Rwanda wil staat in Oost-Congo creëren

Rebellen hebben strategische stadjes in Oost-Congo op het leger veroverd. Ze krijgen steun van Rwanda dat wapens en rekruten levert. Zo lijkt de geschiedenis zich te herhalen in het grondstofrijke gebied.

Terwijl de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga vandaag in Den Haag is veroordeeld tot veertien jaar cel, rukt zijn voormalige rechterhand Bosco Ntaganda op in Oost-Congo. Zijn rebellengroep M23 heeft de afgelopen dagen strategisch belangrijke plaatsen ingenomen.

De geschiedenis lijkt zich te herhalen, want opnieuw is Rwanda nauw betrokken bij de oplaaiende strijd in het buurland. Rwanda wil een onafhankelijke staat in Oost-Congo creëren door steun te geven aan rebellen die de afgelopen weken bij een offensief enkele stadjes langs de Rwandese en Oegandese grens hebben ingenomen. Dit kan worden opgemaakt uit een vorige maand gepubliceerd rapport van de VN.

Het rapport geeft een aantal saillante voorbeelden van Rwandese hulp aan M23. Het is een een nieuwe rebellengroep in Oost-Congo, die bestaat uit gedeserteerde Congolese regeringsmilitairen. Ze bevinden zich nu op enkele tientallen kilometers van de regionale hoofdstad Goma. Congolese militairen en eenheden van de VN-vredesmacht nemen posities in om Goma te verdedigen.

Al decennia is Oost-Congo een wetteloos gebied waar buurlanden allerhande milities steunen in de jacht op grondstoffen. Het was niet veel anders tussen 1998 en 2003 in de noordelijker gelegen goudrijke regio Ituri. Voor zijn rol in de moordpartijen van toen is Lubanga nu veroordeeld. Ook Ntaganda wordt door het Strafhof gezocht.

Maar in plaats van terecht te staan, vecht deze generaal weer in Oost-Congo, waar de situatie steeds ingewikkelder wordt. Het Congolese leger is zwak en Rwanda heeft een grote invloed. Maar Oost-Congo kent een grillige dynamiek. Ook Rwanda heeft niet altijd controle over de politieke en militaire ontwikkelingen.

Het officiële doel van Rwanda is om anti-Rwandese rebellen in Oost-Congo te verdrijven. Daar is Rwanda al sinds de genocide in 1994 mee bezig en vermoedelijk zijn er nog maar enkele honderden van hen in leven.

Er opereren ook talrijke andere rebellengroepen dan M23, soms voor, soms tegen Rwanda. Wat deze milities en regeringslegers gemeen hebben is dat ze goud- en coltanmijnen in Oost-Congo exploiteren. Vaak werken ideologisch botsende groepen samen bij de ontginning en verkoop van grondstoffen.

In 2009 sloten Rwanda en Congo een deal. Door Rwanda gesteunde rebellen werden opgenomen in het Congolese leger. De integratie vond plaats onder aanvoering van generaal Bosco Ntaganda. De militairen van Ntaganda zijn vrijwel allen Tutsi’s, net als het bewind in Rwanda. Met het akkoord leken de belangen van Rwanda in Congo behartigd.

Ook Ntanganda’s militairen profiteerden: ze beroofden ongehinderd banken in Goma en werden rijk van belastingen en mijnbouw.

Deze allianties lijken nu te veranderen. De veroordeling van Lubanga door het Strafhof zette een kettingreactie in gang. Ntaganda en zijn mannen zagen hun comfortabele positie in het regeringsleger in gevaar komen. Met medewerking van Rwanda begonnen ze een nieuwe opstand.

Daarbij is een oud idee van een onafhankelijke staat, bestaande uit de regio’s Noord- en Zuid-Kivu, uit de kast gehaald. Rwanda levert wapens en militairen voor de rebellie. M23 werkt samen met andere pro-Rwandese groepen om een eigen staat op te richten. Er vindt regelmatig overleg plaats in de grensregio met Rwanda waarbij Ntanganda aanwezig is. De Rwandese bondgenoten van M23 zijn volgens het VN-rapport de Rwandese bevelhebber Charles Kayonga en Jacques Nziza, voormalig hoofd van de veiligheidsdienst. Een prominente rol heeft generaal James Kabarebe. Hij zou het plan voor een onafhankelijke staat hebben uitgewerkt.

Rwanda, dat de aantijgingen ontkent, zegt dat de strijd een gevolg is van ontwikkelingen in Congo. De verkiezingen vorig jaar hebben president Kabila verzwakt. Toch begon hij het regeringsleger in het oosten te reorganiseren. Eenheden werden overgeplaatst buiten de ‘comfortabele zones’, waar geen geld valt te verdienen. Maar Kabila had niet genoeg invloed. Ntaganda kwam in opstand en groepen ontevreden militairen sloten zich bij hem aan. Zo was het toneel geschapen voor een nieuwe gevechtsronde.