De kartelschaar

De dichter Leo Vroman is zijn oorlogsdagboek kwijt. Het heeft een zwart-wit gemarmerd omslag, „of misschien rood”, schreef hij maandag op zijn blog. En er zitten snippers in, zoals „gedroogde bloemen uit Kaapstad”. Verder mist hij nog een rood schriftje, „waar misschien gedichten in stonden”.

Vroman (97): „Het is mij veel waard en ik hoop dat iemand ze nog heeft!!” Dubbele uitroeptekens na een zin – alleen oude dichters zonder dagboek mogen zoiets schrijven. Gelukkig laten dagboeken zich soms terugvinden.

In een vuilniscontainer in Enschede, bijvoorbeeld, dook laatst een fotoalbum op dat toebehoorde aan de oud-militair Jacobus R. In het album – geel-blauw-wit ruitjesomslag en schutbladen met ijsbloemenmotief – plakte Jacobus de kiekjes die hij maakte in Nederlands-Indië (een paar jaar nadat de Joodse Vroman daarheen vluchtte). Van zijn privéfoto’s heeft u er twee misschien al gezien: ze stonden vandaag en gisteren in alle kranten.

Op eentje zie je drie jongens die worden geëxecuteerd bij een greppel. Ze staan nog, maar zijn al dood. Jacobus moet een fractie later op de sluiterknop hebben gedrukt dan de soldaten hun trekkers overhaalden. Het drietal wiebelt, slappe knieën en armen, bijna drie wildplassers met lachstuip – alleen een rood vlekje op een wit shirt verpest de boel (in zwart-wit oogt rood vaak extra rood). De jongens hebben alleen achterhoofden. Achterhoofden kijken je niet steeds zo aan. Wie er schiet, wordt buiten beeld gehouden.

Men vindt de foto’s schokkend. Juist dat is schokkend. Want we hoorden dit al lang te weten. Tussen 1946 en 1950 pleegden wij systematisch oorlogsmisdaden, die we daarna al even systematisch buiten beeld hielden. De kwaliteit van ons geschiedenisonderwijs kun je eenvoudig testen door aan mensen, of aan jezelf, te vragen om ‘Rawagede’ met de juiste klemtoon uit te spreken.

Vrijwel alle soldaten kwamen met foto’s terug, mijn twee opa’s in elk geval. Geen gruwelkiekjes, maar misschien zijn ook die wel bij honderden gemaakt, werden ze alleen op weg naar de vuilstort niet onderschept. Dit keer ging de donkerste kamer open, bij toeval en dankzij een wakkere archivaris.

Wat mij het meest roert aan de vintagefoto’s van Jacobus R. zijn de rafelige kartelrandjes: ze moeten zijn afgesneden met een kartelschaar of kartelsnijder. Een sierrandje, dat vonden we vroeger mooi. Iemand heeft deze foto’s mooier gemaakt. Daarna zijn ze op een zondagmiddag zorgvuldig ingeplakt.

We kennen Jacobus R. niet, maar hij was beslist geen Bradley Manning.

Het verleden is een vreemd, kartelig plakplaatjesboek: soms duiken foto’s op, soms verdwijnen hele rolletjes – zomaar. Dit nieuwe plaatje moeten we heel zorgvuldig inplakken in allerlei boeken. Dat is onze dienstplicht.

En daarna gaan we met zijn allen het dagboek van Leo Vroman vinden, of in elk geval zo veel mogelijk gedroogde bloemen uit Kaapstad.