Opeens gaat het licht uit

Wat drank met je lichaam doet, hangt sterk samen met je leeftijd. Pas rond je 24ste zijn je hersens uitontwikkeld. Dat verklaart waarom jongeren anders reageren op alcohol.

De eerste slok. Warm, tintelend glijdt die door de slokdarm. Hoe hoger de concentratie, hoe sterker het gevoel. Het kan zelfs pijnlijk prikkelen.

Wat gebeurt er daarna? Welk effect heeft alcohol? En hoe lang duurt het voor het uit je lijf verdwenen is?

Toxicoloog Ed Pennings en kinderarts Nico van der Lely beschrijven dat proces. Van de eerste slok, tot de laatste ademtocht. In ruim een uur heeft het goedje alle hoeken van je lijf gezien. Een ingenieuze tocht, met onverwachte tussenstoppen. Een route die zelfs langs je tenen voert.

Dit is de weg van de alcohol.

Terwijl je je glas op de bar zet, heeft de eerste slok je maag al bereikt. Het is een kwestie van minuten nu. Hoe leger je maag, hoe sneller het gaat. Laten we er voor het gemak vanuit gaan dat het een glas bier was dat je aan je lippen zette. Daarin zit tien gram ethanol – de chemische benaming voor deze alcohol. Een eetlepel vol. Zo’n 20 procent van die eetlepel komt via de maagwand in je bloed. De rest wordt vlak daaronder, in de dunne darm, via de darmwand in het bloed opgenomen.

Nog voor je hand de bak met borrelnootjes heeft bereikt, raast die 20 procent al door je bloedbaan. En dat voel je. Tenminste, als je nuchter bent of jong en geen ervaren drinker.

Alcohol is oplosbaar in water. En omdat al onze organen water bevatten, zit het binnen de kortste keren overal. Van je tenen tot je kruin. En op bijna al die plekken gebeurt iets.

Je glas is leeg. Binnen een half uur is de meeste alcohol opgenomen in het bloed en beleef je de piek van het effect. Je reactiesnelheid neemt af. En je bloedsuikerspiegel daalt. Je voelt je misschien wat licht in je hoofd. Je promillage – het aantal grammen ethanol in elk van je vijf liters bloed – is nu 0,2.

Je neemt nog een glas bier. En nog één. Je zit dan op een promillage van ongeveer 0,7. Je bent aangeschoten. Autorijden is gevaarlijk.

Alcohol, weet het lichaam, is gif. En de plek waar gif onschadelijk kan worden gemaakt, is de lever. Terwijl de alcohol door je lichaam wordt gepompt, begint dat orgaan de gifstof direct af te breken. Maar in de lever is niet meteen plek voor alle alcohol.

De enzymen die alcohol omzetten (alcoholdehydrogenase) hebben een beperkte capaciteit: het duurt anderhalf uur voordat de alcohol in één glas bier is omgezet in – uiteindelijk – verschillende zuren, die via je adem en urine uit je lijf verdwijnen. Tenminste als je het bij dat ene glas houdt. Drink je er tien, dan duurt het vijftien uur. Een lever kan niet sneller of langzamer werken (tenzij je een echt ervaren drinker bent). En in de tussentijd ben je dus onder invloed. Ook als je na een nacht slapen wakker wordt. Daar helpt geen koffie, douche of frisse neus tegen.

Je begint aan je vierde glas bier. Je neus kleurt langzaam rood, je wangen krijgen een blos. Je besluit een sigaret te gaan roken voor de ingang van de kroeg, zónder jas. Want je hebt het warm. Althans, dat dénk je. Alcohol zorgt ervoor dat de haarvaatjes in je huid zich verwijden. Terwijl je lijf het signaal krijgt dat je warm bent, verlies je in feite juist warmte via je huid.

Drink je stevig door, dan kan je temperatuur behoorlijk dalen. Gevaarlijk laag worden zelfs. Op de alcoholpoli in Delft, waar jongeren met alcoholvergiftiging worden binnengebracht, behandelde kinderarts Nico van der Lely jongeren met een lichaamstemperatuur van 32 graden, de grens waarop hartritmestoornissen kunnen optreden. Geregeld worden jongeren met onderkoeling na drankgebruik opgenomen.

Maar jij gaat weer snel naar binnen. Niet omdat het koud is, nee, je moet naar de wc. Alcohol heeft een diuretisch effect. In de hersenen remt het de afgifte van ADH, een hormoon dat er gewoonlijk voor zorgt dat we vocht uit de nieren weer in het bloed opnemen. Die nieren krijgen – onder invloed van alcohol – nu het omgekeerde signaal: loslaten dat vocht.

