Papa, wat is de tafel van zeven?

Een jaar op wereldreis met je schoolgaande kinderen. En het onderwijs dan? Geef als ouder zelf les en mail het huiswerk naar een docent in Nederland.

Father and Child Looking at Laptop --- Image by © Images.com/Corbis © Images.com/Corbis

Tijdens ons ontbijt in het enige eettentje op een idyllisch Thais eiland komt een Frans gezin met twee meisjes aan het tafeltje naast ons zitten. Ze leggen boeken en schriften op tafel en de meisjes, ze zijn een jaar of acht en tien, gaan aan het werk. Later vertellen de ouders ons dat ze een jaar op wereldreis zijn en dat ze hun kinderen zelf lesgeven. Zo kunnen ze na dat jaar zonder problemen terug naar school.

Een wereld aan mogelijkheden opende zich. Onze dochter was op dat moment nog maar een jaar, maar we maakten ons toen al stiekem een beetje zorgen voor de toekomst: wat als ze leerplichtig is? Zijn we dan veroordeeld tot de zomerfiles op de Franse peripherique of de bomvolle Waddeneilanden?

Niet per se. Maar makkelijk is het niet om je reislust te bevredigen als je schoolgaande kinderen hebt. Want de Nederlandse wet is streng: een kind mag maximaal tien dagen buiten schooltijd van school op vakantie wanneer het beroep van een van de ouders dat vereist, dan doe je ‘een beroep op vrijstelling’. Een verlofaanvraag van meer dan tien dagen wordt doorgestuurd naar de leerplichtambtenaar. In principe wordt zo’n verzoek alleen ingewilligd wanneer er sprake is van zogenaamde ‘gewichtige omstandigheden’: ziekte of overlijden binnen de familie bijvoorbeeld.

„De meeste mensen die met hun kind naar het buitenland willen, schrijven zich daarom ook uit”, zegt Jeanine Nieuwenhuis van de Wereldschool – een school die voorziet in onderwijs op afstand voor kinderen tot achttien jaar. Dat heeft gevolgen, legt Nieuwenhuis uit: de kinderbijslag stopt en je bent niet meer verzekerd in Nederland. Maar je krijgt geen leerplichtambtenaar op je dak en je kunt je kind gewoon lesgeven via de methode van de Wereldschool. Dat betekent dat de ouders hun eigen kinderen lesgeven, de leerling levert huiswerk (via mail) in bij een docent in Nederland. Er worden dezelfde boeken gebruikt als op Nederlandse scholen en er is een handleiding voor ouders waarin alle lessen staan uitgeschreven. Leerlingen in het voortgezet onderwijs gebruiken de handleiding zelf, de ouders fungeren als coach, ze bewaken de lesuren en stimuleren hun kind op tijd het huiswerk te maken en in te leveren.

Als een gezin zich niet wil uitschrijven, kan het ook gewoon gaan en hopen dat de school hen niet aangeeft bij de leerplichtambtenaar. Wordt het gemeld dan kan de straf oplopen tot een geldboete van maximaal 2.250 euro of een maand gevangenisstraf.

De strikte handhaving van de leerplicht- en schoolplichtwet leidt tot vreemde situaties. Een gezin dat voor een jaar in China ging wonen werd geadviseerd hun kinderen in te schrijven op een Chinese school in plaats van les te krijgen via de Wereldschool. Nieuwenhuis: „Het belang van het naar school gaan, zelfs al sprak iedereen daar Chinees en verstonden de kinderen dus niemand, werd groter geacht dan het volgen van Nederlands (thuis)onderwijs.”

