Het partijprogramma van de VVD Waar Onwaar Waar Half waar

„Een doorsnee gezin geeft 11.000 euro per jaar uit aan zorg, een kwart van het inkomen”

Vanwege de oplopende kosten van de gezondheidszorg opent de VVD naar eigen zeggen „de aanval op bureaucratie en verspilling in de zorg”. De bewering over de jaarlijkse zorgkosten voor een doorsnee gezin is bedoeld om aan te geven hoe hoog die kosten nu al zijn: 11.000 euro. Dat klinkt als een fors bedrag, maar hier is de VVD zelfs nog voorzichtig. In werkelijkheid betaalt een modaal gezin jaarlijks meer.

De bewering is gebaseerd op de publicatie De zorg, hoeveel extra is het ons waard van het ministerie van VWS (Volksgezondheid). De cijfers daarin over de zorgkosten per gezin komen van het Centraal Planbureau. Volgens het CPB bestaat een modaal gezin uit een vader en een moeder met twee kinderen die een gezamenlijk jaarinkomen hebben van anderhalf keer modaal. In 2010, het jaar van de CPB-berekeningen, was dat 48.750 euro bruto. Volgens het planbureau was een modaal gezin in dat jaar 11.436 euro kwijt aan ‘verplicht verzekerde zorg’. Oftewel 23,5 procent van het inkomen. Volgens de CPB-cijfers is de bewering in het VVD-programma dus waar.

Tot die kosten voor verplicht verzekerde zorg behoren premies die worden ingehouden op je salaris en premies die je betaalt aan je zorgverzekeraar. Maar kosten voor aanvullende verzekeringen, eigen risico en eigen bijdragen voor zorgkosten vallen niet onder die 11.436 euro. We kunnen dus veilig stellen dat een modaal gezin jaarlijks meer kwijt is aan zorgkosten dan de 11.000 euro die in het VVD-programa wordt genoemd. Hoeveel verschilt per gezin.

Maar omdat de VVD met deze conservatieve berekening wil aantonen dat de zorgkosten voor burgers fors zijn, beoordelen wij de bewering dat een doorsnee gezin jaarlijks 11.000 euro per jaar uitgeeft aan zorg, oftewel een kwart van het inkomen, als waar.

„Voor het eerst in de geschiedenis neemt het aantal mensen dat werkt af”

De VVD maakt zich zorgen over het aflossen van de staatsschuld, dat moeten we met steeds minder mensen doen. In de discussie over wie de staatsschuld moet gaan aflossen, gaat het vaak over vergrijzing. Tegenover het vergrijzende deel van de bevolking staat de beroepsbevolking. Maar niet iedereen van de beroepsbevolking werkt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) definieert deze term als ‘alle mensen tussen de 15 en 65 jaar die 12 uur of meer werken of hiervoor beschikbaar zijn’. De VVD-fractie bedoelde in dit stuk de beroepsbevolking, blijkt uit navraag. Om de tekst begrijpelijk te houden, hebben ze deze term achterwege gelaten. Gegevens over wie werkt en wie niet, zijn niet eeuwenlang bijgehouden. De formulering ‘voor het eerst in de geschiedenis’ is nogal grotesk. Bij het CBS zijn gegevens vanaf 1800 bekend. We beoordelen hier dus de bewering dat voor het eerst sinds 1800 de beroepsbevolking krimpt.

In 2010 is volgens de cijfers van het CBS een dalende lijn ingezet. De beroepsbevolking nam af met 29.000 personen. In 2011 zette de daling zich voort, toen nam de beroepsbevolking met 6.000 personen af. Maar enkele decennia terug waren er ook al jaren met krimp. In 1975 nam de beroepsbevolking met 2.000 personen af, in 1980 met 8.000 personen. Nieuw is wel dat de krimp nu meerdere jaren voortduurt. Dat neemt niet weg dat de bewering uit het VVD-programma onwaar is.

„De staatsschuld bedraagt nu 400 miljard. Dat is 50.000 euro per werkende Nederlander”

Volgens rijksbegroting.nl is de staatsschuld in 2012 407 miljard euro, oftewel grofweg 400 miljard. In 2011 bedroeg de staatsschuld nog 391,4 miljard.

Het aantal werkende Nederlanders is voor 2012 nog niet bekend, dus rekenen we met de aantallen van 2011. Volgens het CBS waren er in 2011 8,7 miljoen werkenden. De beroepsbevolking bestaat uit 7,8 miljoen personen. Net als hierboven is de gekozen formulering slordig, de VVD bedoelt ‘de beroepsbevolking’ in plaats van de ‘werkende Nederlander’.

Per werkend persoon bedraagt de staatsschuld 407 miljard euro gedeeld door 8,7 miljoen mensen, oftewel 47.000 euro. Per hoofd van de beroepsbevolking is dat 52.000 euro. Zowel bij de berekening per werkend persoon als per hoofd van de beroepsbevolking is het bedrag dus grofweg 50.000 euro. Wij beoordelen de stelling daarom als waar.

„Meer asfalt leidt tot minder files”

Het fileleed in Nederland neemt ontegenzeggelijk af. In het eerste kwartaal van dit jaar stond er volgens de ANWB weer 30 procent minder files dan het jaar ervoor. Verkeersinformatiedienst VID en Rijkswaterstaat publiceerden eerder al opbeurende cijfers. Volgens Rijkswaterstaat ligt de oorzaak niet bij de economische crisis: het aantal weggebruikers is namelijk niet afgenomen. Het succes zou zijn geboekt door verbreding van wegen, zoals de beruchte A2 tussen Amsterdam en Utrecht. Meer asfalt werkt, concluderen autoliefhebbers. Op de korte termijn is dat waar, bevestigen wetenschappers. Al is het de vraag hoe lang. Volgens vervoerseconoom Erik Verhoef van de Vrije Universiteit in Amsterdam wijst onderzoek uit dat verbrede wegen op den duur vaak weer dichtslibben. „In de VS bleek 80 procent van de nieuwe wegcapaciteit zich binnen vijf jaar weer te vullen.” Bijvoorbeeld doordat mensen hun kans schoon zien om in landelijk gebied te gaan wonen, verder van hun werk. En zij die zich door files lieten ontmoedigen, stappen weer in de auto. Asfalt heeft dus een aanzuigende werking. Bij een gelijkblijvend aantal weggebruikers helpt meer asfalt tegen files. Maar meer asfalt trekt doorgaans meer weggebruikers aan, wat weer leidt tot files. We beoordelen de bewering dat meer asfalt tot minder files leidt daarom als half waar.