Werkpaard en bullebak ineen

NecrologieErnest Borgnine belichaamde in rollen de man van het volk. In 1955 ontving hij een Oscar voor beste acteur en versloeg hij Sinatra en James Dean.

Ernest Borgnine is zo’n acteur wiens foto je moet zien om te begrijpen hoe vaak je hem al zag. Een karakteracteur met 203 rollen die tot het eind actief bleef: hij speelde onlangs een archivaris van de CIA in actiekomedie Red met Bruce Willis. Maar het meest zichtbaar was hij tot begin jaren tachtig, als ruig, volks type in spektakelfilms als The Dirty Dozen, The Poseidon Adventure of The Wild Bunch.

Borgnine speelde vaak een sergeant of voorman. Zijn forse postuur met breed, benig gezicht, bolle ogen en spleetje tussen de tanden maakte hem in de ogen van Hollywood de ideale man van het volk, het niet al te snuggere werkpaard met het hart op de juist plek. Of juist niet: aanvankelijk was Borgnine vooral in trek als bullebak.

Borgnine werd in 1917 geboren. In 1935 monsterde deze zoon van Italiaanse immigranten aan bij de marine, waar hij door tussenkomst van de Tweede Wereldoorlog ruim tien jaar diende – zijn rol als marinekapitein in de komische sitcom McHale’s Navy in de jaren zestig was hem zeer dierbaar. Zijn moeder moedigde hem aan om het bij het toneel te proberen toen hij na de oorlog met zijn ziel onder de arm zat. Hij hing graag de pias uit.

Na zes jaar op het toneel bracht hij het tot Broadway, en in 1951 verkaste Borgnine naar Los Angeles, waar hij twee jaar later doorbrak als sadistische sergeant ‘Fratso’ Judson in From Here to Eternity. Zijn absolute hoogtepunt volgde in 1955, als de verlegen, dikke Marty Piletti in het met een Gouden Palm, Golden Globe en vier Oscars bekroonde Marty. Bij Oscar voor beste acteur versloeg hij Frank Sinatra, James Dean, Spencer Tracy en James Cagney. Dit drama over ‘kleine luiden’ met overdreven Italiaanse accenten oogt nu een beetje neerbuigend, maar indertijd werd Marty als verfrissend en tegendraads ervaren. Een klein, hartverwarmend verhaal over een nog bij zijn moeder wonende Amerikaans-Italiaanse slager die alsnog liefde vindt bij een muurbloempje (Betsy Blair). In sober zwart-wit ging de film in tegen de trend van gimmick, kleur en spektakel waarmee Hollywood de oprukkende televisie bestreed.

Zelf gaf Borgnine het succes van Marty de schuld van zijn turbulente liefdesleven van vijf huwelijken: opeens was hij een ster. Om werk zat hij nooit verlegen. Zelden een hoofdrol, maar dat beviel hem wel: als karakteracteur krijg je nooit de schuld van een flop.