Getuige Pasic: ik weet dat ze daar allen vermoord zijn

De Bosnische moslim Elvedin Pasic getuigde gisteren als eerste in het proces tegen de Bosnisch-Servische leider Ratko Mladic. Als 14-jarige ontvluchtte hij Mladic’ leger. ‘Kom, weg, siste mijn vader.’

A screen grab taken from images released by the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) shows Elvedin Pasic, the first prosecution witness at the trial of Bosnian Serb ex-army chief in the courtroom on July 9, 2012 in The Hague. "Before the war we had a great time," said Elvedin Pasic, who as a 14-year-old boy lived in the village of Hvracani in northern Bosnia. "We were playing basketball and football, we used to do everything together. Muslim, Croats and Serbs, we were all having a great time, respecting each other," he said. But things began to change in the spring of 1992, when Pasic first noticed a convoy of military vehicles with soldiers in the uniform of the Yugoslav national army (JNA), giving Muslims the three-fingered Serbian salute. Bosnian Serb ex-army chief Ratko Mladic's genocide and war crimes trial resumed Monday with the first prosecution witness expected to shortly take the stand. "Mr Mladic... we will then proceed," presiding Judge Alphons Orie said as he opened the hearing in The Hague, after Mladic finally sat down from demonstratively unpacking a large briefcase and taking out documents. AFP PHOTO / COURTESY OF THE ICTY RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY CREDIT "AFP PHOTO / COURTESY OF THE ICTY" - NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS AFP

„Toen mijn vader ’s ochtendsvroeg op de deur klopte, schrokken we ons rot. We hadden de hele nacht in de kelder gezeten, terwijl buiten granaten vielen. ‘Wat doen jullie hier nog’, siste mijn vader. ‘Jullie moeten weg’.”

„We moesten door een klein raam aan de achterkant. Aan de voorkant zaten de Bosnische Serviërs. Een voor een trok mijn vader ons naar buiten. ‘Luister goed’, zei hij. ‘En doe wat ik zeg. Als ik zeg stop, dan stop je. Als ik zeg ren, dan ren je.’ Hij duwde een meisje naar me toe. ‘Wat je ook doet, al moet je haar arm er aftrekken, je laat haar niet los’.”

Elvedin Pasic, nu 34 jaar, valt voor het eerst tijdens de zitting stil. Hij is de eerste getuige in het proces tegen de voormalige Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic, dat gisteren werd hervat. Zijn getuigenis is belangrijk. Pasic heeft van dichtbij gezien wat Mladic’ leger onder moslims tijdens de oorlog in ex-Joegoslavië (1992-1995) heeft aangericht – en is een der weinigen die er nog over kan vertellen. Hij was 14 toen zijn dorp met mortieren werd bestookt en hij vluchtte. Zijn vader werd later met 150 andere moslimmannen- en jongens geëxecuteerd.

„Na de aanval zwierven we maandenlang van dorp naar dorp. In veel dorpen waren we niet welkom, de mensen waren bang dat zij zelf vermoord zouden worden. We zaten vast in niemandsland.

„In de zomer besloten we terug te keren naar ons eigen dorp. Daar was alles verwoest. Het huis van mijn tante was afgebrand. Er stonden alleen nog twee schoorstenen. Het rook overal naar schroeilucht. Het vee was doodgeschoten. Mijn moeder huilde. Verderop lag een oude man, hij was in brand gestoken.

„We vluchtten verder. In november hoorde ik een discussie tussen mijn vader en moeder. Hij knuffelde mijn moeder: ‘als ik je ooit pijn heb gedaan, vergeef me’. Mijn moeder gaf hem een por en zei: ‘zeg toch niet zulke dingen. We zullen dit allemaal overleven’.”

„Mijn vader heeft me bij de hand gepakt en met een groep zijn we gaan lopen. We moesten over heuvels en door bossen. Rond middernacht fluisterden mensen: ‘Stil, stil. De Serviërs zijn dichtbij’. Seconden later barstte geweervuur los. Ik zag de kogels. Ik dacht dat het vuurvliegjes waren en dat ik ze kon pakken.

„Onze groep raakte verspreid. Toen we ’s nachts elkaar weer vonden, waren we bij een veld. Iemand schreeuwde: ‘Ze hebben ons omsingeld’. Weer werd er geschoten. Mensen renden de heuvel af. Ik ook, maar ik droeg een zware jas en werd moe. Ik stopte. Misschien heeft God dat zo gewild. De mensen beneden belandden in een mijnenveld.

„Toen het weer rustig werd, gingen wij naar beneden. We staken een riviertje over. Aan de overkant zagen we mensen op de oever waar wij net vandaan kwamen naar ons zwaaien. Ze zeiden dat we terug moesten komen. Maar we durfden niet.

„Aan onze kant werd via megafoons geroepen dat we ons moesten overgeven. Anders zouden ze ons doden. We gaven ons over. We werden door soldaten geëscorteerd naar Grabovica. Op een schoolplein stopten we. We moesten ons in rijen opstellen. Ik dacht: dit is het einde. Zo gaan executies. Maar toen kwam er een commandant die de vrouwen en kinderen de school instuurde. De mannen zouden ‘betalen’.

„De mannen werden naar het lokaal boven ons gestuurd. Ik wou dat ik ook naar mijn vader was gegaan. Ik wou, ik wou, ik wou. Maar ik durfde niet. De volgende ochtend werden we in bussen weggereden. Mijn vader heb ik nooit meer gezien. Ik weet zeker dat ze daar allemaal vermoord zijn, in die school.”

Mladic heeft Pasic’ hele relaas onaangedaan aangehoord. Bij diens laatste woorden sabbelt hij op het pootje van zijn bril, zoals altijd.