Zomerlezen

Sander Bais: De natuurwetten. Iconen van onze kennis. Heruitgave als pocket bij Muntinga, 2009, 152 blz. € 9,95.

Iedereen die de natuurwetenschappen probeert uit te leggen met alleen maar woorden, kent het probleem. Hoe goed is die metafoor voor, noem maar wat, het Higgsdeeltje nu werkelijk? Geeft het de niet-ingewijden echt een juist idee?

Want eigenlijk zijn de natuurwetenschappen geschreven in wiskundige taal. Dat constateerde Galileo Galilei bijna vier eeuwen geleden al. Zonder die taal zou eenieder (of dus in elk geval: iedere natuurwetenschapper) veroordeeld zijn tot ‘doelloos ronddwalen in een duister labyrint’, schreef hij.

Maar ja, het probleem is dat iedere niet-natuurwetenschapper juist in formules de weg kwijt raakt. Behalve dus in De natuurwetten van theoretisch fysicus Sander Bais. Doelbewust zet Bais in dit boek de formules centraal: in witte symbolen uitgelicht tegen een rode achtergrond. Zeventien zijn het er. Samen vormen ze de toppen van het ‘berglandschap van de natuurkunde’. En het fijne is: je kúnt er niet in verdwalen want Bais laat je er overheen vliegen. Zo valt ineens de schoonheid op van die eenvoudige symbolen die in elegante combinaties diepe inzichten verbergen. Wat de lezer onderweg nog oppikt, is mooi meegenomen. Een catalogus noemde Dirk van Delft ooit dit boek, en dat klopt: een catalogus die de ongenaakbare schoonheid van de natuurwetten toont.

Margriet van der Heijden