Westen trekt beurs voor Afghanistan

Afghanistan kreeg gisteren in Tokio 16 miljard dollar in civiele hulp toegezegd tot en met 2016. Maar of het land het geld krijgt en of het er veel mee opschiet, is onzeker.

De Verenigde Staten en hun bondgenoten laten Afghanistan niet in de steek, ook al trekken ze hun militairen de komende paar jaar grotendeels terug. Steeds weer herhalen regeringsleiders die belofte. Maar veel Afghanen – en buitenlandse hulpverleners – blijven sceptisch over zulke woorden.

Om de boodschap nog eens te onderstrepen reisde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zaterdag naar Kabul om Afghanistan officieel de status te verlenen van ‘belangrijke niet-NAVO-bondgenoot’. Tot die categorie horen onder meer Japan en het buurland Pakistan. Zulke landen komen in aanmerking voor nauwe militaire samenwerking.

Clinton en anderen zegden gisteren bovendien op een donorconferentie in Tokio jaarlijks vier miljard dollar in civiele hulp toe tot en met 2016. Dat was iets meer dan de Wereldbank minimaal nodig acht om de Afghaanse economie op hetzelfde peil te houden als nu.

Zonder hulp zou de regering van president Hamid Karzai het niet lang uitzingen, wisten de conferentiegangers in Tokio. Zo’n 95 procent van het bruto nationaal product is afkomstig uit buitenlandse hulp, schat de Wereldbank.

Of de donoren die 16 miljard aan hulp daadwerkelijk uitkeren moet nog blijken. Ze eisen van de Afghaanse regering dat die de corruptie serieuzer aanpakt dan tot nu toe. Veel hulpgeld verdwijnt in de zakken van regeringsfunctionarissen, volgens hardnekkige geruchten ook in die van familieleden van president Karzai. Die zag zich dan ook genoopt plechtig te beloven „de corruptie met grote vastberadenheid te bestrijden”. Een belofte die hij overigens het afgelopen decennium vaker heeft gedaan, zonder merkbare gevolgen.

Ook ditmaal lijkt de kans op succes klein. Veel Afghanen zien met vrees in het hart uit naar de periode na 2014, wanneer de westerse troepen zullen zijn vertrokken. Ze redeneren dat ze zelf maar beter zoveel mogelijk kunnen meegraaien zolang de hulp niet is opgedroogd. Dat kan van pas komen, als ze naar het buitenland willen uitwijken. Velen houden wat dat betreft hun opties open. De Afghaanse centrale bank becijferde dat Afghanen vorig jaar voor 4,6 miljard dollar in cash naar het buitenland brachten.

Sommigen menen dat de hulp maar beter zo snel mogelijk kan worden afgebouwd. „Laat de Afghanen zelf hun toekomst opbouwen”, zei de Nederlandse Afghanistan-kenner Willem Vogelsang onlangs.

Volgens anderen is dat een illusie. „Als er geen geld meer is, stort alles in Afghanistan in”, betoogt Candace Rondeaux, Afghanistan-specialist van de International Crisis Group, een denktank. „Dan trekt de elite weg en gaan, net als onder de Talibaan in de jaren ‘90, verworvenheden op het gebied van het onderwijs en de volksgezondheid verloren. Het is echt een vergissing om te denken dat een land zonder elite kan. ”

Ondanks alle toezeggingen vrezen veel Afghanen dat de spoeling snel dunner wordt. Vooral in de hoofdstad Kabul tekent zich dat af. De prijzen van grote huizen dalen er snel. De tijd dat buitenlandse hulporganisaties, consultants of rijke Afghanen grof geld betaalden voor villa’s is voorbij. Verscheidene hulporganisaties hebben hun deuren al gesloten bij gebrek aan nieuwe fondsen.

Volgens Rondeaux neemt de ontwikkelingshulp van de VS, veruit de grootste donor, al af en zal het Congres die verder beperken.

Alles staat of valt intussen met de veiligheidstoestand. En die blijft precair. Dit weekeinde kwamen veertien burgers om het leven, toen een paar bermbommen afgingen. Gisteravond trof dat lot ook zes Amerikaanse militairen in de provincie Wardak, ten zuiden van Kabul.

Veel waarnemers houden rekening met een nieuwe burgeroorlog als de NAVO-troepen weg zijn, zoals dat ook in de jaren ’90 gebeurde na de aftocht van de Russische troepen. Tussen de Talibaan en het Afghaanse regeringsleger maar ook langs etnische lijnen. Of de VS en anderen dan nog bijspringen, is onzeker.