Iedereen wil weg

Meer Iraniërs verlaten hun land nu dan direct na de islamitische revolutie. Het leven wordt door de sancties steeds duurder en er is geen vrijheid.

Het is zomer. Het is heet in de Iraanse hoofdstad. Op de staatstelevisie zegt een man in legeruniform dat Iran Tel Aviv in de as kan leggen. Buiten bij een winkelcentrum dat nog wat vertier biedt, wacht de kledingpolitie. Een pak muesli kost sinds enkele weken omgerekend acht euro, door de sancties, net nu Elnaz (25) met een nieuw dieet is begonnen.

„Wat een shitzomer”, zegt ze.

Op Instragram, een app op haar iPhone waarmee je foto’s kan delen, komen beelden binnen van haar geëmigreerde Iraanse vrienden in Canada, Maleisië en Dubai. Ze proosten met cocktails in tropische zwembaden, dansen in clubs en lachen met hun vrienden op groene universiteitscampussen.

Elnaz legt haar telefoon weg, trekt haar verplichte hoofddoek recht en propt haar geblondeerde haar onder het textiel.

„Ik moet weg hier”, concludeert ze. „Dit is geen leven.”

Nog nooit waren de Iraniërs zich zo bewust van hun groeiende isolement als nu. Een Europese olieboycot en een verbod op het verzekeren van olietankers die Iraanse olie transporteren zijn slechts de laatste stappen in het westerse cordon rondom Iran.

Maar het wordt ook steeds moeilijker visa te krijgen. De Nederlandse ambassade is het zes maanden wachten voordat ze een afspraak krijgen. Als ze het zich al kunnen veroorloven om naar het buitenland te gaan, nu de rial bijna de helft in waarde is gedaald ten opzichte van de dollar.

Juist de reizen naar het buitenland, naar Dubai, de Turkse stranden en ook Europa, hebben de afgelopen tien jaar de ogen van velen geopend. De staatstelevisie mag dan beweren dat alles slechter is over de grenzen, reizende Iraniërs zien daar glazen wolkenkrabbers, vrijheid en meestal lagere prijzen.

„In Maleisië is geen kledingpolitie”, zegt Hamid-Reza, 29. „Het leven is er goedkoper, er is werk. Mijn twee weken daar waren een verademing.” Terug in Teheran werd hij depressief. „Waarom hebben wij dit leven? Waarom moeten wij zo lijden? Ik snap het niet.”

Elnaz en Hamid-Reza willen nu weg. Het maakt niet uit waarheen zeggen ze. Kort geleden vertrokken twee vrienden naar Senegal, een andere familie ging naar Chili en Omid, 29, vroeg een verblijfsvergunning aan in Georgië.

Volgens Hossein Raghfar van de Al-Zahra universiteit in Teheran bereikt de emigratie nu een ongekende omvang. Hij zegt dat meer Iraniërs hun land verlaten dan vlak na de islamitische revolutie van 1979, toen zeker 2 miljoen mensen emigreerden. „Het leven is duur, er is geen vrijheid en volgens velen geen toekomst. Natuurlijk gaan de mensen weg.”

Op de tientallen satellietzenders die in het Farsi uitzenden en in Iran alleen met illegale schotels zijn te ontvangen worden paspoorten van het Caraïbische eiland St. Kitts aangeboden. „Direct toegang tot 97 landen, inclusief de Europese Unie”, wordt erbij gezegd. Kosten 400.000 euro per persoon.

Voor wie dat niet heeft is er de officiële loterij voor de Amerikaanse green card, de verblijfsvergunning die door veel Iraniërs als een golden ticket naar een betere toekomst wordt beschouwd.

„Vorig jaar won mijn tante, in het eerste jaar dat ze meedeed, kan je dat geloven?!” zegt Elnaz. Stel dat zij ooit wint, mijmert ze. Natuurlijk zal ze in Amerika moeten afwassen of schoonmaken om te overleven. „Maar er is geen kledingpolitie, die je kan oppakken omdat je jas te kort is”, zegt ze.

Morgen gaat Elnaz haar naam weer opgeven voor de loterij. Maar ze verwacht niet dat ze zal winnen. „Ik win nooit wat, wij Iraniërs verliezen alleen maar.”

Correspondent Thomas Erdbrink bericht in deze rubriek regelmatig over het leven in Iran.