Zomerlezen

Simon Singh: Het laatste raadsel van Fermat. De Arbeiderspers, 1998, alleen antiquarisch verkrijgbaar. 367 blz. Vertaling Mea Flothuis.

Wie zijn populair-wetenschappelijke boeken over wiskunde en de geschiedenis ervan liever wat maatschappelijk relevanter heeft, kan beter Code lezen, ook van Simon Singh. Dat gaat over spionage en cryptografie – en over Alan Turing, die in WO II de geallieerden hielp de Duitse Enigmacode te kraken en na WO II tot hormoontherapie werd veroordeeld wegens homoseksualiteit. Maar voor het echte escapisme, een hardcore uitstapje naar de wereld der wiskundigen, is er Het laatste raadsel van Fermat. Een heerlijke wereld voor wie van getallen en wetenschapsgeschiedenis houdt. Geldt de bekende stelling van Pythagoras, a2 + b2 = c2 (met a, b, en c positieve, gehele getallen) écht alleen voor kwadraten en nóóit voor derde of hogere machten? De 17de-eeuwse wiskundige Pierre de Fermat krabbelde in de kantlijn van een boek dat hij daar een schitterend bewijs voor had, dat niet in die marge paste. Ruim drie eeuwen later komt de Brit Andrew Wiles voor het eerst met een bewijs, maar dat kán niet dat van Fermat zijn – de wiskunde die Wiles gebruikt, bestond toen nog niet. Singh legt uit wat een wiskundig bewijs is en voert de lezer soepel langs wiskundigen en wiskunde, van Pythagoras tot Wiles. Er zit geen spionage in dit boek, maar tegen het einde wordt het toch bijna een thriller – is Wiles’ bewijs nou geldig of niet?

Ellen de Bruin