Maar Evans trapt door

Ritwinnaar Bradley Wiggins liep gisteren 1.43 minuut verder uit op Cadel Evans in het klassement. Maar de Tourwinnaar van vorig jaar is een taaie.

Redacteur Wielrennen

Besançon. Geen wielrenner is zo onverstoorbaar als Cadel Evans. De winnaar van de Tour de France van vorig jaar heeft net 1.43 minuut verloren in de eerste lange tijdrit in de Tour de France, maar zijn gezicht verraadt niets. Onbewogen fietst hij in finishplaats Besançon door een haag van journalisten en fans naar de rood-zwarte camper van Team BMC. Geeft zijn vrouw een kus en speelt vervolgens minutenlang met zijn zoontje, die in een buggy zit.

Ploegleider Jim Ochowicz tikt Evans aan. Wil je niet eerst even douchen, Cadel? Nee, is het antwoord. Hij wil uitfietsen, zoals hij altijd doet. Dat hoeft nu toch niet anders? De rollenbank wordt klaargezet, Evans stapt op zijn fiets. Rustig trapt hij door, ondertussen het handje van zijn zoontje vasthoudend. De rest van de wereld lijkt hij niet te zien.

Time Machine, heet het model van de fiets van Evans. Met flinke letters staat het op de bovenbuis. Maar de komende twee weken lijkt Evans een echte tijdmachine nodig te hebben. Na gisteren staat hij in het algemeen klassement 1 minuut en 53 seconden achter op Bradley Wiggins, die op indrukwekkende wijze de tijdrit tussen Arc-et-Senans en Besançon won.

Recht tegenover Evans staan de auto’s van Team Sky geparkeerd. Ploegleider Sean Yates staat er op te scheppen, waar hij zichtbaar van geniet. „Zo knap is het nu ook weer niet, ik heb ook eens een tijdrit gewonnen in de Tour”, zegt Yates bijvoorbeeld over de rit waarin Wiggins zijn overgebleven concurrenten op meer dan anderhalve minuut reed. „Als Christopher Froome in de eerste etappe naar Seraing door stomme pech niet anderhalve minuut had verloren, hadden we nu op plek één en twee in het algemeen klassement gestaan”, zegt Yates ook bescheiden. Hij wil eindigen met: „Ik heb het al vaak gezegd: we zijn hier om de Tour te winnen”, maar bedenkt zich dan. Na een korte pauze benadrukt Yates dat statement nog eens. „Punt.”

Evans gooit het over een andere boeg. Terwijl hij met zijn indrukwekkende ballonkuiten in een rustig tempo blijft uitfietsen, wil hij tegen een horde journalisten wel wat kwijt over de tijdrit. „Als je alleen op dat parcours bent, kun je niet meer doen dan je uiterste best. Dat heb ik gedaan.” En over de achterstand op Wiggins: „1 minuut 53 is best veel, maar de Tour is nog lang. Ik ga vechten tot het einde, zoals altijd.”

Vechten en nooit opgeven, onverstoorbaar doortrappen. Dat kenmerkt de carrière van Evans. De Australiër werd lang gezien als de eeuwige nummer twee, een renner die nooit durfde aan te vallen. Zijn collega’s noemden hem een wieltjesplakker. Totdat hij in 2009 wereldkampioen werd.

Evans staat bekend om zijn lange trainingsritten, de obsessieve manier waarop hij met de sport bezig is. Weinig renners kunnen zichzelf meer afbeulen op hun fiets dan Evans en toen de Australiër in de een na laatste etappe van de Tour van vorig jaar de gele trui had veroverd, somde hij uit zijn hoofd op waar het allemaal was misgegaan, in de twaalf voorgaande grote rondes waarin hij tot de favorieten had behoord. Maar door stress, pech of een combinatie ervan had gefaald. Hoe hij in de Giro van 2002 op de laatste helling instortte, hoe hij in de Tour van 2008 was gevallen. Evans wist het nog allemaal, tot in detail.

Toen aan de inmiddels overleden trainer en mentor van Evans, de Italiaan Aldo Sassi, werd gevraagd waarom Evans in de loop der jaren steeds beter was geworden, zei Sassi dat Evans helemaal niet was veranderd. Door de strengere dopingcontroles was het wielrennen veranderd, zei Sassi. Evans – die zich inzet voor een Tibetaanse staat, getrouwd is met een concertpianiste en begin dit jaar samen met haar een jongetje uit Ethiopië adopteerde – was gewoon door blijven trappen. In een eerlijker speelveld vielen zijn ongekende fysieke kwaliteiten gewoon meer op.

In deze Tour heeft Bradley Wiggins sinds gisteren misschien veel voorsprong, maar ook nog een taaie tegenstander.