De explosieve kracht van walgen en verlekkeren

Anthony Burgess in 1973 Foto Jean-Régis Roustan

Anthony Burgess’ A Clockwork Orange is vijftig jaar oud en opnieuw – virtuoos – vertaald. Het boek is springlevend, want pubers blijven anarchist en geweld vernietigen blijft even gewelddadig als onmogelijk. Zie de rellen in Londen van zomer 2011.

Goede toekomstromans vertellen iets over de tijd waarin ze geschreven zijn, de beste overstijgen dat moment. Al rammelen de fysieke details – wie voorzag in de jaren vijftig en zestig de mobiele telefoon? – de filosofische, sociologische en politieke ondertonen van meesterwerken zijn ook na decennia onverminderd relevant.

A clockwork orange‘Wij, dat wil zeggen, ik, Alex, en mijn drie droeken, dat wil zeggen Pete, Georgie en Dom, die zijn naam alle eer aandeed, want erg snugger was ie niet, zaten met zijn vieren in melksalon Korowa te doematten wat we die avond zouden gaan doen.’ Met die dankzij Stanley Kubrick legendarisch geworden woorden opent Anthony Burgess’ A Clockwork Orange (1962), de getuigenis van een charismatisch rotjochie dat zich, op scherp gezet door ‘melk plus’, met zijn tienerbende schuldig maakt aan diefstal, vandalisme, verkrachting en ‘ultrageweld’.

Alex koppelt sadistisch plezier in andermans pijn aan liefde voor klassieke muziek, in het bijzonder ‘die oude Ludwig Von’. Hij woont met zijn ruggengraatloze ouders in een vervallen woontoren, maar is er zelden te vinden – zijn domein is de nacht. Onder elkaar spreken de jongens nadsat, een jongerentaal die een mengvorm is van bargoens, zwerversjargon en Russisch. Het definieert ze en plaatst ze buiten de grauwe samenleving.

Centraal in Burgess’ staalkaart aan (vooral gesuggereerde) gewelddadigheden staat een scène waarin de jeugdbende een schrijver aftuigt, om daarna diens vrouw te verkrachten. In de auteur kunnen we Burgess zelf herkennen. Diens zwangere vrouw Lynne werd in de Tweede Wereldoorlog aangerand door vier gedeserteerde Amerikaanse soldaten, waarna ze haar kind verloor. Burgess (1917-1993) was gestationeerd in Gibraltar en werd verlof om huiswaarts te keren geweigerd. Het schrijven van juist deze scène verschafte Burgess inzicht in onze ambigue gevoelens bij geweld. ‘Ik walgde van het plezier dat ik ervoer terwijl ik die scène schreef.’

Dat dubbele, het walgen en het verlekkeren, verleent A Clockwork Orange een explosieve kracht. Burgess schuwt niet het extatische van extreem geweld te tonen, of de vanzelfsprekendheid ervan bijna invoelbaar te maken. ‘Afijn, toen moest ik haar wel een flinke toltsjok met een van de gewichten van de weegschaal verkopen,’ vertelt Alex, ‘en vervolgens een flinke tik met zo’n koevoet die ze daar hadden liggen om kisten mee open te breken, en toen stroomde het rood als een trouwe vriend naar buiten.’

Plunderingen

Het boek, en de beroemdere verfilming, werden veelvuldig aangehaald in de nasleep van de Londense rellen en plunderingen van 2011. Terecht. In A Clockwork Orange herkennen we, in de woorden van de Britse journalist Tony Parsons, ‘de tribale ziel van de Britse jeugd’.

De rellen hadden, in weerwil van hapklare kreten, niet zozeer met armoede, achterstand en uitzichtloosheid te maken, als wel met verveling, groepsgedrag, narcistische eigenwaan en het zoeken naar een kick. Maar ook met een gebrek aan sociale controle en een (te) grote afstand tussen jongeren en de maatschappelijke orde.

