Toch geen arseen in DNA van de NASA-bacterie

Dat hebben onderzoekers onafhankelijk van elkaar ontdekt.

Rotterdam. Twee artikelen die gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Science verschenen, vormen de genadeklap voor de buitenissige bacterie die arseen in zijn DNA zou inbouwen. Anderhalf jaar geleden werd die bacterie nog met veel tamtam in hetzelfde tijdschrift gepresenteerd.

NASA-onderzoekers vonden de bacterie in slijk uit het Monomeer in Californië en beschreven in hun artikel hoe de bacterie het element fosfor in zijn DNA zou kunnen vervangen door het giftige arseen. Een unicum. Al het andere leven op aarde is voor zijn DNA van fosfor afhankelijk.

Op het onderzoek volgde een storm van kritiek. Canadees-Amerikaanse onderzoekers publiceerden in februari al een voorlopige experimentele weerlegging van het onderzoek.

Deze onderzoekers en een Zwitserse onderzoeksgroep hebben het oorspronkelijke onderzoek nauwgezet herhaald en kwamen tot dezelfde conclusie: de bacterie kan weliswaar tegen hoge concentraties arseen, maar bouwt het niet in zijn DNA in. De Zwitsers denken dat NASA-onderzoekers werkten met vervuild materiaal. „In de oplossing waarin je de bacteriën moet laten groeien, vonden we suikers met arseen, die niet door de bacterie waren geproduceerd”, zegt hoogleraar microbiologie Julia Vorholt, die het Zwitserse onderzoek begeleidde, aan de telefoon. „Mogelijk hebben ze die vervuiling verkeerd geïnterpreteerd.” NRC