Zuid-Soedan bestaat één jaar: vooral oorlog en fatalisme, na zo’n mooi begin

Een demonstrant in Washington DC, Verenigde Staten, doet een oproep voor vrede tussen Soedan en Zuid-Soedan in een fictieve stembus. AFP / Nicholas Kamm

Precies één jaar geleden werd Zuid-Soedan onafhankelijk: een nieuw land was geboren. Hoop en euforie alom. Maar NRC-correspondent Koert Lindijer reisde onlangs terug naar de kersverse natie en trof vooral oorlogstemming, corruptie en fatalisme aan.

Het was zo’n mooie dag: 9 juli 2011. Na decennia van Soedanese burgeroorlog was vreedzame afscheiding een feit. Natuurlijk, over de exacte grens waren nog geen harde afspraken gemaakt. Dat lag nog te gevoelig. Maar het overwegend zwarte zuiden voelde zich eindelijk verlost van het Arabische noorden.

De olie uit het zuiden - Zuid-Soedan erfde bij zijn onafhankelijkheid driekwart van de olievelden - zou door pijpleidingen in het noorden zijn weg naar de havens vinden. Dus zouden de economische inkomsten uit dat zwarte goud redelijk eerlijk worden verdeeld. Om geld te verdienen moesten de twee landen samenwerken.

Documentaire van Al-Jazeera, gemaakt in aanloop naar de afscheiding van Zuid-Soedan:

Zuid-Soedan draaide de oliekraan dicht

Maar het bleek een misrekening. Begin dit jaar draaide Zuid-Soedan de oliekraan dicht uit onvrede over de hoge doorvoerkosten die het noordelijke Soedan rekende voor gebruik van de pijpleidingen. Het noorden viel daarop het Zuid-Soedan langs de omstreden landsgrenzen aan. En Zuid-Soedan sloeg tot ieders verrassing terug. Het bezette Heglig, het belangrijkste olieveld van het noordelijke Soedan, net over de grens.

Onder druk van de internationale gemeenschap trok Zuid-Soedan zich later weer terug. De leiders van Zuid-Soedan en Soedan gingen terug naar de onderhandelingstafel. Het kon de spanning tussen de twee landen echter niet meer wegnemen. Correspondent Lindijer interviewde bij zijn bezoek onlangs aan Zuid-Soedan legercommandant Gabriel Chol. Die zegt zaterdag in NRC Handelsblad:

“We zijn voorbereid op een nieuwe oorlog.”

'Het lijkt wel alsof de oorlog nooit is gestopt'

Een soldaat die Lindijer in Zuid-Soedan sprak, voegt daar nog aan toe:

“Kijk, daar ligt Heglig, we zullen het ons toe eigenen. Alleen omdat er internationaal druk werd uitgeoefend trokken we ons terug. Zuid-Soedan vecht nu niet meer voor zijn vrijheid, maar voor zijn soevereiniteit.”

Het lijkt wel alsof de oorlog nooit is gestopt, zegt een catechist tegen de NRC-correspondent. De man doelt daarmee op de burgeroorlog die in 1983 begon en pas in 2005 met een vredesverdrag ten einde kwam. En nog altijd signaleert Lindijer inderdaad een oorlogsroes in het land.

Verslag Al-Jazeera over de problemen van Zuid-Soedan een jaar na de onafhankelijkheid:

Wederzijdse vernietiging typeert de relatie Soedan en Zuid-Soedan

Er is ook nog steeds een gebrek aan van alles. Zuid-Soedan is door een gebrek aan wegen die regen aankunnen grote delen van het jaar praktisch afgesloten van de rest van de wereld. En wederzijdse vernietiging is het woord dat de relatie tussen de twee nieuwe landen nog altijd het best kenschetst. Lindijer schrijft:

“Soedanese gevechtsvliegtuigen probeerden olie-installaties in Zuid-Soedan te vernietigen, net als in Heglig gebeurde met de Soedanese olie-infrastructuur. Buitenlandse oliewerkers zijn vertrokken. Alles ligt stil. Zuid-Soedan staakte in februari de productie. Zuid-Soedan stelt het daardoor sindsdien zonder 98 procent van zijn inkomsten. Door het klimaat van diepgewortelde haat tegen de gearabiseerde Soedanezen kreeg het besluit om de oliekraan dicht te draaien echter steun van vrijwel alle Zuid-Soedanezen. Het land staat nog in de oorlogsstand.”

Toch staat het dichtdraaien van de oliekraan in Zuid-Soedan wel degelijk gelijk aan een soort zelfmoord voor het land. De economie stortte in. Een medewerker van een grote internationale financiële instelling die anoniem wil blijven zegt tegen Lindijer dat door het wegvallen van de olie-export een tekort aan harde valuta is ontstaan. Brandstof is vaak alleen nog op de zwarte markt te krijgen en de kosten voor levensonderhoud stijgen in de steden dramatisch snel. Cijfers van tachtig procent inflatie worden genoemd.

De regering denkt het tot het eind van het jaar financieel te kunnen uitzingen. Ze rekent op voedselhulp van donorlanden, net als tijdens de oorlog. Ze kreeg een lening van 500 miljoen dollar van Qatar en mogelijk ook geld van Angola.

Alle bestuurders met ervaring verdwenen naar het noorden

Maar niet alleen financieel gaat het rampzalig met Zuid-Soedan. Ook bestuurlijk is het chaos. Lindijer schrijft:

Strijders van het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) vormden na het vredesverdrag de regering. Het personeel van het oude regime verdween met alle kennis naar het noordelijke Soedan en de nieuwe bestuurders hadden nul ervaring. SPLA-officieren pikten peperdure stukken grond in het snelgroeiende Juba in. In 2009 zou met één miljard dollar overheidsgeld een strategische graanreserve worden opgebouwd. Van de duizend contracten voor voedselleveranties werden er zeven uitgevoerd, alle andere leveranciers kregen ook uitbetaald, maar leverden er geen korrel graan voor. Zuid-Soedan ontwikkelde zich in korte tijd tot een van de meest corrupte staten van Afrika.

Studentenprotesten steken voorzichtig de kop op in Zuid-Soedan de laatste drie weken:

Lees het volledige artikel van Koert Lindijer in de digitale editie van NRC Handelsblad.