Brieven

Vergrijzing bij de overheid kon al lang opgelost zijn

Minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) vreest dat de overheid door de aanstormende vergrijzing over tien jaar onvoldoende personeel zal hebben (NRC Handelsblad, 4 juli). Dan zijn de babyboomers „echt wel met pensioen”.

Het lukt volgens Spies niet om nieuwe – lees: ‘jonge’ – mensen binnen te halen. Ze wijt dit aan de last-in-first-outregel die geldt bij reorganisaties en ontslag van ambtenaren. Deze problematiek wil ze doorbreken, want afslankingen zijn door de bezuinigingen urgent. Als gemeenten nog vijf jaar met dit systeem doorgaan, „zijn ze dief van eigen portemonnee”, aldus Spies. Daarom pleit ze ervoor om bij personeelsreducties te selecteren op basis van ‘leeftijdscohorten’. Zo vertrekken ambtenaren naar evenredigheid per leeftijdsgroep – dus ook, en juist, ouderen.

Zou het de minister zijn ontgaan dat er op 3 november 2010 een initiatiefwetsvoorstel is ingediend bij het parlement dat de ambtelijke rechtspositie in lijn wil brengen met het civiele arbeidsrecht? Dit betekent dat het Burgerlijk Wetboek voor arbeidscontracten in het particuliere bedrijfsleven ook zou gelden voor overheidscontracten, natuurlijk inclusief het daarin geldende ontslagrecht.

Het ontslagrecht in het particuliere bedrijfsleven heeft al sinds maart 2006 afscheid genomen van de gewraakte last-in-first-outregel bij reorganisaties en afslankingen. Hiervoor in de plaats geldt verplicht het afspiegelingsbeginsel: de leeftijdscohorten dus die Spies zo graag omarmt.

Laat dit initiatiefvoorstel nu afkomstig zijn van een politieke geestverwant van Spies in de Tweede Kamer, Eddy van Hijum (CDA), in een combine – ‘Kunduz’ avant la lettre? – met Fatma Koser Kaya (D66).

Blijkbaar is het korte geheugen niet alleen bij oudere beambten een broos punt. Ook jongere ministers als Spies blijken niet vrij van dit euvel. Het initiatiefvoorstel van het CDA en D66 werd nota bene ingediend in de week dat Spies aantrad als (waarnemend) voorzitter van het CDA. Zij moet ongetwijfeld op de hoogte zijn geweest van dit opmerkelijke moment, dat heel wat maatschappelijke ruchtbaarheid heeft gewekt – en nog wekt!

Den Haag

Ik neem het advies van de onderwijzer heel serieus

‘Wie neemt het advies van de onderwijzer in groep 8 nog serieus?’ (Opinie, 4 juli). Ik ben teamleider vwo-onderbouw op een middelbare school. In mijn functie heb ik veel te maken met basisscholen.

Kinderen uit groep 8 krijgen advies van hun eigen leerkracht, voorafgaand aan de Citoscore. Dit schooladvies is voor ons belangrijker dan de Citoscore. De leerkracht weet als geen ander hoe een leerling zich heeft ontwikkeld en vertelt ons hoe de studiehouding, doorzettingsvermogen en werkaanpak van een kind zijn. Dit is nuttige informatie. Hierdoor kunnen wij onze toekomstige leerlingen plaatsen op het juiste niveau.

Dit betekent dat ouders soms protesteren tegen onze beslissing om hun kind bij een hoge Citoscore, maar een lager advies van de basisschool, toch op een lager niveau te plaatsen. Maar het is ook van belang voor leerlingen die een lage score haalden en wel een hoger advies hebben gekregen van hun school.

Teamleider vwo-onderbouw van het Da Vinci College in Leiden