‘Mijn echtgenote en ik missen allebei twee maanden AOW’

Mensen hebben lang uitgekeken naar het moment dat zij met pensioen konden, en zien die datum nu plots maanden opschuiven. Twee vijftigplussers vertellen wat de verhoging van de pensioenleeftijd betekent: minder inkomen. „Sparen lukt ook niet als alles duurder wordt.”

Tekst Marike Stellinga en Barbara RijlaarsdamFoto’s Peter de Kromen Flip Franssen

Toon Hermans (62, Horst)

„Sinds 2011 ben ik met prepensioen. Daarvoor heb ik bijna 40 jaar bij Flextronics in Venray gewerkt, en bij de voorganger van dat bedrijf. Ik controleerde onderdelen van kopieerapparaten, tot het bedrijf in 2008 naar Maleisië verhuisde. Ik ben wel gaan solliciteren, maar als je bijna zestig bent, lukt dat niet meer hè. Je bent gewoon te duur.

Toen ik in 1973 aan de slag ging bij dat bedrijf werden we nog gratis met een bus vanuit Horst naar Venray, vijftien kilometer verderop, gereden en weer terug. Vanaf 1988 moesten we op eigen gelegenheid komen, die bus werd wegbezuinigd. Zo’n kopieerapparaat bestaat uit wel 15.000 stukjes. Ik moest de onderdelen steekproefsgewijs controleren voordat zo’n apparaat in elkaar werd gezet. Uiteindelijk werd die assemblage uitbesteed en viel het bedrijf in Venray uit elkaar.

Als de AOW-leeftijd per 1 januari 2013 wordt verhoogd, mis ik twee maanden inkomen. Mijn prepensioen loopt maar tot het moment dat ik 65 word. Dus dit kost me ongeveer 3.600 euro. Mijn echtgenote, die ook in 1949 is geboren, krijgt door deze dwaze maatregel óók pas twee maanden later haar AOW. In totaal mis je dus vier maanden gezinsinkomen. Dan kunnen ze in Den Haag wel zeggen: ‘je moet zelf maar sparen’. Maar dat lukt ook niet als alles duurder wordt. Het Lenteakkoord is oneerlijk. Wie straks nog op VVD, CDA, GroenLinks, D66 of ChristenUnie durft te stemmen, moet achteraf niet zeuren. We weten nu wat voor problemen ervan komen.”