiezingen voorspelde u 35 zetels voor de VVD. Het werden er 31. Wat zegt u nu?

„Laat ik nu niet... Nou ja, ik ben zeer optimistisch. Realistisch optimistisch, maar ik voorspel wel dat we een goede uitslag halen. Ik zou minstens 35 zeggen. Ja, ik denk... Het worden spannende verkiezingen.”

En u gaat door in een volgend kabinet, als minister van Veiligheid en Justitie?

„Wat een vráág. Ik was ervan uitgegaan dat ik rustig mijn werk tot 2015 kon doen, en het is nu pas 2012!”