Noorse regering maakt einde aan oliestaking wegens ‘landsbelang’

Het Kristin olie- en gasplatform in de Noorse Zee, zo'n 100 kilometer ten westen van Kristiansund. Foto Reuters / Koranyi Balazs

De Noorse regering heeft met een ‘beroep op landsbelang’ een einde gemaakt aan de staking van werknemers van Noorse booreilanden. Er dreigde een totale productiestop in de Noorse olie- en gassector doordat de werknemers al twee weken staakten voor een beter pensioen.

Minister van Werkgelegenheid Hanne Bjurstrøm:

“Ik moest deze beslissing nemen om de belangen van Noorwegen te beschermen. Het was geen makkelijk besluit, maar ik moest hem maken.”

De medewerkers hebben gehoor gegeven aan de oproep en zijn direct weer aan het werk gegaan.

Van de zevenduizend Noorse offshorewerkers op de booreilanden staakte ongeveer tien procent. Daardoor werd er afgelopen weken al zo’n vijftien procent minder geproduceerd. Volgens de Noorse vereniging voor de olieindustrie (OLF) heeft dit overheid en bedrijven 440 miljoen dollar gekost in de afgelopen twee weken. De prijs voor een vat Brent-olie is de laatste dagen opgelopen tot 101 dollar.

Laatste productiestop in 1986

Het is niet de eerste keer dat Noorwegen ingrijpt bij een staking. Ook in 2004 greep de overheid in omdat er een productiestop van gas en olie dreigde. De laatste keer dat het wel tot een volledige productiestop kwam was in 1986. Na drie weken greep de regering toen in.

Noorwegen is na Rusland de grootste olieproducent van Europa.