Voor lanterfanter Gesink is de tijdrit 'een halve rustdag'

De gevallen Rabo-kopman Robert Gesink eindigde als 61ste in de tijdrit. „Ik kan de knop nu wél omzetten en ga voor een ritzege.”

Mwoah, zegt Robert Gesink. Het ging wel, die tijdrit. De Rabo-kopman heeft het gisteren rustig aan gedaan, de beentjes een beetje laten draaien. „Eigenlijk heb ik een halve rustdag genomen.”

Dat heb je als klassementsrenner toch niet vaak meegemaakt in een tijdrit?

„Nee. Dit is de eerste keer in mijn leven dat ik het rustig aan doe in een tijdrit. Normaal gesproken moet ik een klassement rijden, ga ik ’s morgens het parcours verkennen en rij ik mezelf helemaal leeg in de tijdrit. Nu niet. Ik heb om mijn metertje gekeken, heb mijn tussentijden een beetje tussen die van Mark Renshaw en Luis Léon Sanchez gehouden. Het heeft geen zin volle bak te gaan. Mijn lichaam heeft rust en misschien wel meer tijd nodig dan andere renners om te herstellen van de val. Gisteren stond ik op als een oud opaatje en had ik tijdens de koers last bij het ademen. Ik heb sowieso al moeite met snel starten, maar met zo’n lichaam wordt het er niet beter op.”

Hoe ga je ’s avonds slapen?

„Op mijn linkerkant – van mijn rechterkant heb ik te veel last.”

Nee, dat bedoel ik niet. Wat gaat er door je hoofd je als je in je bed stapt? Je bent het hele jaar aan het voorbereiden op die ene wedstrijd en na één klap is alles al wéér voor niets – ik kan me voorstellen dat zoiets aan je knaagt.

„Tsja. Ik heb niet al die voorbereiding gedaan om hier in Frankrijk te komen lanterfanten tijdens een tijdrit. Maar ik kan het niet veranderen. Het is gewoon gebeurd. Het voelt wel anders dan vorig jaar. Nu heb ik zin om te fietsen, om mooie dingen te laten zien.”

Kun je dat uitleggen?

„Vorig jaar had ik veel meer verloren dan die Tour alleen.”

Je doelt op het overlijden van je vader.

„Dat is nu veel langer geleden, het heeft een plek gekregen. Ik denk dat ik tegenwoordig anders met tegenslagen omga.”

Je bent volwassener, geharder?

„Ja. Ik denk dat ik de knop kan omzetten, dat ik voor een ritzege kan gaan. Na de rustdag weten we meer, dan kun je wel een beetje inschatten hoe het ervoor staat. Je moet wel het niveau hebben om mee te doen voor een etappe. Maar het kan niet zo zijn dat mijn vorm van Californië [eindwinnaar] en Zwitserland [vierde] zomaar weg is.”

Je hebt de Tour nu vier keer gereden – en bent vier keer gevallen. Het lijkt niet jouw wedstrijd. Met welk gevoel kom je hier volgend jaar naartoe?

„Poeh. Daar wil ik drie dagen na zo’n val nog even niet aan denken.”