De wet die schoolplicht voorschrijft – kinderen moeten niet alleen leren, maar ook naar school gaan – is een wet die moest voorkomen dat kinderen bijvoorbeeld voor een half jaar mee werden genomen naar Marokko. Tweede argument voor het belang van het naar school gaan is de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Nieuwenhuis: „De enkele leerplichtambtenaar die wel toestemming geeft om kinderen mee te nemen naar het buitenland en les te krijgen op de Wereldschool realiseert zich waarschijnlijk dat deze argumenten niet meer gelden. Met die sociaal-emotionele ontwikkeling komt het goed, wanneer een kind zoveel reist is het constant onder de mensen. En het onderwijs op afstand zorgt ervoor dat ze bij terugkeer gewoon meedraaien in het Nederlands onderwijssysteem.”

Het aantal leerplichtambtenaren dat wel toestemming geeft om de kinderen mee te nemen naar het buitenland en les te geven via de Wereldschool is op een hand te tellen, het waren er het afgelopen jaar niet meer dan vijf.

Het gezin De Jonge had het geluk er een te treffen: in 2010 willen Wendy en Marty de Jonge met hun twee dochters van zeven en elf een half jaar door Azië trekken. Ze spreken met de leerplichtambtenaar die hen vraagt een plan van aanpak te schrijven. Het echtpaar De Jonge legt hierin uit dat ze hun kinderen graag wat van de wereld willen laten zien, om ze kennis te laten maken met andere culturen. Ze zullen hen lesgeven volgens het lesprogramma van de Wereldschool en stellen voor om hun dochters tussentijds te laten evalueren om te kijken of hun niveau op peil blijft. Raken de meisjes achterop dan betalen ze de verplichte boete. Het gezin mag gaan.

Vijf dagen per week besteden de kinderen een dagdeel aan school. Er wordt dan niet gereisd of iets bekeken. „Het was wennen in het begin”, zegt vader Marty de Jonge. „Maar na een paar weken begon ik het fijn te vinden. Het gaf ons structuur. En ik vond het een unieke ervaring om mijn eigen kinderen les te geven. Als ouder wil je je kinderen graag iets meegeven. Concreter dan dit kan bijna niet. Vooral de jongste: die ging zo veel beter lezen in dat half jaar, het idee dat ik daar als ouder aan heb bijgedragen geeft voldoening.”

Nieuwenhuis vindt het jammer dat de schoolplicht in Nederland zo strikt geïnterpreteerd wordt. „Wij begrijpen en onderschrijven de wens van de Onderwijsinspectie dat elk kind recht heeft op goed onderwijs. Als ouders bij ons alleen het vak muziek voor hun kind aanvragen dan accepteren we dat niet. Maar waarom zouden we niet samenwerken met de leerplichtambtenaren? Wij zouden bijvoorbeeld aan hen kunnen rapporteren of ouders hun kinderen goed lesgeven. Want het is wel degelijk mogelijk om te reizen en goed onderwijs te volgen.”

De resultaten van de Wereldschool zijn goed. De Cito-scores zijn hoger dan het landelijk gemiddelde. „Maar”, relativeert Nieuwenhuis, „de meeste van onze leerlingen gaan maar een paar jaar bij ons naar school, dus daar zijn wij zeker niet geheel verantwoordelijk voor”. Wel blijkt dat kinderen die les krijgen via de Wereldschool na verloop van tijd gaan voorlopen op hun Nederlandse klasgenoten. Ze krijgen individueel les en kunnen dus sneller gaan wanneer ze iets begrijpen en krijgen meteen aandacht wanneer ze iets niet snappen. Daar komt bij dat zo’n reis een verrijking voor kinderen kan zijn.

Het gezin De Jonge heeft dat zeker zo ervaren. Marty de Jonge: „We zien elke dag ellende en honger op de televisie. Dat gaat toch een beetje aan je voorbij. In dat half jaar hebben mijn kinderen elk dag om zich heen gezien dat niet iedereen op de wereld het zo goed heeft als zij. Dat er kinderen zijn die niet elke dag te eten hebben, die moeten bedelen op straat voor een bakje rijst. Toen mijn jongste dochter onlangs op school leerde over de Tweede Wereldoorlog en Hitler, zei ze: dat is zo iemand als Pol Pot. De slachtoffers van die oorlog had ze in Phnom-Phen op straat gezien.”