Strafhof: 14 jaar cel voor Congolese krijgsheer

Het Internationaal Strafhof heeft de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga vanochtend veroordeeld tot veertien jaar celstraf wegens het rekruteren en inzetten van kindsoldaten. Het was de eerste keer dat het Strafhof vonnis wees.

Lubanga zit sinds maart 2006 in voorarrest, waardoor hij feitelijk nog acht jaar van zijn straf moet uitzitten. Het is niet nog duidelijk waar. Zeven landen hebben aangeboden om veroordeelde oorlogsmisdadigers in hechtenis te nemen.

De aanklagers hadden dertig jaar geëist, een hoge straf „in naam van elk kind dat was gerekruteerd”. Maar volgens rechter Adrian Fulford is niet duidelijk hoeveel kinderen zijn geronseld.

Voormalig hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo wilde ook seksueel geweld laten meewegen bij de straf. Maar Fulford bekritiseerde hem omdat hij geen aanklacht had ingediend wegens seksueel geweld of bewijs hiervoor had geleverd. Volgens mensenrechtenorganisaties heeft de militie van Lubanga zich op grote schaal schuldig gemaakt aan verkrachting.

Lubanga beging zijn misdaden tijdens het conflict in de Oost-Congolese regio Ituri tussen september 2002 en juni 2003. Naar schatting zijn er bij het conflict tussen de etnische groepen Hema en Lendu meer dan 60.000 mensen omgekomen. Buurlanden Oeganda en Rwanda verergerden de oude landconflicten.

Rwanda en Oeganda vielen in 1998 Congo binnen in een jacht om grondstoffen. De hoofdprijs waren de gigantische goudreserves in Ituri. De regio veranderde in een slagveld van guerrillagroepen, tribale milities en de nationale legers van Congo, Rwanda en Oeganda. Na ruzies tussen Rwanda en Oeganda begonnen ze elkaar te ondermijnen door rivaliserende milities op te zetten.

In dat militaire steekspel speelde Lubanga een sleutelrol. Hij was een gerespecteerd en invloedrijke zakenman tot hij aan het hoofd kwam te staan van de Hema-militie, de Unie voor Congolese Patriotten, een van de grootste milities in Ituri. De groep maakte zich schuldig aan verkrachting, marteling en moord.

De strijd kwam pas ten einde na ingrijpen van de Europese Unie en de Verenigde Naties. Lubanga vluchtte naar de Congolese hoofdstad Kinshasa in afwachting van promotie in het leger, in ruil voor het neerleggen van de wapens. Maar na de moord op zes VN-militairen, waar Lubanga bij betrokken zou zijn geweest, voelde de Congo zich genoodzaakt hem uit te leveren aan het Strafhof.

Congo telt vele moorddadige milities en de bestraffing van de leiders kenmerkt zich door willekeur. Zo had Bosco Ntaganda, de rechterhand van Lubanga, meer geluk. Hij sloot zich aan bij een andere militie in Oost-Congo, hielp diens leider Laurent Nkunda arresteren en werd als beloning tot generaal in het Congolese leger benoemd, hoewel ook hij door het Strafhof wordt gezocht en nu een hoofdrol speelt bij een opstand van muitende militairen in de regio’s Noord- en Zuid Kivu.