Als ze maar niet te veel uren werken, dan mag het

Ophef over het plan van Talpa voor een programma waarin kinderen hun pleegouders zouden kiezen. Kinderen worden op tv als volwassenen behandeld. Waar ligt de grens?

Stijn Bronzwaer en

Lineke Nieber

Hoe ver kan een televisieprogramma gaan met een kind?

De vraag zingt rond sinds dit weekend bekend werd dat tv-producent Talpa met Jeugdzorg Nederland werkt aan een televisieformat met pleegkinderen vanaf 12 jaar. Het idee: een kind kiest zijn of haar favoriete gezin na een weekend te hebben gelogeerd bij drie pleeggezinnen.

Pleegkinderen die pleegouders kiezen. Gaat dat te ver?

Wie de reacties op het plan hoorde, zou denken van wel. Pedagogen noemden het programma immoreel. Pleegouders dachten dat het een grap was. En Kamerleden van SP en CDA haastten zich tegen het plan uit te spreken. Dit zouden we niet moeten willen in Nederland.

Geschrokken van alle negatieve publiciteit meldde Jeugdzorg maandag dat het format „onvoldoende waarborgen bood en daarom niet passend is”. Jeugdzorg staat nog steeds open voor samenwerking met Talpa, laat een woordvoerder weten, maar er moet eerst worden overlegd over de proefuitzending.

Zonder morele verontwaardiging was het programma er waarschijnlijk gewoon gekomen – als Talpa en Jeugdzorg voldoende kandidaten zouden vinden. Want Talpa staat met dit programma volledig in zijn recht, zo blijkt. Geen wet of regel die zegt dat zo’n programma niet mag.

Alleen hoe vaak kinderen op tv mogen komen is vastgelegd, hoe ze op tv komen niet. Zou het in een veranderend medialandschap, waarbij kinderen op televisie steeds meer als volwassenen worden behandeld, niet goed zijn eens naar deze regels te kijken? Is er een ethische code nodig?

We moeten vooral niet in paniek raken als Talpa eens een steen in het water gooit, zegt hoogleraar televisiecultuur Sonja de Leeuw van de Universiteit Utrecht. „Er is een behoorlijk aanbod aan televisie voor kinderen en met kinderen. Dat is doorgaans goed en integer gemaakt.”

De publieke omroep, bedoelt ze dan met name. „De commerciële televisie toont weinig belangstelling voor kindertelevisie.” Komen er kinderen in beeld bij de commerciëlen, dan gaat het steeds vaker om kinderversies van programma’s voor volwassenen. Denk aan The Voice Kids (afgeleide van The Voice of Holland) of Junior Masterchef (Masterchef). Ook zijn er talentenjachten, zoals Holland’s Got Talent, waar kinderen en volwassen gelijk worden benaderd. „De volwassenenversies worden ook door kinderen gezien”, zegt De Leeuw. „Door ze nu ook voor kinderen te maken, boren de producenten een nieuwe doelgroep aan. De droomwereld die televisie is komt zo voor kinderen dichterbij.”

De talenten die in deze programma’s doorbreken, moeten zich houden aan strikte regels. Althans, als het gaat om de werktijden. Kinderen onder de 13 jaar mogen in principe niet werken – het verbod op kinderarbeid. ‘Kunstkinderen’ zijn een uitzondering: kinderen die meedoen aan musicals, reclamespotjes of een tv-programma. Zij mogen een beperkt aantal keren per jaar ‘werken’. Kinderen zoals de 11-jarige Aliyah Kolf, die vorig jaar Holland’s Got Talent won. Aliyah mocht na haar overwinning twaalf keer per jaar optreden, op straffe van een boete van de Arbeidsinspectie. Volgens de inspectie worden deze arbeidsregels goed nageleefd.

En een kind kan zich niet zomaar voor een programma aanmelden: daarvoor is toestemming van de ouders nodig. Minderjarigen worden volgens de wet gezien als ‘handelingsonbekwaam’. Ouders van kinderen die deelnemen aan een tv-programma moeten om die reden een ‘quit claim’ tekenen voor hun kinderen: gangbare praktijk bij zowel commerciële als publieke omroep. Ook als kinderen meedoen als acteur bij een dramaserie gelden deze regels. „Dat kan lastig zijn in een productie”, zegt woordvoerder Erik Kroeze van de publieke omroep. „Je loopt bij kinderen soms tegen de grenzen aan van wat mogelijk is.”

Er zijn landen waar kinderen tegen televisiemakers in bescherming worden genomen. De BBC heeft speciale richtlijnen opgesteld voor televisiemakers – dat kinderen altijd moeten worden gewezen op mogelijke gevaren bijvoorbeeld, dat ze misschien gepest worden na een uitzending.

En juist gisteren tekenden Vlaamse omroepen en productiehuizen een ‘charter’ voor non-fictieprogramma’s. Daarin staan vooral veel algemeenheden: dat tv-programma’s bij kinderen ‘geen onnodige stress mogen veroorzaken’ en beloven ‘kinderen die deelnemen aan talentwedstrijden of die zonder ervaring in de media komen te begeleiden en beschermen’.

Dat heeft geen enkele zin, volgens televisiewetenschapper Maarten Reesink van de Universiteit van Amsterdam. „Natuurlijk moet je kinderen goed begeleiden, maar dat geldt voor volwassenen ook”, zegt hij. „Juist kinderen zijn vaak mediawijzer dan we denken. Ze weten een stuk beter hoe ze zich op televisie moeten gedragen dan wij.”

En als televisiemakers iets beloven in een document, geeft dit geen enkele garantie. „Je kunt niet alles vooraf vastleggen”, zegt De Leeuw. „Een discutabel programma komt pas aan de orde als het is bedacht. Dat zag je ook bij de ziekenhuisopnames van het VUmc en Eyeworks. Uiteindelijk zegeviert dan gelukkig het gezond verstand.”