'Al mijn vrienden werken zwart'

In Wallonië is de werkloosheid twee keer zo groot als in Vlaanderen. Het probleem verscheurt België: veel Vlamingen vinden dat een te groot deel van hun belastinggeld opgaat aan de uitkeringen in het zuiden.

Het eerste wat opvalt, op een doordeweekse ochtend in het arbeidsbemiddelingsbureau in Charleroi, zijn de kinderen die er rondlopen. Dat komt niet omdat het in België dan bijna schoolvakantie is en er in de klassen vooral nog films worden gedraaid. „Het is altijd zo”, zegt een medewerkster van Forem, de organisatie die werklozen in Wallonië aan werk probeert te helpen.

Een van de grootste problemen van Forem is het enorme aantal jongeren, meer dan 50 procent, dat zonder schooldiploma op de arbeidsmarkt komt. „Eén op de vijf van de jongeren zonder diploma, of heel laag opgeleid, doet niets om aan het werk te komen”, zegt Jean-François Marchal, analist van Forem. En als ze na twee jaar nog steeds geen baan hebben, zo blijkt uit de cijfers, krijgen ze die daarna ook niet meer.

In Wallonië is zo’n 14 procent van de bevolking werkloos, in Brussel rond de 20 en in Vlaanderen iets meer dan 6 procent. Wallonië, Brussel en Vlaanderen hebben alle drie hun eigen bureaus om werkzoekenden te helpen. Ze hebben ook alle drie hun eigen problemen. Vlaanderen probeert vijftig-plussers aan het werk te houden en maakt zich zorgen over het dringend tekort aan jongeren dat eraan zit te komen. In Wallonië is dat juist andersom en Brussel heeft de problemen die vaak horen bij een grote stad: veel laagopgeleide allochtonen die moeilijk bereikbaar zijn voor de arbeidsconsulenten.

Het is niet helemaal zeker dat de grote werkloosheid onder jongeren in Wallonië ook het grote probleem is van die jongeren zelf. „Al mijn vrienden werken zwart en hebben geld”, zegt Rafiq Cheriet (26). Hij studeert elektrotechniek en zoekt bij Forem naar vakantiewerk. Hij voelt zich een beetje een loser omdat hijzelf officieel zoekt. „Maar als we ons niet netjes gedragen, gaat België ten onder.”

In Franstalig België is de werkloosheid onder laag opgeleiden al heel lang groot. Al sinds de ondergang van de zware industrie, in de jaren zestig en zeventig, zit in sommige delen van Wallonië generatie op generatie zonder werk. Het is een van de problemen die België verscheurt: veel Vlamingen vinden dat een te groot deel van hun belastinggeld opgaat aan de uitkeringen in het zuiden.

In een hoek van het arbeidsbemiddelingsbureau in Charleroi zit een man die meteen zelf zegt dat hij niet in het clichébeeld van de Waalse werkloze past: Alex Masure (42) is psycholoog en had jarenlang werk. Hij hoort, denkt hij zelf, bij de nieuwe groep werklozen die aan het ontstaan is door de financiële crisis in Europa. Zijn vrouw, webdesigner, heeft nauwelijks nog opdrachten. Ze hebben ook vrienden die hun baan kwijtraken.

Alex Masure is gespecialiseerd in arbeidspsychologie en sociale psychologie. Hij gaf computerles in het volwassenenonderwijs in Brussel en Charleroi. Hij gaf ook trainingen voor psychosociale testen en werd gevraagd om Frans te doceren, communicatie en maatschappijleer. Hij had steeds losse contracten: in de zomer was hij vaak zonder werk, in september kwam het dan weer goed. „Toen ik vorig jaar alleen nog het aanbod kreeg om les in metselen te komen geven, wist ik dat mijn carrière in het onderwijs voorbij was.”

Alex Masure heeft een zoon van vijf en een zoon van twee, zijn derde kind komt in augustus. Hij heeft een uitkering van 1.200 euro in de maand en woont in het huis van zijn moeder. Masure deed bij Forem een cursus om aanwerving van personeel te kunnen doen bij bedrijven – hij zoekt nu in het bureau van Forem naar vacatures.

Op school en op de universiteit leerde Alex Masure Nederlands en Engels. Engels spreekt hij nog, Nederlands niet meer. „Het zou me zeker helpen bij het vinden van een baan als ik Nederlands spreek. Maar er is een psychologische blokkade: wie Nederlands praat in Charleroi, krijgt nare reacties. Op scholen kun je Chinees leren van een Chinees, Spaans van een Spanjaard, maar voor Nederlandse les nemen ze een Franstalige die een beetje Nederlands spreekt.”

Zijn kinderen vinden hem een geweldige vader, zegt hij, omdat hij altijd tijd heeft om met hen te spelen. „Maar ik kan hen nooit meenemen naar de zee, een pretpark of de dierentuin. Daar is geen geld voor.” Masure voelt ook dat zijn zelfrespect eronder lijdt dat hij niet werkt. „Mijn moeder begreep er in het begin niets van dat ik niet werkte. Ze zei: ‘Heb je daar al eens gekeken?’ Ja, mama, daar heb ik gekeken. ‘Heb je al eens met die en die gepraat?’ ja, mama, daar heb ik mee gepraat.”

Zijn moeder werkte in een gaarkeuken, de vader van Alex Masure was chemicus – eerst in de staalindustrie en na de sluiting van de staalfabrieken in een ziekenhuislaboratorium. Hij deed de opleiding tot verpleegkundige en werd daarna manager van het ziekenhuis.

Een paar dagen nadat hij bij Forem had gezocht naar werk, stuurt hij een e-mail: Forem biedt hem nu de opleiding tot ‘kwaliteitsmanager’ aan. Hij denkt dat hij ja zegt. „In mijn familie is het normaal dat je blijft leren tot aan het graf.”

Dit is het laatste deel van een serie over jeugdwerkloosheid in Europa.