Centrale bankier ontkent interventie Libor

Banken werden niet gedwongen rentetarieven te manipuleren, zegt vicepresident van Bank of England Paul Tucker.

Banken zijn op geen enkele manier gestimuleerd of gedwongen om rentetarieven te manipuleren. Niet door de centrale bank, maar ook niet door Britse politici.

Dat was de boodschap van de vicepresident van Bank of England, Paul Tucker, gisteren aan de Lagerhuiscommissie voor Financiën. Hij bevestigde daarmee deels de getuigenis van de vorige week opgestapte bestuursvoorzitter van Barclays, Bob Diamond. Die Britse bank kreeg een boete van 290 miljoen pond (363 miljoen euro) opgelegd wegens manipulatie van Libor en Euribor, twee internationale rentestandaarden.

Vanmiddag werd bekend dat Bob Diamond een jaar salaris krijgt doorbetaald. Hij ziet af van zijn bonussen en krijgt geen afkoopsom.

Tucker zag een telefoongesprek in 2008 met Diamond, waarvan een e-mailverslag twee weken geleden openbaar werd, niet als interventie. De vicepresident zou volgens die mail hebben gesuggereerd dat de rentestanden die door die bank werden opgegeven „niet altijd zo hoog hoeven te lijken”. Barclays-handelaren zagen hier in een aanmoediging om de standen te manipuleren.

Maar Tucker zei dat het gesprek bedoeld was om zijn zorgen te uiten over nationalisatie van de bank: „We zaten midden in een crisis; banken vielen als dominostenen. Ik vroeg me af of Barclays terecht, en met onze toestemming, overheidssteun had geweigerd.” Hij maakte echter geen aantekeningen, zoals normaliter wel gebeurt bij de Bank of England: „Dat gebeurde niet in deze periode, er waren gewoon te veel gesprekken, er was te veel aan de hand.”

Tucker vond dat de markt niet goed functioneerde, maar vond dat een teken dat de geloofwaardigheid van de rentestandaard in het geding was. Pas twee weken geleden, toen Amerikaanse en Britse toezichthouders Barclays een boete oplegden, was hij op de hoogte. „Ik realiseerde me niet dat er een smerig spelletje werd gespeeld.” Dan had hij misschien wel ingegrepen, al was Libor niet de verantwoordelijkheid van de centrale bank. Maar, zei hij, hij had wel iets anders aan zijn hoofd: „De wereld stond op instorten.”

De Lagerhuisleden namen duidelijk geen genoegen met zijn antwoorden. Zij zoeken een schuldige voor het schandaal, dat zij zien als een teken dat de bankensector moet worden hervormd. Tucker wilde hen die niet leveren. De Whitehall-bronnen waar het in het e-mailverslag van Diamond over ging, waren zeker geen kabinetsleden uit de toenmalige Labourregering. Hij was niet onder druk gezet: „Absoluut niet.”

Daarmee brengt Tucker minister van Financiën George Osborne in diskrediet. Die suggereerde vorige week in een tijdschrift dat Ed Balls, in 2008 rechterhand van Gordon Brown, nu schaduwminister van Financiën, Tucker onder druk had gezet. Verschillende Lagerhuisleden vinden dat Osborne zijn excuses moet aanbieden aan zijn opponent.

Grotere gevolgen zullen Tuckers opmerkingen over de bank voor hemzelf hebben. In oktober 2008, op het hoogtepunt van de crisis, „knarste” die en de systemen waren „een rommeltje”. Op de vraag of rentemanipulatie niet meer kan voorkomen, antwoordde hij: „Na het zien van deze beerput kun je daar niet zeker van zijn.” Met die woorden verkleinde hij zijn kans om volgend jaar bankpresident Mervyn King op te volgen.