Thuis is het niets, vindt de moeder

Dans

Julidans. Voorstellingen van 5, 6 en 7/7, Amsterdam. Inl: julidans.nl

De geesten die verdeeld waren over Dave St-Pierres openingsvoorstelling van Julidans, vonden elkaar weer in waardering voor de fantastische solo van Lisbeth Gruwez.

In It’s going to get worse and worse my friend neemt de Belgische danseres/choreografe de retorische techniek van de Amerikaanse tv-predikant Jimmy Swaggart onder de loep. Met uiterst precies geplaatste bewegingen volgt zij zijn betoog, van klank en lettergreep tot tierende volzin, door die te verbinden met corresponderende bewegingen, tempo, expressie en energie. Dat zou een flauw spel kunnen opleveren, maar Gruwez maakt er een intelligente analyse van, uitgevoerd met een ongelooflijke scherpte.

Het recente Henri Michaux: Mouvements van de Canadese Marie Chouinard is daarentegen een teleurstelling. Chouinard ‘vertaalt’ de zwierige, onder invloed van mescaline gepenseelde inktdroedels van de Belgische surrealist Michaux naar een choreografie voor tien dansers. Dat doet ze kundig, inventief en met humor, maar als artistiek concept is zo’n imitatie waarmee verder niets gebeurt te mager.

Veel gewaagder is de samenwerking van oudgediende Krisztina de Châtel met haar artistieke dochter, de Vlaamse Ann Van den Broek. In Domestica schetsen zij een fraai maar grimmig beeld van het begrip ‘thuis’; volgens de voice-over een plaats van communicatie, lust, pijn, plezier en vooral frustratie. Emoties worden er gesmoord en onderdrukt.

In sommige delen zijn de beheerste, binnengehouden emoties van De Châtel te herkennen, in andere de meer extraverte, directe expressiviteit van Van den Broek. Die afwisseling, op zich goed, staat een dramaturgische ontwikkeling in de weg – alsof telkens moet worden vooruit-, terug- en weer vooruitgeschakeld. Geen soepele rit daardoor, maar wel een interessant experiment.