Wordt elk versleten biljet uit Nederland vervangen?

Versleten eurobiljetten worden ingenomen. C. Couvee wil weten of al deze biljetten uitsluitend worden vervangen door Nederlandse biljetten.

Anders dan munten bevatten eurobankbiljetten geen illustraties waaraan je meteen kunt zien uit welk land ze komen. Geen Duitse adelaar of koningin Beatrix of ontvoering van Europa (Griekenland) op biljetten dus.

Toch is de herkomst van een biljet wel te herleiden, met het serienummer. De letter waarmee dat begint, geeft aan waar het biljet is gedrukt. Zo staat P voor Nederland, Y voor Griekenland en X voor Duitsland. De landenletters zijn alfabetisch toegekend, tellend vanaf de laatste letter van het alfabet (Z is België).

Q, O en I doen niet mee – die zijn niet karakteristiek genoeg. De letters W, K en J zijn gereserveerd voor Denemarken, Zweden en Groot-Brittannië, mochten die de euro ooit nog invoeren. Alleen C, B en A zijn nog over.

Biljetten worden geregeld gecontroleerd op slijtage, echtheid en vervuiling, door De Nederlandsche Bank (DNB) zelf, maar ook door de gezamenlijke geldtelcentrales van de commerciële banken. Gave biljetten worden weer in circulatie gebracht, slechte coupures worden vernietigd. Een biljet gaat volgens de DNB gemiddeld een paar jaar mee.

Zodra de Europese Centrale Bank (ECB) concludeert dat er te weinig biljetten in omloop zijn, krijgen alle nationale banken volgens een bepaalde verdeelsleutel de opdracht om bij te drukken. Dat gebeurt volgens een woordvoerder van de DNB „sporadisch”. Maar als het gebeurt, komen er dus weer ‘P-biljetten’ bij.

De vraag is nu of er voor elk vernietigd ‘Nederlands’ biljet ook zo’n biljet terugkomt. Dat is niet zo, althans niet per se. Nationale banken houden niet bij welke ‘nationaliteit’ biljetten hebben die het vuur in gaan. Het is dus goed mogelijk dat het aantal ‘Nederlandse’ biljetten sinds 2012 relatief is gekrompen, of juist groter is geworden, afhankelijk van de hoeveelheid ‘P-coupures’ die is vernietigd en bijgedrukt. De DNB houdt hierover geen cijfers bij.

Ook een vraag voor deze rubriek? Mail naar vraag@nrc.nl