Leren en reizen maken kind wereldwijs

Een jaar op wereldreis met schoolgaande kinderen. Mag dat? Ja, als ouders zelf lesgeven en het huiswerk naar een docent in Nederland sturen. Marte Kaan verdiept zich in de Wereldschool.

Het is lastig toestemming te krijgen van een leerplichtambtenaar voor een lange reis met kinderen buiten de schoolvakanties. Foto Richard Brocken/HH

Tijdens ons ontbijt in het enige eettentje op een idyllisch Thais eiland komt een Frans gezin met twee meisjes aan het tafeltje naast ons zitten. Ze leggen boeken en schriften op tafel en de meisjes, van een jaar of acht en tien, gaan aan het werk.

Later vertellen de ouders dat ze een jaar op wereldreis zijn en dat ze hun kinderen zelf lesgeven. Zo kunnen ze na dat jaar zonder problemen terug naar school.

Een wereld aan mogelijkheden opende zich voor ons. Onze dochter was op dat moment nog maar een jaar, maar we maakten ons toen al stiekem een beetje zorgen voor de toekomst: wat te doen als ze leerplichtig is? Zijn we dan veroordeeld tot de zomerfiles op de Franse péri-phérique of de bomvolle Waddeneilanden?

Niet per se. Maar makkelijk is het niet je reislust te bevredigen als je schoolgaande kinderen hebt. Want de Nederlandse wet is streng: een kind mag maximaal tien dagen buiten schooltijd op vakantie wanneer het beroep van een van de ouders dat vereist. Een verlofaanvraag van meer dan tien dagen wordt doorgestuurd naar een leerplichtambtenaar. In principe wordt zo’n verzoek alleen ingewilligd wanneer er sprake is van zogenoemde ‘gewichtige omstandigheden’: ziekte of overlijden binnen de familie, bijvoorbeeld.

„De meeste mensen die met hun kind naar het buitenland willen, schrijven zich daarom ook uit”, zegt Jeanine Nieuwenhuis van de Wereldschool, een instelling die voorziet in onderwijs op afstand voor kinderen tot achttien jaar. Dat heeft gevolgen, legt Nieuwenhuis uit: de kinderbijslag stopt en je bent niet meer verzekerd in Nederland. Maar je krijgt geen leerplichtambtenaar op je dak en je kunt je kind gewoon lesgeven via de methode van de Wereldschool.

Dit betekent dat de ouders hun eigen kinderen lesgeven, de leerling levert huiswerk (via mail) in bij een docent in Nederland. Er worden dezelfde boeken gebruikt als op Nederlandse scholen en er is een handleiding voor ouders waarin alle lessen staan uitgeschreven. Leerlingen in het voortgezet onderwijs gebruiken de handleiding zelf, de ouders fungeren als coach: ze bewaken de lesuren en stimuleren hun kind op tijd het huiswerk te maken en in te leveren.

Als een gezin zich niet wil uitschrijven, kan het ook gewoon gaan en hopen dat de school hen niet aangeeft bij de leerplichtambtenaar. Wordt dit wel gemeld, dan kan de straf oplopen tot een geldboete van maximaal 2.250 euro, of een maand gevangenisstraf.

De strikte handhaving van de leerplicht- en schoolplichtwet leidt tot vreemde situaties. Een gezin dat voor een jaar in China ging wonen, kreeg het advies hun kinderen in te schrijven op een Chinese school, in plaats van les te krijgen via de Wereldschool. Nieuwenhuis: „Het belang van schoolgaan, ook al verstonden de kinderen daar niemand, werd groter geacht dan het volgen van Nederlands (thuis)onderwijs.”

