Versoberde AOW werd er in vijf weken doorheen gejast

Vanavond staat de Eerste Kamer voor een historisch besluit. Als de senaat instemt met het Lenteakkoord, wordt voor het eerst sinds de invoering van staatspensioen AOW de AOW-leeftijd verhoogd. Al in 2013 krijgen 200.000 65-jarigen een maand later hun AOW. „Een snelkookpan.”

Er is een jaar of twintig over gebakkeleid, gepolderd en geruzied. Er zijn veelbelovende politici over gestruikeld (denk aan Elco Brinkman van het CDA en Wouter Bos van de PvdA). De AOW, er zijn verkiezingen mee verloren en mee gewonnen. En nu wordt een ingrijpende versobering er in vijf weken doorheen gejast.

De Eerste Kamer staat vanavond voor een historisch besluit om de AOW-leeftijd (nu 65 jaar) voor het eerst sinds de invoering van de volksverzekering in 1957 te verhogen. Op de laatste dag voor het reces debatteren de senatoren met demissionair minister Henk Kamp (VVD, Sociale Zaken).

Kamp is er alles aan gelegen dat de Eerste Kamer vandaag ook meteen stemt over het voorstel uit het Lenteakkoord om vanaf volgend jaar al de pensioenleeftijd te verhogen met een maand per jaar. Anders wordt de voorbereidingstijd wel erg krap.

Of het lukt, hangt af van hoe snel de minister de vragen van de senatoren kan beantwoorden en of hij aan eventuele bezwaren tegemoet kan komen. De vijf partijen van de Lentecoalitie (VVD, CDA, GroenLinks, D66 en ChristenUnie) hebben een meerderheid in de Eerste Kamer, maar vooral GroenLinks-senator Thof Thissen is niet blij met de snelheid waarmee de verhoging wordt ingevoerd. Stemt de Eerste Kamer vandaag niet, dan kan er pas weer gestemd worden op 11 september, één dag voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Gisteren klonken in de Eerste Kamer al bittere woorden over het wetsvoorstel. Het voornaamste verwijt tijdens een hoorzitting met deskundigen en uitvoerders was: waarom moet het plotseling allemaal zo snel? Waarom niet in 2014 de leeftijd verhogen met twee maanden in plaats van in 2013 al met een maand? „Dit is een snelkookpan.” „Onzorgvuldig.” „Enorme tijdsdruk.”

Maar er klonk ook: àls de leeftijd in 2013 omhoog gaat, doe het dan in vredesnaam nu meteen. En wacht niet tot september. Want dan is er duidelijkheid. Eindelijk. „Wij verschaffen bij voorkeur na morgen duidelijkheid aan mensen die volgend jaar 65 worden”, zei Nicoly Vermeulen, directeur van de SVB, die de AOW uitkeert. Gerard Riemen van de Pensioenfederatie, de vereniging van pensioenfondsen, zei: „U moet zich voorstellen hoeveel onduidelijkheid er zal zijn als u nu niet besluit de AOW-leeftijd te verhogen.”

De haast rond de wet tekent niet zozeer de daadkracht van de Lente-coalitie maar veeleer het gebrek aan daadkracht van de jaren ervoor. Al bij de invoering in 1957 voorzag de geestelijk vader van de wet, premier Willem Drees, dat de pensioenleeftijd wellicht ooit omhoog moest. Er was, vijf decennia later, een immense financiële crisis voor nodig voordat politici het aandurfden de geliefde volksverzekering te versoberen. En zelfs na die crisis van 2008 bleken er nog vier wetsvoorstellen nodig om het politiek eens te worden.

Het eerste was van het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, ChristenUnie) dat in 2009 besloot de pensioenleeftijd te verhogen. De redding van ING en ABN AMRO had een gat geslagen in de overheidsfinanciën. Het verhogen van de AOW-leeftijd levert veel geld op, want de uitkeringen hoeven minder lang te worden uitbetaald en de belastinginkomsten nemen toe – mensen werken langer door. Dubbel kassa. De wet sneuvelde toen het kabinet in 2010 viel.

Daarna volgde in 2010 een wetsvoorstel van het kabinet-Rutte (VVD en CDA) en gedoogpartner PVV. Dat voorstel werd vervangen toen oppositiepartij PvdA bereid bleek te tekenen voor een hogere AOW-leeftijd dan de PVV, 67 in plaats van 66. Die wet haalde de Eerste Kamer, maar werd in april, na de val van het kabinet, plots vervangen door de afspraak in het Lenteakkoord om al in 2013 de leeftijd te verhogen met één maand per jaar.

Als de wet standhoudt, moeten volgend jaar 200.000 mensen een maand later met pensioen dan ze dachten. Na 2015 gaat de leeftijd sneller omhoog, zodat in 2019 de pensioenleeftijd 66 is en in 2023 67. Daarna stijgt de leeftijd met de levensverwachting.

De aanpassing is nodig omdat de groep gepensioneerden snel groeit. Er zijn nu 3 miljoen AOW’ers, 700.000 meer dan in 2000. Een op de vijf Nederlanders geniet nu van zijn pensioen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Zorgen zijn er over ouderen die nu al in de vut zitten of met prepensioen zijn. Die regelingen houden gewoon op bij 65 jaar, terwijl vanaf volgend jaar de AOW steeds later ingaat. Zij komen zonder geld te zitten. Dat kan een maand zijn, maar ook 1,5 jaar.

Voor die groep biedt het Lente-akkoord weinig steun: ze kunnen een voorschot krijgen op hun AOW, maar dat moeten ze snel terugbetalen. Ook is er bijzondere bijstand aan te vragen bij de gemeente.

Volgens minister Kamp hebben veel ouderen behoorlijk wat vermogen om het gat mee te overbruggen. Ook kunnen ze hun aanvullende pensioen eerder laten ingaan. Maar dat betekent wel een lager pensioen.

Na jaren van fluwelen handschoenen rond de AOW hebben de partijen van het Lenteakkoord even geen medelijden meer. Ze wilden niet meer wachten op de uitslag van de verkiezingen. Als de wet vanavond wordt aangenomen, wordt terugdraaien voor een nieuw kabinet lastig. Dan zou een jarenlang taboe in twee maanden zijn geslecht.