Zware eerste Tourweek voor Nederlandse renners: een terugblik

Foto AP / Laurent Cipriani Foto AP / Laurent Cipriani

Wout Poels gehavend in de berm.
Bram Tankink met z’n helm en bril zowat achterstevoren.
Robert Gesink bont en blauw.
Bauke Mollema met ontblote, geschaafde billen terug op de fiets.
En op de voorgrond van het slagveld Johnny Hoogerland, met plofband, schreeuwend om een nieuw wiel.

De eerste week van de Ronde van Frankrijk werd traditioneel gekenmerkt door kleine en grote valpartijen. En de Nederlandse renners werden allesbehalve gespaard.

Met achttien Nederlanders aan de start waren de verwachtingen hooggespannen. Maar na negen dagen fietsen resteert de Nederlanders niets anders dan nog te gaan voor een ritzege. Een plaats in het klassement lijkt verkeken.

Video

Beeld

De eerste tien Tourdagen in beeld, samengesteld door Arjan de Jongh (klik op de foto om naar de volledige serie te gaan).

De foto van de week: Wout Poels ligt zwaar gewond in het gras na de zoveelste, en voor de Nederlanders deelnemers de zwaarste, valpartij. Foto AFP / Joel SagetDe foto van de week: Wout Poels ligt zwaar gewond in het gras na de zoveelste, en voor de Nederlanders deelnemers de zwaarste, valpartij. Foto AFP / Joel Saget

‘De Tour is een klotekoers’

Na een dikke week Tour is het wij-gevoel verdwenen, schreef NRC-sportredacteur en oud-renner Thijs Zonneveld gisteren in zijn dagelijkse column in NRC:

“Zo goed als we dachten waren we niet, maar op de startlijst van deze Tour stond een unieke groep Nederlandse renners. Zowel kwalitatief als kwantitatief. Het moet twintig jaar geleden geweest zijn dat we met zoveel jong talent én zoveel ploegen aan de start van de grootste koers van het jaar verschenen. In het puur hypothetische geval dat alles (maar dan ook alles) mee had gezeten, had dit een Tour kunnen worden waarin Nederlandse sportliefhebbers de kater van het EK weggespoeld hadden. Woutje Poels een rit, Bauke Mollema nog eentje, Johnny H. de bolletjestrui en Robert Gesink op het podium in Parijs – het had zomaar gekund. Op papier dan. Maar op papier win je geen wedstrijden.

“De Tour is een klotekoers. Iedere tegenslag is er één te veel. En met tachtig kilometer per uur tegen het asfalt klappen – zoals vrijwel het hele peloton Nederlanders overkwam op weg naar Metz – is niet zomaar een tegenslag. Dat is een knock-out in de eerste ronde. Zelfs als je erin slaagt nog op je fiets te stappen na zo’n klap heb je een koe van een probleem. Het kost weken om te herstellen van zo’n crash, maar die tijd krijg je niet in de Tour.”