De wet die schoolplicht voorschrijft – kinderen moeten niet alleen leren, maar ook naar een school gaan – is een wet die moest voorkomen dat kinderen bijvoorbeeld voor een half jaar werden meegenomen naar Marokko. Tweede argument voor het belang van naar school gaan is de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Nieuwenhuis: „De enkele leerplichtambtenaar die wel toestemming geeft kinderen mee te nemen naar het buitenland en les te krijgen via de Wereldschool realiseert zich waarschijnlijk dat deze argumenten niet meer gelden. En met die sociaal-emotionele ontwikkeling komt het wel goed: wanneer een kind zoveel reist, is het constant onder de mensen. En het onderwijs op afstand zorgt ervoor dat ze bij terugkeer gewoon meedraaien in het Nederlands onderwijssysteem.”

Het aantal leerplichtambtenaren dat wel toestemming geeft de kinderen mee te nemen naar het buitenland en les te geven via de Wereldschool is op de vingers van een hand te tellen. Het waren er het afgelopen jaar niet meer dan vijf.

Het gezin De Jonge had het geluk zo’n ambtenaar te treffen: in 2010 willen Wendy en Marty de Jonge met hun twee dochters, van zeven en elf, een half jaar door Azië trekken. Ze spraken met de leerplichtambtenaar die hen vroeg een plan van aanpak te schrijven. Het echtpaar De Jonge legde hierin uit dat ze hun kinderen graag wat van de wereld wilden laten zien, om ze kennis te laten maken met andere culturen. Ze zouden les krijgen volgens het programma van de Wereldschool. De ouders stelden voor hun dochters tussentijds te laten testen om te kijken of hun niveau op peil blijft. Raakten de meisjes achterop, dan zouden ze de verplichte boete betalen. Het gezin mocht gaan.

Vijf dagen per week besteden de kinderen De Jonge een dagdeel aan school. Er wordt dan niet gereisd, of iets bekeken. „Het was wennen in het begin”, zegt vader Marty de Jonge. „Maar na een paar weken begon ik het fijn te vinden. Het gaf ons structuur. En ik vond het een unieke ervaring mijn eigen kinderen les te geven. Als ouder wil je je kinderen graag iets meegeven. Concreter dan dit kan bijna niet. Vooral de jongste: die ging veel beter lezen in dat halve jaar, het idee dat ik daaraan als ouder heb bijgedragen, geeft voldoening.”

Nieuwenhuis vindt het jammer dat de schoolplicht in Nederland zo strikt geïnterpreteerd wordt. „Wij begrijpen en onderschrijven de wens van de Onderwijsinspectie dat elk kind recht heeft op goed onderwijs. Als ouders bij ons alleen het vak muziek voor hun kind aanvragen, dan accepteren we dat niet. Maar waarom zouden we niet samenwerken met de leerplichtambtenaren? Wij zouden bijvoorbeeld aan hen kunnen rapporteren of ouders hun kinderen goed lesgeven. Want het is wel degelijk mogelijk te reizen en goed onderwijs te volgen.”

De resultaten van de Wereldschool zijn goed. De Cito-scores zijn hoger dan het landelijk gemiddelde. „Maar”, relativeert Nieuwenhuis, „de meeste van onze leerlingen gaan maar een paar jaar bij ons naar school, dus daar zijn wij zeker niet geheel verantwoordelijk voor”. Wel blijkt dat kinderen die les krijgen via de Wereldschool na verloop van tijd gaan voorlopen op hun Nederlandse klasgenoten. Ze krijgen individueel les en kunnen dus sneller gaan wanneer ze iets begrijpen en krijgen meteen aandacht wanneer ze iets niet snappen. Daar komt bij dat zo’n reis een verrijking voor kinderen kan zijn.

Het gezin De Jonge heeft dat zeker zo ervaren. Marty de Jonge: „Er is elke dag ellende en honger op de televisie, maar dat gaat toch een beetje aan je voorbij. In dat halve jaar hebben mijn kinderen elk dag om zich heen gezien dat niet iedereen op de wereld het zo goed heeft als zij. Dat er kinderen zijn die niet elke dag te eten hebben, die moeten bedelen op straat voor een bakje rijst. Toen mijn jongste dochter onlangs op school leerde over de Tweede Wereldoorlog en Hitler, zei ze: dat is zo iemand als Pol Pot. De slachtoffers van die oorlog had ze in Phnom- Phen op straat gezien.”