Doorbraak die niemand uit kan leggen

De eurotop van vorige maand was „historisch”, maar de uitwerking ervan zorgt voor problemen. Niemand weet wat er werd afgesproken.

De Senegalese straatverkoper Kissima Kebe ziet in de Spaanse stad Zaragoza zijn verkopen teruglopen door de crisis. Kebe verkoopt onder meer kransen en brillen. Foto Reuters

De zeventien euroministers van Financiën vergaderden gisteren tot diep in de nacht, dat staat vast. Minder duidelijk is wat het precies betekent, dat de ministers een „political understanding” sloten over leningen van het noodfonds aan Spaanse banken.

Tien dagen geleden besloten euro-regeringsleiders dat het tijdelijke noodfonds EFSF leningen kan geven aan banken in Spanje. Als het permanente noodfonds ESM door genoeg landen is geratificeerd, neemt het die taak van het EFSF over. Maar de regeringsleiders kibbelden na de top meteen over de vraag hoe ze deze leningen aan banken willen regelen.

Daardoor werd het effect van wat een belangrijk besluit was snel tenietgedaan. De hoofdtaak voor de ministers, gisteren, was dan ook om alsnog duidelijkheid te scheppen: gaat de Spaanse staatsschuld wel of niet omhoog door de bankleningen?

Het antwoord op die vraag is cruciaal. De Belgische econoom André Sapir benadrukte gisteren tijdens een seminar dat het besluit van de regeringsleiders om niet alleen meer aan staten, maar ook aan banken te gaan lenen, „historisch” was: „Eindelijk erkennen politici de ware aard van de crisis. Twee jaar lang zeiden ze dat dit een begrotingscrisis is. Griekenland heeft iedereen op het verkeerde been gezet. Griekenland is a-typisch. Kijk naar Ierland, Spanje, al die landen met te hoge tekorten en schulden: dit is veroorzaakt door de bankencrisis sinds 2008.”

Eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker zei gisteren dat de Spaanse staat géén garantie hoeft af te geven als Spaanse banken leningen uit het noodfonds krijgen, en de staatsschuld dus niet verder stijgt. Dit is de doorbraak waar Sapir op doelt. De link tussen bank en staat is doorgeknipt. Dit kan het begin zijn van het einde van de schuldencrisis.

Maar besloten de ministers dit werkelijk? Ook vannacht was daar ogenblikkelijk verwarring over. Thomas Wieser, die met nationale en Europese ambtenaren de vergaderingen voorbereidt, bevestigde Junckers lezing: voor leningen aan banken „is geen staatsgarantie vereist”. Maar de Duitse minister Wolfgang Schäuble zei vannacht dat dit juist wél zo is. Ingewijden merkten op dat dit een zeer technische kwestie is en dat Juncker en Wieser financieel beter onderlegd zijn dan Schäuble.

Hoeveel Spaanse banken nodig hebben, wordt nog door deskundigen vastgesteld. Ministers gaan uit van maximaal 100 miljard euro. Gisteren besloten ze dat er binnenkort al 30 miljard klaarligt. Volgens een ontwerp-contract komt de hele financiële sector onder curatele van de trojka. Ook moet Madrid een ‘bad bank’ opzetten. Macro-economische curatele, een Nederlandse eis, komt er niet. 20 juli moet alles rond zijn.

Daarmee is het nieuwe systeem nog niet van kracht. Eerst moet het ESM gaan draaien en Europees banktoezicht bij de ECB geregeld zijn. Dat laatste is gecompliceerd. De Commissie maakt een voorstel voor september. Maar de ECB laat zich geen halfbakken supervisie opdringen en is kennelijk met een schaduwvoorstel bezig. Welke banken vallen eronder? Hoeveel macht willen lidstaten over banken afstaan? Eurocommissaris Olli Rehn zei dat landen „tot eind 2012” hebben om dit te regelen. Anderen vinden medio 2013 een realistischer deadline.

Tot die tijd geldt voor Spanje het oude regime: het noodfonds stuurt geld naar het speciale staatsbankenfonds Frob, die het doorsluist naar de banken. Spanje staat dus garant. Wordt die extra staatsschuld later geschrapt? Of wordt de Frob anders opgezet, zodat de leningen níet meetellen in de staatsschuld? Niemand kon dat vannacht beantwoorden. Zeker niet de Italiaanse premier Monti. Die vertrok om tien uur ’s avonds. Hij was moe. Monti’s hete aardappel – het noodfonds dat staatsobligaties moet opkopen – schoven de ministers door naar de volgende keer.