Pubers zijn van nature geneigd zich tegen de beklemmende regels van de volwassenheid te verzetten – het zijn geboren anarchisten. Alex trekt zijn eigen plan, en kan dat ook doen. Bij het eerste licht na een bloedrode nacht mijmert hij: ‘En in de postnoen zou ik dan misschien, als ik zin had, naar skollie kunnen itten, o mijn broeders, om te kijken of daar in die onvolprezen tempel van gloepige, nutteloze kennis nog een beetje sjies in de piwozod zat. Ik hoorde mijn pappoet mopperen en stommelen, en toen naar de verffabriek itten waar hij robotte.’ Voor deze jongeren is ‘robotten’ het toppunt van onderwerping; een onverdraaglijke inbreuk op de persoonlijke vrijheid. Hoezo werken? Je neemt gewoon wat je hebben wilt.

Toch gaat A Clockwork Orange niet hoofdzakelijk over geweld. In het tweede en derde deel van het boek wordt duidelijk wat Burgess’ in het vizier heeft: de sluipende opmars van de totalitaire staat. Die zal vanonder de schaamlap van veiligheid, ‘blauw op straat’ en andere verkiezingsslogans, tevoorschijn piepen en een aanslag plegen op persoonlijke rechten. Het gewone volk laat het allemaal over zijn kant gaan. ‘Het verkwanselt de vrijheid voor een gezapig leventje.’

Met de sinaasappelklok suggereert Burgess de paradoxale kruising tussen het zoete biologische en het kille mechanische. Het is een symbool voor de mens die ingekapseld is door wetten en voorwaarden ‘die behoren bij een mechanische schepping.’ Daarvan zal Alex een afschrikwekkend voorbeeld worden.

Eenmaal opgepakt wordt hij als proefkonijn gebruikt voor een experiment. Via medicatie en het verplicht kijken naar een onophoudelijke stroom schokkende beelden, wordt hij geconditioneerd ondraaglijke misselijkheid te voelen bij elke gedachte aan seks of geweld. Zijn gedrag wordt vanaf dat moment geheel bepaald door die conditionering.

In de ogen van de schrijver is de kuur erger dan de kwaal, ongeacht Alex’ evidente psychopathie. Burgess was, als katholiek, sterk doordrongen van het idee van zonde. De mens heeft een inherente aanleg voor het berokkenen van kwaad, maar wel een kwaad dat het gevolg is van een vrije wil. Keuzevrijheid, meende Burgess, is een glorieus bezit dat gevierd moet worden. In de woorden van een gevangenisaalmoezenier die zich tegen het experiment verzet: ‘Misschien is het wel afschuwelijk om deugdzaam te zijn. Wat wil de Here? Wil de Here deugdzaamheid of de keuze voor deugdzaamheid? Is iemand die voor het kwade kiest wellicht op de een of andere manier beter dan iemand die het goede opgelegd heeft gekregen?’ Alex is wellicht geen misdadiger meer, hij is evenmin een schepsel dat morele keuzes kan maken.

De bedenkers van het experiment zijn overtuigd. ‘Het gaat om ons niet om motieven of ethische vraagstukken. Het gaat ons louter om het verlagen van de misdaadcijfers.’

Fred Teeven zou het ze zo na kunnen zeggen.

Gekortwiekt

Deze nieuwe vertaling van A Clockwork Orange komt daarmee op een goed moment – al zou waarschijnlijk elk moment een goed moment geweest zijn. In het verleden werd de gekortwiekte Amerikaanse editie al eens vertaald onder de titel Boze jongens, nu hebben Harm Damsma en Niek Miedema zich ter ere van het vijftigjarig jubileum aan het Britse origineel gewaagd.

Het resultaat is virtuoos, al versmelten veel vrijwel identiek gebleven nadsat-woorden wel wat natuurlijker met het Engels dan het Nederlands. In de oorspronkelijke taal heeft A Clockwork Orange een Joyciaanse én Shakespeariaanse kwaliteit waarvan Kubrick in zijn verfilming optimaal gebruik maakte. Door een verzonnen in plaats van (een variant op) een bestaande jongerentaal te gebruiken, wist Burgess het boek voor datering te behoeden. Het oogt nog steeds fris en van nu.

Burgess beschouwde A Clockwork Orange als een van zijn mindere werken. Ten onrechte. Het is het boek waarin hij het krachtigst een politiek en moreel statement maakte. Geweld zit in jongemannen en we moeten accepteren dat er grenzen zijn aan de mate waarin het in te dammen valt. De prijs die we zullen betalen voor het uitroeien ervan is simpelweg te hoog.