Een vijfpartijencoalitie kan best

De verkiezingsprogramma’s van de partijen in de Tweede Kamer zijn bekend. De balans kan worden opgemaakt: ligt er één coalitie voor de hand?

Halbe Zijlstra heeft een taboe doorbroken. Niemand durft op dit moment openlijk over mogelijke coalities te speculeren, maar het lid van het VVD-campagneteam wel. Hij sprak zaterdag in deze krant de hoop uit dat zijn partij „samen met D66 de kern vormt van een middenrechtse coalitie die de economie wil vlottrekken”.

De reactie van oud-fractieleider Thom de Graaf (D66) was via Twitter duidelijk. „Eurocynisch, 3 miljard bezuinigen op ontwikkelingshulp, harder immigratiebeleid [...] ik doe maar ’n greep uit VVD-idealen...” Zelfs binnen het liberale kamp worden liefdesverklaringen blijkbaar niet op prijs gesteld.

In de aanloop naar de verkiezingen van 12 september worden harde standpunten geformuleerd, en was de uitgestoken hand van Zijlstra een uitzondering. Maar na verkiezingen zal er wel samengewerkt moeten worden. Hoe moeilijk gaat dat worden? En zit er voor de partijen in deze zware financiële tijden niet een te groot risico aan regeringsdeelname?

Alle verkiezingsprogramma’s zijn nu bekend. De VVD kwam er vrijdag als laatste mee. Aan duidelijkheid geen gebrek. Forse bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. En zo nodig buiten Europa om de immigratie te beperken. Daar maak je bij andere partijen weinig vrienden mee. Maar ook de verkiezingsprogramma’s van andere partijen duiden niet direct op één mogelijke coalitie. Neem die andere traditionele middenpartij, de PvdA. Die pleit voor een snelle beperking van de aftrek van hypotheekrente en voor hogere belastingen van de hoogste inkomens.

Bijkomend probleem na de verkiezingen van 12 september: door de verdeeldheid onder de kiezers zullen er waarschijnlijk minstens vier partijen nodig zijn voor een coalitie. Dat hoeft volgens politicoloog Rudy Andeweg van de Universiteit Leiden helemaal geen probleem te zijn. „Wij zijn de afgelopen decennia verwend door enkele grote partijen, maar in de jaren vijftig en zestig was het heel gewoon dat een coalitie uit vier of vijf partijen bestond.”

Volgens de wetenschapper hoeft dat niet slecht voor de stabiliteit te zijn. „Bij twee partijen heb je altijd dezelfde breuklijn. Als er meer partijen zijn, wordt het meer geven en nemen voor iedereen.”

Politicologen willen wel hun gedachten laten gaan over toekomstige coalities. Politici laten liever eerst de kiezer oordelen. In het parlement werden de afgelopen tijd soms vergeefse pogingen gedaan om partijen coalities te laten uitsluiten. „Dus u vraagt mij nu een breekpunt te formuleren dat voor ons nooit een breekpunt is geweest”, zei Mariëtte Hamer (PvdA) onlangs tegen Paul Ulenbelt (SP) in een debat over de AOW-leeftijd. Die laatste citeerde collega Ronald van Raak toen Ulenbelt in hetzelfde debat naar zijn breekpunten werd gevraagd. „We hebben geen breekpunten, want er wordt al genoeg afgebroken.”

Volgens de Groningse politicoloog Frans Stokman zijn juist de breekpunten het moeilijkst in te schatten. „Een verkiezingsprogramma alleen is niet voldoende om te bepalen welke coalitie de meeste kans maakt. Het gaat niet alleen om de standpunten, maar ook om het belang dat partijen er aan hechten. Willen we iets snel weggeven of niet?” Zo verraste PVV-leider Geert Wilders iedereen tijdens de formatie door direct zijn veto op verhoging van de AOW-leeftijd in te trekken. „Er zit vaak een hoop retoriek omheen, dat is moeilijk in te schatten.”

Volgens Andeweg zijn de ideologische verschillen uiteindelijk te overbruggen. Misschien wel belangrijker is de constatering dat de negatieve gevolgen van regeren – afgerekend worden bij de volgende verkiezingen – in de loop van de tijd groter zijn geworden. „Dat maakt partijen wel schrikachtiger. Je merkt het vooral in de aarzeling om in een kabinet te gaan zitten waarin je electorale concurrent niet vertegenwoordigd is.”

Dat laatste was zichtbaar bij de mislukte formatie, in 2010, van Paars Plus. „Voor de VVD was dat een brug te ver omdat én de PVV én het CDA niet in de coalitie zaten. Dat speelt echt mee in het gedrag van politieke partijen.”

Geen wonder dat een formatie over links of over rechts het gemakkelijkst lijkt. Dan zitten alle concurrenten in het zelfde schuitje. Daar komt bij dat juist een formatie ‘door het midden’ grote problemen lijkt op te leveren. De zogeheten Oranje-coalitie (VVD, CDA, PvdA en D66) kent weinig dossiers waarop gemakkelijk overeenstemming wordt bereikt. „Ik geloof niet dat de Lentecoalitie [VVD, CDA, GroenLinks, D66 en CU] heeft laten zien dat een formatie snel kan verlopen. Ik denk wel dat formeren gemakkelijker wordt op het moment dat de PVV niet meer als serieuze partner wordt gezien”, zegt Stokman. „Dan weet je dat je het aan de andere kant moet zoeken. Tegelijkertijd wordt het ook lastiger als de SP aan de linkerkant de grootste partij wordt.”

Met name Europa – volgens Wilders het thema van de komende verkiezingen – is zowel op links als op rechts een splijtzwam, juist door toedoen van PVV en SP. De eerste wil zelfs uit de euro stappen, terwijl de SP op zijn minst tegen een verdere Europese integratie is.

Deze standpunten maken de vorming van een coalitie lastig, verwacht Andeweg. „Wat de PVV wil – en in mindere mate de SP – is gewoon niet te verwezenlijken.” Deze partijen zullen het niet graag horen: Brussel krijgt zo ook al een grote invloed op de formatie.