Vinnige jonge jazzcats en stijlvolle oudgedienden in volle zalen

Volle zalen voor oude legendes,veelkleurige avontuurlijke jazz en soulgetinte pop. Bijna 70.000 mensen zochten zich in Ahoy op het 37e North Sea Jazz een weg naar de mooiste concerten.

Jazz

Hoe beter de jazz, hoe meer bijnamen als muzikant. Een aloude jazzwijsheid die trompettist Christian Scott op North Sea Jazz nog even deelde bij het voorstellen van zijn band. Scott zelf heeft ook een nieuwe naam: ‘aTunde Adjuah’. Niet per se om op te scheppen over zijn jazzkwaliteiten – hij toont er zijn afstamming van zwarte indianen in New Orleans mee, maar zijn jazz is wel door in een nieuwe fase geraakt: hij had vlammende, geëngageerde modern jazzbetogen, waarmee hij een streep zette onder zijn status als voortrekker van een zelfbewuste jonge jazzgeneratie.

Het is dit soort prikkelende concerten op het North Sea Jazz Festival die maken dat het overvloedige programma even onbestudeerd blijft en tijd wordt vergeten. Natuurlijk, in een andere zaal is zeker ook weer iets moois te ontdekken, maar voor even is de geest in de ban van mooie klanken. Ongeveer 70.000 mensen zochten zich in het Ahoy-complex op deze 37ste editie een weg langs dertien zalen, waar veelkleurige jazz en soulgetinte pop klonk.

Verrassing en herkenning gaan hand in hand. De jazzjam van The Kyteman Orchestra, in navolging van Kytemans carte blanche van vorig jaar, was aantrekkelijk. De herkenning van het Beatles-liedje And I love her dat het Brad Mehldau Trio ingenieus ontrafelde en weer aaneen smolt. De jazzsolo die saxofonist Maceo Parker liet horen, om vervolgens hard uit te roepen: „dat we dát dus niet gingen doen”, omdat het bij hem immers om de smeuïge funk met powerblazers draait. Daarvoor werd hij bijgestaan door trombonist Trombone Shorty, de jonge jazzcat die dit weekend op vele podia opdook voor wat extra vinnige halen op zijn instrument.

Het mag intussen een traditie genoemd worden: dit gemoedelijke North Sea Jazz had veel ruimte voor oude jazzlegendes. Ze werden onthaald in volle, soms werkelijk uitpuilende zalen vol bewonderend publiek. Pianist Ahmad Jamal toonde in zijn concert stijl en klasse. De 82-jarige Jim Hall (‘meester van de jazzgitaar’) kreeg de zaal aan de lach met de opmerking: „nu maar eens wat te gaan improviseren aangezien ze toch al betaald waren”. Zijn duo-optreden met bassist Scot Colley was een intieme uitwisseling van snaren.

En het werd al gefluisterd in de wandelgangen: saxofonist Wayne Shorter zou in vorm zijn. Wat ook klopte. In Shorters abstracte idioom was de uitwisseling met zijn vaste vertrouwelingen, op drummer Jorge Rossy na die Brian Blade verving, een raak verhaal. Thema’s werden uitgediept in onbegrensde variaties.

Die energie zagen we ook bij saxofonist Archie Shepp terug. Hij wist de soms bezeten solo’s van vroeger in herinnering te roepen.

Tot het beste van de zaterdag behoorde ook het concert van snarenvirtuoos Pat Metheny met zijn Unity band. Op de door hemzelf ontwikkelde 42-snarige Pikasso-gitaar was Metheny flink op dreef met de grootse lyriek. Ingenieurs hielpen de gitarist met het verwezenlijken van een ander droominstrument: een hedendaags jazzorchestrion dat blijft fascineren. En ook saxofonist Chris Potter was van grote betekenis door zijn felle solo’s die de boel opdreven.

Indrukkwekkend maar niet beklijvend waren de soloverrichtingen van pianist Craig Taborn. Hij werd voorafgaand aan zijn concert nog door het festival gelauwerd met de Paul Acket Award. „Een erkenning voor de toekomst van jazz”, sprak hij voor hij met grote olifantenpassen hoekige figuren produceerde op de toetsen. Erg serieus en het bleef wat afstandelijk.

Meer subtiliteiten vielen er te ontdekken bij het Hybrid Tentet van Michiel Braam: een versmelting van jazz, klassieke en rock met een bijna Breukeriaanse uitwerking. Composities die buitelden in creatief avontuur, met volledig anticiperende klassieke strijkers die zich niet lieten ondersneeuwen in een eclectisch collectief.

De terecht verkozen artist in residence Joshua Redman toonde zijn meest veelzijdige kant in vier shows. Waar zijn Axis kwartet met vier grote saxofonisten een abstract web weefde, klonk hij met zowel James Farm alsmet The Bad Plus zoals je hem het liefst hoort. Strijdlustig, avontuurlijk en sprankelend in een aantrekkelijk raamwerk van branie en kwaliteit.

Amanda Kuyper