Ze kiezen altijd voor de kat

Zomaar een telefoongesprek met mijn vriendin. Ik heb die Doppie op verzoek twee keer proberen te aaien, twee keer een haal gehad „En wie lag er in de vensterbank te knorren en z’n pelsie te wassen toen ik thuiskwam?” Nou, denk-denk. „Doppie?” Het antwoord was goed, tuurlijk was het goed. Doppie is een gecastreerde kater

Zomaar een telefoongesprek met mijn vriendin.

Ik heb die Doppie op verzoek twee keer proberen te aaien, twee keer een haal gehad

„En wie lag er in de vensterbank te knorren en z’n pelsie te wassen toen ik thuiskwam?”

Nou, denk-denk.

„Doppie?”

Het antwoord was goed, tuurlijk was het goed.

Doppie is een gecastreerde kater van een kilo of acht, die vanwege een probleem aan de prostaat alleen maar dure dieetbrokjes mag. Jammer voor hem, want eten is de enige hobby. De vraag waarom ze het beest geen ‘Brokkie’ heeft genoemd, is weleens bij me opgekomen.

Als we gaan eten klimt Doppie op tafel en dan begint het grote staren, net zolang tot zij zegt: „Doppie mag een stukje vlees.”

Doppie wil nooit rijst.

Doppie wil nooit aardappels of bloemkool.

Nee, Doppie wil alleen de lekkere dingen.

Van mijn bord, want zij is vegetarisch.

Met Doppie worden ook hele gesprekken gevoerd.

Over het weer, de politiek, de drukte bij Albert Heijn en over mij, want als we er een keer niet uitkomen, wordt naar zijn mening gevraagd.

„Stom, hè Doppie?”

Ja, Doppie was het ook niet met me eens.

Geen wonder, want behalve dat we hetzelfde vrouwtje leuk vinden en dat ie altijd gaat liggen waar ik wil zitten delen we niets.

Ik heb die Doppie op verzoek twee keer proberen te aaien, twee keer een haal gehad. En de keer dat ik kattensnoepjes voor hem had gekocht, werden die bijna triomfantelijk uitgekotst op bed.

Tijdens Nederland-Portugal lag Doppie op de televisie, de staart zwaaiend voor het beeld. Daar werd smakelijk om gelachen, en ik heb meegelachen, want dat is echt het beste.

Vrouwen met katten kiezen uiteindelijk altijd voor het huisdier en andersom houdt de kat meer van een vrouw dan van een man. Die diepe band moet je niet eens willen verstoren.

Een paar relaties geleden woonde ik samen en kreeg ik voor mijn verjaardag een kater met een darmafwijking. Alles wat er aan de voorkant in ging, kwam er aan de achterkant in verdunde vorm uit. En meestal niet in de kattenbak. Ik heb daar toen niet altijd ‘lief’ op gereageerd. Toen we klaar waren met samenwonen sputterde ik voor de vorm wat tegen toen zij de kat opeiste.

Het argument dat het mijn kat was werd weggelachen met de argumenten:

Frodo ligt nooit bij jou op schoot.

Frodo laat zich door jou niet aanhalen.

Frodo loopt altijd naar mij toe.

En: ik denk niet dat Frodo denkt dat jij in staat bent om voor hem te zorgen.

Frodo leefde uiteindelijk nog negen gelukkige jaren en dat diarreeprobleem stopte ook. Ik heb het beest er later wel eens van verdacht dat hij die hele kwaal fakete om ons uit elkaar te drijven. Aan het eind van zijn leven gaf hij dat via een kattendeskundige – ook een vrouw – nog toe ook. Die darmkwaal was psychisch geweest, waarschijnlijk een geval van stress. Er werd niet meteen naar mij gewezen, maar de link was snel gelegd.