De gentleman spy is geen Brit maar een Londenaar

James Bond werd bedacht door auteur Ian Fleming, en gekaapt door de film. Zijn smoking wordt nu gemaakt door een Amerikaan, zijn Aston Martin werd een BMW. Hoe Brits is 007 nog?

Ophef onder James Bond-fans. Het gerucht gaat dat in de nieuwe Bond-film, die eind oktober uitkomt, de Britse geheim agent in één scene geen wodka-martini drinkt maar een biertje. Een Heineken-biertje. De Nederlandse brouwer doet er voor de definitieve montage van de film geen uitspraken over, maar heeft wel een contract met de producenten van Skyfall. Het zou kunnen betekenen dat ‘shaken, not stirred’ even niet van toepassing is.

Het wordt net zulke ketterij gevonden als de smoking die James Bond droeg in Goldeneye (1995). In plaats van een pak uit Savile Row, de Londense straat waar de beste kleermakers zitten, was het van Brioni. Uit Rome. Nu wordt 007 gekleed door de Amerikaan Tom Ford. En wat te denken van zijn horloge. Tot Goldeneye droeg Bond een Rolex, een van oorsprong Brits-Duits horloge. Nu een van het Zwitserse Omega.

Hoe Brits is James Bond zonder zijn typisch Britse accessoires? „Ontdaan van zijn elegantie, gemaaktheid, kreten, gadgets, humor en verleidingskunsten – wat is Bond dan anders dan [Jason] Bourne met een Engels accent en een langetermijngeheugen”, vroeg het tijdschrift Vanity Fair zich vier jaar geleden af, onder verwijzing naar de Amerikaanse creatie Jason Bourne van schrijver Robert Ludlum. De film-Bond is „nooit zuiver Brits” geweest, zegt historica Bronwyn Cosgrave. „Het was een groep internationale producenten die hem samenstelde, onder wie de Canadees Harry Salzman en de Italiaans-Amerikaanse Albert R. Broccoli.” Bond was al van de hele wereld, zegt ze. „De Britse regisseurs hadden weliswaar invloed, maar Bond is eerder een samenraapsel.”

Bronwyn Cosgrave is conservator van de bijzondere tentoonstelling Designing 007: Fifty years of Bond Style, in de Barbican in Londen. Zij kreeg toegang tot de archieven van Bond-producent EON Productions en verzekerde zich zo van meer dan vierhonderd kostuums, setontwerpen, gadgets en wapens.

Ian Flemings James Bond was daarentegen „de laatste Engelsman”, schreef historicus David Cannadine eens. Een noodzakelijke uitvinding in een land met een door de Tweede Wereldoorlog danig aangetast zelfbeeld. Niet langer heerste het Verenigd Koninkrijk over de wereldzeeën. Dat waren de Amerikanen met hun mankracht en materiaal. De Britten waren failliet en glamour kwam uit de VS.

„Ian Fleming gaf een zwak land een opbeurende fantasie – macht”, zei Cannadine een paar jaar geleden op de BBC. Juist toen Flemings Bond-boeken verschenen, tussen 1953 en 1966, werd het Verenigd Koninkrijk gezien als een land in verval. Bond verbeeldde wie de Britten dachten of hoopten te zijn: een gentleman spy. Hij stond voor stijl en moed. Hij was de vrouwenverleider die de Britse man alleen in zijn dromen kon zijn. Hij stond voor grootsheid, maar dan in het geheim. In zijn eentje deed hij in Her Majesty’s Secret Service wat het land zelf niet langer kon. „Bonds Britse superioriteit is zijn overtuigendste wapen”, vond Cannadine. Toen de eerste film vijftig jaar geleden uitkwam, Dr No, waren er 40 miljoen Bond-boeken verkocht.

Bij de Britsheid hoorden naast de goede manieren en opleiding van een ‘English gentleman’ ook zijn Aston Martin, zijn maatpakken uit Savile Row en zijn paraplu van Swaine Adeney Brigg (anno 1750). Vonden althans de filmmakers – in de boeken rijdt Bond een Bentley. Voor Fleming gingen de accessoires niet om mode, maar om stijl, klasse en sociaal milieu.

Dat 007’s smoking in de eerste film uit Savile Row kwam was toeval. In het Verenigd Koninkrijk heerste nog een naoorlogse improvisatiementaliteit en er waren geen professionele kostuumontwerpers bij de film betrokken. Dus nam regisseur Terence Ryan acteur Sean Connery mee naar zijn eigen kleermaker, Anthony Sinclair. Die ontwierp vervolgens een aantal pakken met een sportieve snit die ongekend modern was. Maar wel typisch Brits volgens de regels van de upper class: moeiteloos klassiek, elegant en niet poenerig of opzichtig.

„Het was een Engels fenomeen dat zich over de wereld verspreidde”, vertelt Lindy Hemming, de kostuumontwerpster voor verschillende Bond-films. Ze is medeconservator van de tentoonstelling in de Barbican en verantwoordelijk voor de inbreng van het Omega-horloge en de Brioni-smoking in Goldeneye. „Stijl verandert”, zegt ze. Rolex was in de jaren negentig niet meer zo uniek als in jaren zestig en Omega straalde internationaliteit uit. „De kwaliteit en elegantie waar James Bond voor staat, vond ik [begin jaren negentig] bij Brioni in Rome. Nu is het Tom Ford die de stijl van Bond vertegenwoordigt.”

Het unieke van de Bond-films vinden Hemming en Cosgrave dat de ontwerpers van kleding, autos en gadgets hun tijd vooruit waren. Niet te veel – „Bond moest niet al uit de mode zijn als de film uitkwam” – maar genoeg om te inspireren. Cosgrave noemt de Aston Martin „het mannelijke equivalent van een Chanel-pakje”: „De luxeartikelen waarmee hij zich omringde, zijn vaak nog steeds populair.” Ze vertelt dat Aston Martin „in eerste instantie niet happig was op deelname aan de film. Het was nooit eerder gedaan. Maar de verkoop steeg enorm”.

Hetzelfde gebeurde bij de BMW-cruiser en het Ericsson-mobieltje uit Quantum of Solace (2008). Ook geen Britse merken. Maar Cosgrave ziet logica: „Bond heeft zich ontwikkeld tot een moderne Londenaar. Hij is een kosmopoliet, net als Londen zelf.” Ze lacht: „En weliswaar woont hij daar, maar hij is natuurlijk wel een frequent flyer.”

Ook een Heineken-biertje past daarbij: „Daniel Craig is een ruwe Bond, een man die barst van het testosteron. Ik kan me best voorstellen dat hij na een achtervolging dorst heeft.”