Hoge leeftijd noopt tot aanpassing

De Eerste Kamer ging gisteren akkoord met een snelle verhoging van de AOW-leeftijd. Het hoe en waarom in vijf vragen.

1Waarom wordt de AOW-leeftijd verhoogd?

Tijdens de invoering van de Algemene ouderdomswet AOW in 1957 was de gemiddelde levensuur voor mannen 71,4 jaar, voor vrouwen 74,6 jaar. Nu ligt dat respectievelijk op bijna 79 en bijna 83 jaar. Door de hogere levensverwachting neemt het aantal AOW-uitkeringen drastisch toe, vandaar de roep om de huidige AOW-leeftijd van 65 jaar te verhogen. Eén op elke vijf Nederlanders krijgt nu AOW.

Tegenstanders van een hogere AOW-leeftijd brengen graag een nuance aan. Kijk bijvoorbeeld eens naar de levensverwachting van lager opgeleiden. Die ligt op amper 74 jaar, niet heel veel hoger dan de algemene verwachting in 1957. Moet voor die mensen – vaker actief in zware beroepen – toch de AOW-leeftijd omhoog?

2Hoe gaat die verhoging in zijn werk?

Na enkele mislukte pogingen om de leeftijd te verhogen, zorgde het zogeheten Lenteakkoord van VVD, CDA, GroenLinks, D66 en ChristenUnie voor een snelle doorbraak. In het pensioenakkoord dat minister Kamp (Sociale Zaken, VVD) met de sociale partners had bereikt, zou de pensioenleeftijd in 2020 naar 66 jaar gaan en vijf jaar later naar 67. Door de val van het kabinet verdween dit akkoord en werd een hogere AOW-leeftijd onderdeel van het alternatieve begrotingsakkoord. Door de financiële crisis waren de geesten rijp om de leeftijd snel te verhogen: de komende drie jaar met steeds één maand, dan drie jaar met twee maanden en in 2019 met drie maanden. Dan ligt de leeftijd op 66 jaar. In 2023 wordt dat 67 jaar.

3Welke gevolgen heeft de verhoging voor de pensioenen?

Vooralsnog geen. Bestaande afspraken met de pensioenfondsen worden immers niet beïnvloed. Dat wil niet zeggen dat er uiteindelijk niets gaat veranderen. Er zijn volgens insiders in de pensioenwereld drie mogelijkheden. De eerste is dat er niets verandert. Iemand die 65 jaar wordt, ontvangt weliswaar nog geen AOW, maar wel pensioen. Ook kan het pensioenfonds de mogelijkheid bieden dat het pensioen na 65 jaar tijdelijk omhoog gaat, om het wegvallen van de AOW te compenseren. Een derde mogelijkheid is dat een werknemer langer doorwerkt – ruim 40 procent van de mannen is nu tot zijn 65ste actief – en dat hij of zij vervolgens een hoger pensioen krijgt.

4Worden de gevolgen gerepareerd?

De consequenties zijn het grootst voor de mensen die tegen de (‘oude’) pensioenleeftijd zitten. Voor de mensen die een baan hebben, is het simpel: die werken vanaf volgend jaar gewoon langer door. Ook voor mensen met een uitkering verandert er weinig: die loopt volgend jaar een maand langer door. Lastiger is de hogere AOW-leeftijd voor mensen met een vorm van prepensioen. Die regelingen houden bij 65 jaar op, terwijl de eerste AOW-uitkering elk jaar later komt. Wie echt geen geld meer heeft, kan een voorschot krijgen op zijn toekomstige AOW-uitkering. Dat gebeurt in de vorm van een renteloze lening.

5Kan na de verkiezingen de verhoging van de AOW-leeftijd worden teruggedraaid?

Dat kan, maar politici zullen zich realiseren dat het terugdraaien van deze afspraken én opnieuw voor onrust zorgt én financiële consequenties heeft. Dat laatste zal dan weer gerepareerd moeten worden.

De grootste onvrede over de verhoging ligt bij PVV en SP die beide tegen een verhoging van de AOW-leeftijd zijn. De SP wil de leeftijd in elk geval tot 2020 op 65 jaar houden. Ook de PvdA stemde gisteren in de senaat tegen: de sociaal-democraten willen pas vanaf 2017 een verhoging. Alleen D66 en GroenLinks willen komend jaar al naar een hogere leeftijd, wat nu ook gebeurt.