Het voordeel van alleen zijn

Als je alleen bent kun je beter nadenken. En zo weet je weer sneller wat je aan jezelf hebt. Maar wordt het er ook gezelliger van?

Hoe zei Aldous Huxley, de schrijver van Brave New World, het ook alweer? ‘We leven samen, we werken samen, en we reageren op en met elkaar, maar altijd en onder alle omstandigheden zijn wij alleen. De martelaren gaan hand in hand de arena in; ze worden afzonderlijk gekruisigd.’

Dat klinkt inderdaad gezellig.

Huxley heeft gelijk: we zijn altijd alleen. En niet alleen in filosofische zin, of theologische, maar ook in praktische: er zijn steeds meer mensen die alleen zijn of komen te staan. Je hebt de babyboomers die ouder worden en hun partner overleven, die steeds meer vrienden zien doodgaan. Alle ouders van dertig, veertig en vijftig die scheiden. Hun kinderen met steeds minder broers of zusjes (iets meer dan een eeuw geleden lag het aantal nog rond de 4,5, tegenover het huidige aantal van 1,7). Gevolg: de grote steden zitten vol met singles met weinig familie. In Amsterdam bijvoorbeeld is veertig procent van de mensen tussen de 25 en de 40 alleenstaand.

Alleen op de wereld, Hector Malot schreef er een wereldberoemd boek over. Het was als kind mijn lievelingsboek. Die tijd, de kindertijd, is waarschijnlijk de enige tijd dat wij niet vaak alleen zijn, omdat er altijd wel leeftijdgenoten of kinderen om ons heen zijn, en anders toch andere gezinsleden. (De originele, Franstalige titel van Malots boek is dan ook Sans Famille – Zonder familie.) Maar vanaf het moment dat wij uit het ouderlijk huis vertrekken, kunnen we ons voorbereiden op langere perioden van alleen-zijn, tot de dag van onze begrafenis. Zelfs in de huidige crisis zijn de sociaal-economische mogelijkheden om een zelfstandig huishouden aan te houden onvergelijkbaar met die uit het verleden. Ze worden volop benut. Naar schatting zullen er in Nederland in 2015 meer dan drie miljoen vrijgezellen zijn. Een groot deel daarvan zal zelfstandig wonen.

De Duits-Amerikaanse theoloog Paul Tillich schreef halverwege de vorige eeuw: ‘Onze taal heeft wijselijk gevoeld dat er twee zijden zitten aan alleen zijn. Wij hebben het woord ‘eenzaam’ om de pijn van alleen-zijn uit te drukken, en het woord ‘eenzelvigheid’ om de pracht aan te duiden.’

Maar waar zit nu de pracht van dit alleen-zijn? Wat is de filosofische waarde?

De theologie en de filosofie kennen een grote traditie van de tweede vorm van alleen-zijn: Boeddha, Jezus, Mohammed, allen kozen zij ervoor zich een tijd terug te trekken, om alleen te zijn. Boeddha zat zeven weken onder een boom in Bodghaya, Jezus zwierf veertig dagen door de woestijn, Mohammed trok zich regelmatig terug in een grot om zijn leven te overdenken.

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788 - 1860) bracht het grootste deel van zijn leven alleen door. Hij schreef dat een mens ‘voor alles zal verlangen naar een leven zonder pijn en gezanik, naar rust en vrijheid’. Hij boog zich ook over zijn eigen alleen-zijn.

Een voordeel van alleen-zijn is de ruimte voor contemplatie die het ons biedt, zo vond hij. We brengen het grootste deel van de dag op ons werk door, met anderen, voor anderen. We kunnen het kleine, resterende deel van de dag aan onszelf besteden. Aan onze eigen gedachten, onze plannen. Het is geen onbeduidende activiteit af en toe eens voor jezelf na te denken. En net als je soms even ‘alleen’ wilt zijn met een goede vriend, is het goed soms ‘alleen’ te zijn met jezelf. Om te denken. Want wat we voor onszelf bedenken, is meer waard dan wat wij uit boeken of kranten halen. Die dingen moeten wij als afzetpunt gebruiken, niet als eindbestemming. Niemand anders kan namelijk voor ons denken. Door veel alleen te zijn, geven we gedachten de mogelijkheid tot ons te komen.

‘Eigenlijk schuilt er alleen in onze eigen grondgedachten waarheid en leven’, schreef Schopenhauer, ‘want alleen die kunnen wij door en door begrijpen’. Soms verwerven we met veel moeite, door zelf na te denken en te combineren een inzicht dat ook in een boek te vinden was geweest, schrijft hij, maar toch is het beter tot een inzicht te komen door er zelf over na te denken dan door er over te lezen: ‘Want alleen dan wordt het een integrerend en levend deel van ons hele gedachtensysteem […], heeft het de kleur en het stempel van onze hele denkwijze.’

Dat is een tweede voordeel van eenzelvigheid. Het biedt tweemaal de ruimte voor congruentie. Congruentie is een duur woord voor een overeenkomst van de woorden in je hoofd en de wereld om je heen. Alleen door na te denken, te contempleren, kun je kijken: waar voel ik me gelukkig mee, waar minder? En hoe kan ik dat wijzigen? Omdat er dan geen ruimte is voor ruis van anderen. Je komt sneller tot jezelf.

Dan komt het tweede gedeelte. Congruentie is als vissen: het vereist geduld, een talent voor mijmeren, en daarna een doelbewust handelen. Talent ontwikkel je alleen als je er tijd aan besteedt. Doelbewust handelen kan alleen als je zeker weet wat je wilt. In eenzaamheid, waar iedereen op zichzelf is aangewezen, schreef Schopenhauer, wordt duidelijk wat iemand aan zichzelf heeft. En hoe meer iemand aan zichzelf heeft, hoe minder hij aan andere mensen hoeft te hangen. Hoe meer hij ze kan steunen.

Eenzaam zijn betekent zonder gezelschap en ver van anderen (waarbij je best in gezelschap van anderen kunt zijn) je tijd doorbrengen, zonder dat dit bevalt. Maar wanneer je goed gezelschap bent voor jezelf en ‘je dicht bij jezelf staat’, zoals het gezegde gaat, wordt eenzaamheid zelfstandigheid. Dan wordt alleen-zijn een belangrijke manier om in harmonie te komen met de wereld om je heen, met of zonder gezelschap. Sterker nog: dan heb je altijd gezelschap. Je staat altijd dicht bij de ander.

Alleen zijn is het probleem niet. Eenzaam zijn, dat is het probleem. Het is goed te leren je omgeving in te vullen met gedachten waardoor je nooit eenzaam bent. Alleen door alleen te zijn kom je tot de paradoxale ontdekking dat wij nooit alleen zijn. Op die manier vervloeien we meer en meer met de wereld om ons heen. Daarmee kom je uiteindelijk tot een mogelijke weerlegging van Huxleys opvatting: we leven samen, we werken samen, en we reageren op en met elkaar. Onder alle omstandigheden zijn we samen, zelfs wanneer wij denken dat dat niet zo is.

Dát klinkt pas gezellig.