Waarom Danny Nelissen hinderlijk veel verstand heeft van wielrennen

Danny Nelissen kent het wereldje goed. Misschien wel te goed. Screenshot YouTube / Tour du Jour

Danny Nelissen heeft hinderlijk veel verstand van wielrennen. Telkens als een van de andere domme gasten aan tafel bij het televisieprogramma Tour du Jour (RTL 4) een opmerking maakt, weet Nelissen het beter.

Een bloemlezing:

“De Nederlandse renners zijn van de B-garnituur.” - Johan Derksen

Nee, zegt Nelissen, dat kun je zo niet zeggen. Bauke Mollema werd vorig jaar immers vierde in de Ronde van Spanje.

“Dat rare voorblad op de tijdritfietsen van Sky is een nieuwe ontwikkeling.” - Gert Jakobs

Nee, zegt Nelissen, dat is helemaal niet nieuw. Daar rijden ze al jaren mee.

“Als je Bradley Wiggins googelt, krijg je allemaal alcoholgerelateerde resultaten.” - Wilfred Genee

Ja, zegt Nelissen, maar dat verleden ligt achter hem. Hiermee kun je Wiggins nu niet meer associëren.

Iedereen krijgt ervan langs, behalve de renners

Het lijkt een trend dat de oud-wielrenners onder de commentatoren het per definitie opnemen voor de renners. Iedereen krijgt ervan langs, maar de renners worden in bescherming genomen.

Danny Nelissen – commentator, voormalig profrenner en neefje van de legendarische commentator Jean Nelissen (1936-2010) – knipt hoogstpersoonlijk de bakkebaarden bij van Bradley Wiggins, mag ‘Eddy’ zeggen tegen De Kannibaal en weet precies wie er eindigde op de 28ste plaats in het bergklassement van 1903.

En toch is dat hinderlijk. Er bestaat volgens mij zoiets als te goed geïnformeerd zijn. Juist omdat Nelissen iedereen kent, kan hij moeilijk iets kritisch zeggen over mensen in het ‘wereldje’. Daarom mag je dus niet zeggen dat de Rabobankploeg al jaren slecht presteert. Dat is een mening van de ongeïnformeerde, een mening van het klootjesvolk.

Laat een Raborenner dan eerst maar eens een etappe winnen.