Die wetenschappers zijn al bang voor wat lippenstift

Bètavakken zijn ook geschikt voor vrouwen die houden van make-up en mode. Het protest tegen een EU-spotje over techniek is onterecht, vindt Antoinette Thijssen.

De Europese Unie heeft weinig geluk met haar campagnefilmpjes. Eerder dit jaar was er al ophef rond een op de film Kill Bill geïnspireerd filmpje dat was bedoeld om verdere uitbreiding van de EU te promoten. Hierin werd Europa voorgesteld als een vechtsportvrouw die stereotypen uit andere werelddelen verslaat. Vorig weekend was er op Twitter een explosie van woedende reacties naar aanleiding van het videoclipje bij de campagne Science: It’s a girl thing, bedoeld om jonge meiden enthousiast te maken voor een wetenschappelijke carrière.

Ik begreep de opwinding niet. Je ziet wat kortgerokte, hooggehakte meiden in een laboratoriumachtige omgeving met daardoorheen snelle beelden gemonteerd van gestileerde wetenschappelijke attributen en handelingen. Het blijft onduidelijk wat er precies gebeurt in het spotje, maar de centrale boodschap leek mij duidelijk en belangrijk: ook als je een typische girly girl bent en van mode en make-up houdt, kan een carrière in de wetenschap iets voor jou zijn.

Deze boodschap is belangrijk omdat jongeren – en een groot deel van de volwassenen – een heel ander beeld heeft van de bèta- en technische wetenschappen. Bèta- en technische studies zijn te moeilijk en saai, denken ze. Bètawetenschappers zijn sociaal onbeholpen, niet coole types met brillen die dag en nacht achter hun computer zitten. Een groot deel van de jonge meiden denkt in deze wereld niets te zoeken te hebben.

Dit is problematisch, om te beginnen voor die meiden zelf, voor wie een enorm gebied met interessante studies en carrièreperspectieven afgesloten blijft, maar ook voor de wetenschap en voor de economie, die (vrouwelijk) talent hard nodig hebben, en voor de samenleving, die steeds verder doordrenkt raakt met technologie. Vrouwen hebben hier net zo goed mee te maken als mannen en moeten daarom betrokken zijn bij het ontwerpen en ontwikkelen van al die nieuwe technologieën.

Je zou verwachten dat een poging – hoe onbeholpen misschien ook – om het heersende beeld van bètastudies bij te stellen, zou kunnen rekenen op bijval. Toch reageerden dames en heren wetenschappers massaal als door een wesp gestoken. Hoe haalden de bedenkers het in hun hoofd om wetenschap in verband te brengen met zoiets frivools en onbenulligs als lippenstift en korte rokjes! Dat is seksistisch! Badinerend!

De reacties van al deze verontwaardigde volwassenen bezorgden me een ongemakkelijk gevoel. Niemand leek zich te verplaatsen in de leefwereld van de jonge meiden op wie de campagne zich richt. Dit zijn meiden die volop bezig zijn om hun identiteit te ontwikkelen in een cultuur die hen bestookt met tegenstrijdige signalen. Deze cultuur is door en door geseksualiseerd, met rolmodellen als Katy Perry en Rihanna die in respectievelijk nauwsluitend latex en ondergoed over podia kruipen, maar houdt meiden ook voor dat ze carrière moeten maken en de top moeten bereiken.

Minstens zo kwalijk is dat de twitterende wetenschappers zozeer van streek raakten van het met elkaar verbinden van wetenschap en lippenstift dat ze vergaten na te denken over de vraag welke aanpak werkt. Woedend bestookten ze de EU met foto’s van real women of science – echte rolmodellen, vrouwen van vlees en bloed – met als resultaat dat de EU het glamourfilmpje van de site heeft gehaald.

Op de campagnesite sciencegirlthing.eu staan alleen nog maar brave, een tikje belegen filmpjes met meiden die een wetenschappelijke opleiding doen. Dit is heel keurig en verantwoord. Niemand kan zich erover opwinden. Niemand weet of het werkt.

Dit is jammer. Het effect van series als CSI: Crime Scene Investigation en Bones illustreert dat glamour wel kan werken als je meiden wilt verleiden tot een bètaloopbaan. Deze series, waarin beeldschone, zeer intelligente vrouwen hun mannetje staan in het oplossen van misdaden met behulp van forensische technieken, hebben geleid tot een enorme belangstelling bij vooral jonge vrouwen voor opleidingen op het gebied van forensisch onderzoek.

Mijn eigen dochter is nog jong, nog geen zes. Ik hoop dat de boodschap die de EU wilde uitdragen een nieuwe kans krijgt, opdat mijn dochter zich later vrij zal voelen om lippenstift op te doen en een korte rok aan te trekken, als ze dat wil, en het dan nog steeds volkomen vanzelfsprekend vindt dat ze een topbètawetenschapper kan worden.

Antoinette Thijssen is hoofd communicatie bij het Rathenau Instituut.