Eindelijk: hogere AOW-leeftijd

Minister Ko Suurhoff (PvdA, Sociale Zaken) hield het al in 1955 voor mogelijk dat de Algemene Ouderdomswet (AOW) in de toekomst te duur zou worden. Dan moet, schreef hij mede namens drie andere bewindslieden uit het kabinet-Drees II, de pensioengerechtigde leeftijd omhoog. „Een mogelijkheid welke goed aansluit aan een toeneming van de gemiddelde leeftijd en een verbeterende lichamelijke conditie der bejaarden”, zo stond het in de toelichting op het wetsvoorstel. Dat ouderen ouder worden en langer fit blijven, is al een tijd zo.

In 1957 werd de AOW ingevoerd en 55 jaar later is het voor het eerst echt besloten: de pensioengerechtigde leeftijd, nu 65 jaar, wordt stapsgewijs verhoogd, te beginnen in 2013. In 2019 wordt 66 de AOW-leeftijd en in 2023 67 jaar. Dat is nog altijd een bescheiden tempo, maar al heel wat sneller dan wat tot voor kort politiek haalbaar bleek.

De financiële crisis is de aanjager geweest voor een versnelling van de besluitvorming. Dit voorjaar bereikten VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie in het Lenteakkoord overeenstemming over de verhoging van de AOW-leeftijd. Dankzij deze partijen en de SGP nam de Tweede Kamer op 21 juni het voorstel aan. Ze zorgden afgelopen nacht ook voor een meerderheid in de Eerste Kamer.

SP, PVV en de ouderenpartijen vormen een minderheid die er nog niet aan wil. Maar meer partijen zien de noodzaak van een hogere pensioenleeftijd in. De PvdA komt in haar verkiezingsprogramma op een pensioenleeftijd van 67 in 2025. Net als andere partijen is zij ervoor dat de hoogte van de AOW-leeftijd vervolgens wordt gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting.

Een vergelijking van diverse partijprogramma’s uit 2010 en 2012 laat in het algemeen het beeld zien dat partijen hebben gekozen voor flinkere besluitvorming als het gaat om de AOW. De Partij voor de Dieren kwam twee jaar geleden nog uit op een pensioenleeftijd van 67 in 2044, nu in 2030. Het CDA-congres besloot deze maand tot een radicalere uitspraak in het programma: 66 jaar in 2015, 67 jaar in 2020.

Verhoging van de AOW-leeftijd is goed voor de staatskas én voor de pensioenfondsen, als de regels voor het aanvullende pensioen ook worden aangepast. Maar ook vóór de financiële crisis was de noodzaak al langere tijd evident. De vergrijzing maakt de AOW op den duur niet alleen onbetaalbaar, maar veroorzaakt in de toekomst ook krapte op de arbeidsmarkt. Werkende ouderen, ze zijn straks hard nodig.