Je plast alvast een heel klein beetje ethanol uit. Een heel klein beetje van de alcohol die je drinkt (5 procent), verlaat het lichaam namelijk ook als alcohol – dat wordt niet omgezet door de lever, maar plas je uit. Ongeveer net zoveel alcohol verlaat via zweet en adem je lijf. Je nuchtere buurman kan dat al na één drankje ruiken.

Die buurman ziet je trouwens sowieso een beetje veranderen. Je wordt losser. Wat onhandiger. Minder geremd. Je gaat luider praten. Harder lachen. Of juist harder huilen. Dat ligt maar net aan je humeur.

Binnen zoeft de alcohol namelijk nog steeds razendsnel door je hoofd. Daar voorkomt het vooral dat de hersenen hun werk goed kunnen doen. In de hersenen wordt informatie uitgewisseld via neurotransmitters. Alcohol stimuleert een neurotransmitter die een remmende werking op zenuwcellen heeft. Je gedrag verandert.

De eerste effecten treden op in het cerebellum. Die ‘kleine hersenen’ zitten in je achterhoofd, vlak boven je nek. Daar wordt je motoriek geregeld. Al is die nu – zeker na vier glazen bier – al heel wat minder goed geregeld. Je bewegingen worden grover. En je evenwicht raakt steeds meer verstoord. Je spraak wordt beïnvloed. Je schommelt als je loopt.

We gaan dieper de hersenen in. Naar de amygdala. Deze twee amandelvormige kernen koppelen de waarnemingen van je zintuigen aan emoties. Je ziet een afgrond en je denkt: gevaar! Die reflex is wat minder sterk als je gedronken hebt. Dan denk je dus dat je auto kunt rijden – terwijl je al te veel gedronken hebt.

Na het vijfde glas bier besluit je te stoppen. Je krijgt hoofdpijn, doordat de alcohol in de lever wordt omgezet in een andere giftige stof (aceetaldehyde). En met een beetje pech maakt je maag zoveel méér maagzuur aan, dat je misselijk wordt.

Althans – dat is het scenario voor volwassenen.

Het wonderlijke is dat er bij dronken jongeren een heleboel niet gebeurt. Een jongere gaat niet slingerend lopen. Die voelt zich niet langzaam dronken worden – bij jongeren gebeurt zoiets vaak plotseling. Omdat ze niet of nauwelijks gewend zijn aan alcohol; de hoeveelheid die ze drinken leidt snel tot een hoge concentratie in het bloed en de hersenen. Bij jongeren gaat het licht doorgaans in één klap uit.

Kinderarts Nico van der Lely vermoedt dat dit ook met de ontwikkeling van de hersenen te maken heeft. Zo lang die nog niet volledig ontwikkeld zijn (voor je vierentwintigste), reageer je anders op alcohol. Neem de kleine hersenen, waar de motoriek geregeld wordt, daar heeft de alcohol veel minder effect. Vandaar dat je een dronken kind niet altijd zult zien slingeren. Die loopt ook na een paar biertjes nog in een kaarsrechte lijn.

Op andere plekken is het effect van alcohol juist sterker: zo neemt bij veel dronken jongeren de werking van de amygdala juist sterk af. Die jongere klimt daarom gerust in een lantarenpaal. Maakt ruzie met boomlange kerels. Die ziet niet dat iets gevaarlijk is. Als je amygdala het slecht doet, zeg je sneller iets brutaals terug.

En drinken jongeren met tempo door, dan zie je ze niet langzaam in elkaar sukkelen. Nee, dan gaan ze in één klap out. Alcohol zorgt dat de bloedvaten wijder worden (vandaar die rode wangen) en je bloeddruk daalt. Bij jongeren die niet gewend zijn te drinken, gaat dat zo snel, dat ze plots bewustzijn verliezen.

Vraag je ze vervolgens wat er is gebeurd, dan weten ze dat waarschijnlijk niet meer. Dat zullen ze ook nooit meer weten. De hippocampus (het deel van de hersenen dat zorgt dat je informatie opslaat) werkt namelijk minder goed onder invloed van grote hoeveelheden drank. En bij hele jonge kinderen zelfs helemaal niet meer.

Probeer dan nog maar eens na te vertellen hoeveel biertjes je die avond gedronken hebt.